Nog even en je waant je hier in Zuid-Frankrijk

Droogte Delen van Nederland kampen net als vorig jaar met extreem lage waterstanden. In de Achterhoek geldt een verbod op het halen van water uit beken, sloten en vijvers.

De Baakse Beek bij het Gelderse Vorden staat droog.
De Baakse Beek bij het Gelderse Vorden staat droog. Foto’s Rien Zilvold

Het is lastig te bepalen wat precies het allerdroogste plekje van Nederland is, maar de Achterhoek scoort hoog. In de Baakse Beek bij Vorden is geen water meer te zien.

„Kurkdroog”, vat Rutger Engelbertink de situatie samen. „Hier kun je geen vis meer vinden.” De adviseur bij waterschap Rijn en IJssel staat op een stuw in de beek op landgoed ’t Medler, en kijkt een groene, overwoekerde bedding over. De stuw is dicht, werkloos, er stroomt geen water dat de klep openduwt. Tijdens de extreem droge zomer van vorig jaar viel de beek al droog. „Eigenlijk heeft er alleen van januari tot mei water in gestaan.”

Het waterschap uit de Achterhoek is het eerste van Nederland dat voor zijn gehele gebied een ‘totaalverbod’ heeft afgekondigd voor het halen van water uit beken, sloten en vijvers. In het lager gelegen westen van Nederland is er van extreme droogte geen sprake, maar hier, op de hoge zandgronden in het oosten, is weinig regen gevallen en is het bovendien niet mogelijk water van grotere rivieren of het IJsselmeer aan te voeren.

De Achterhoek kampt – net als Twente – evenals vorig jaar met extreem lage waterstanden. Er loopt geen water meer over de stuwen in de boerensloten. Zelfs de moerassen vallen droog. De watermanagers roepen in een verklaring „iedereen op om zuinig met al het water om te gaan en de neerslag die er valt, zoveel mogelijk op te vangen, zodat het de grond in kan trekken, bijvoorbeeld door regentonnen te plaatsen, de regenpijp af te koppelen van het riool, duikers af te sluiten en tegels te vervangen door planten”.

Engelbertink: „Veel mensen denken dat het wel meevalt. Ze zien dat het af en toe regent en dat het gras groen is. Maar droogte is een sluipmoordenaar. De bodem is ontzettend droog. Er hoeft maar weinig te gebeuren en je waant je hier in Zuid-Frankrijk.”

Lees ook ‘Plant- en diersoorten staan op uitsterven door droogte’

Water voor steden

Het Achterhoekse verbod op het halen van water uit beken, sloten en vijvers moet ertoe leiden dat steden als Zutphen nog voldoende water krijgen. „We willen voorkomen dat de grachten daar droog komen te staan. Dat leidt weer tot problemen met de waterkwaliteit, door ongedierte en bacteriën”, zegt Peter Schrijver, bestuurder van het waterschap Rijn en IJssel.

Het totaalverbod is een van de weinige maatregelen die nog mogelijk zijn. Schrijver: „Als het droog is, is ons handelingsperspectief heel klein. We kunnen vrijwel niets doen om de situatie te verbeteren. Wat wij wel kunnen doen, is zorgen dat we in de winter het water beter vasthouden. Daarom hebben we agrariërs al eerder gratis duikerafsluiters gegeven, een ballon die voorkomt dat water snel wegstroomt. Ook stimuleren we de agrariërs hun bodem te verbeteren, zodat die het water beter vasthoudt.”

Veel boeren kunnen hun land nu nog beregenen met grondwater. „Maar dat blijft niet helpen”, zegt Schrijver, zelf melkveehouder uit Epse. Vorig jaar was hij 40.000 euro kwijt aan extra voer voor zijn koeien, waarvoor op het land vrijwel niets meer te grazen was, en voor het steeds opnieuw inzaaien van grasland. Hij overweegt nu ook een nieuwe sproei-installatie aan te schaffen. Kosten: 50.000 euro.

Het zwaarst getroffen zijn, nu al, de natuurgebieden. In de Achterhoek mag in en rondom de natuurgebieden Stelkampsveld en de Zumpe geen grondwater meer worden opgepompt. Of de maatregel voldoende is, valt te bezien. In de Zumpe staat nauwelijks water, ongetwijfeld zullen plant- en diersoorten hier het loodje leggen.

Droogte in het oosten en zuidoosten

Elders is de nood mogelijk nog groter. De droogte van vorig jaar is met name op de hogere zandgronden de afgelopen winter onvoldoende gecompenseerd. „Eén droge zomer is geen drama. Maar we hebben het neerslagtekort onvoldoende ingehaald. We begonnen dit jaar al met een drie-nul achterstand”, zegt Rob van Dongen, hydroloog bij Staatsbosbeheer. Boswachters maken zware tijden door.

„De situatie is dramatisch”, vertelt Jos Schouten, boswachter voor Natuurmonumenten op de Sallandse Heuvelrug. Op de flanken van de stuwwal, daar liggen natuurlijke waterpartijen die Natuurmonumenten vorig jaar groter en dieper heeft gemaakt om droogte het hoofd te bieden. „We hebben daarbij rekening gehouden met een extreem lage grondwaterstand, dus we dachten tot een maand geleden dat er van de tien poelen hoe dan ook minimaal vijf altijd nat zouden blijven.” Dat is niet gebeurd. „De poelen staan droog.”

Dat betekent dat de kamsalamander, de heikikker en diverse soorten libellen „op uitsterven staan”, aldus Schouten. „We zijn enorm geschrokken. Deze droogte leidt tot onherstelbare schade.”

Als een „rare noodgreep” pompt Natuurmonumenten dezer dagen water uit een oude grondwaterput enkele honderden meters verderop en laat het per giertank transporteren naar de hoog gelegen poelen.

Genadeklap

De droogte is de „genadeklap” voor een landschap dat de afgelopen jaren langzaam maar zeker toch al was verdroogd. Schouten: „We hebben onze waterbuffers gesloopt, daarom komt deze droogte als een dreun. De bult met zand waar wij hier op zitten, de stuwwal, wordt jaarlijks gevuld met water. Maar door de drinkwaterwinning op hoge zandgronden, door een ruilverkaveling met diepe sloten, en door de massale aanplant van naaldbomen die veel water nodig hebben, is die bult elk jaar nog maar voor de helft gevuld.”

We hebben onze waterbuffers gesloopt

Jos Schouten, boswachter voor Natuurmonumenten

Eerder al verdwenen vochtminnende planten zoals de klokjesgentiaan, en ook met het moerasviooltje gaat het erg slecht. „Daar moeten de rupsen van de zilveren maan het van hebben; van die vlinder hebben we er nog maar een paar gezien.”

Staatsbosbeheer slaat alarm. „Het gaat echt niet goed, we zijn erg geschrokken”, zegt ecoloog Arnout-Jan Rossenaar. Vooral in verdroogde veengebieden, zoals in Drenthe, gaat het slecht met noordelijke soorten, of, zoals een in de biologie gebruikelijke term, de „boreale soorten”. Rossenaar noemt enkele vlindersoorten die „op de drempel van uitsterven staan”; veenbesblauwtje, veenhooibeestje, veenbesparelmoervlinder. „Die soorten zijn over tien jaar helemaal verdwenen. Dat ga ik meemaken. Ecoloog zijn is niet altijd leuk.”

Oorzaak is vooral het verdwijnen van planten waar vlinders van afhankelijk zijn, zoals veenbes. „Die wordt in tijden van droogte overwoekerd door het pijpenstrootje.” Ook enkele zeldzame grassoorten als blonde zegge, tweehuizige zegge en vlozegge zijn volgens de ecoloog van Staatsbosbeheer vrijwel niet meer te vinden in blauwgraslanden, een vochtig type landschap dat Europees wordt beschermd en waar Nederland verantwoordelijkheid voor draagt. Ook de vleeskleurige orchidee heeft Rossenaar al twee jaar niet meer gezien. „Onze natuur lijdt al jaren onder de landbouwkundige inrichting van Nederland en onder teveel stikstof als gevolg van landbouw, infrastructuur en huishoudens. Dat heeft geleid tot verdroging. De huidige droogte is voor dat verdroogde landschap de nekslag.”

De droogte van nu laat zien dat noodmaatregelen niet afdoende zijn. „Zonder echt hydrologisch herstel is het dweilen met de kraan open”, zegt Rossenaar. „Dit is too little too late.” Natuurgebieden moeten groter en „robuuster” worden, en beschermd tegen afwatering, zodat ze bestand zijn tegen een extreme droogte. „We hebben in het Bargerveen voor meer dan vijftig miljoen aan dijken gebouwd. Toen ik daar laatst ging zitten, kreeg ik nog steeds natte billen.” Hydroloog Rob van Dongen: „We zullen sloten moeten dempen, waterpeilen moeten verhogen en natuurgebieden moeten vergroten.”

Ommekeer

Natuurmonumenten roept op tot een ommekeer in het beleid. „Door klimaatverandering en een optimale agrarische ontwatering is het groeiseizoen twee maanden langer geworden. Boeren willen vroeg het land op met hun machines en daarvoor is het nodig dat de grondwaterstand tot bijna één meter onder het maaiveld wordt verlaagd. De periode waarin het grondwater echt goed aangevuld kan worden, is in het agrarisch gebied ingekort tot enkele wintermaanden”, schreven twee medewerkers van Natuurmonumenten vorige week. „Wij pleiten voor het instellen van bufferzones rondom natuurgebieden waar water beschermd wordt en het waterpeil hoog genoeg is om verdroging van natuurgebieden te voorkomen. Bij dreigende droogval moeten noodmaatregelen beschikbaar zijn, zoals de mogelijkheid op een verbod voor beregening.”

Ook boswachter Jos Schouten hoopt op maatregelen. Winning van drinkwater op lager gelegen plaatsen en het „sluiten van de waterkringloop” in de landbouw. „We moeten samen leren dat we in tijden van neerslagoverschot meer water conserveren en plaatselijk enige wateroverlast accepteren. Dat ongemak wordt ruimschoots goedgemaakt doordat we in droge zomers veel minder last van de droogte hebben. We moeten niet alleen tegen, maar ook óm het water strijden.”