Is het heilige percentage van AkzoNobel haalbaar?

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: AkzoNobel.

Vijftien in 2020, vijftien in 2020, vijftien in 2020. Bij elke rapportage herhaalt AkzoNobel-topman Thierry Vanlancker het doel voor de operationele winstmarge – een veelgebruikt begrip om winstgevendheid aan te duiden. Dat zal woensdag niet anders zijn; de hele strategie van AkzoNobel is erop toegespitst om eind van volgend jaar deze ‘15-by-20’ te kunnen laten zien.

De focus op winstgevendheid stamt uit de laatste dagen van Vanlanckers voorganger Ton Büchner. Het was halverwege 2017 en de omstandigheden waren zwaar. Niet lang daarvoor had de activistische aandeelhouder Elliott zijn volle gewicht achter een vijandig bod van de Amerikaanse branchegenoot PPG gegooid, en kon AkzoNobel ternauwernood voorkomen dat het werd opgeslokt.

Na PPG van zich afgevochten te hebben, stootte AkzoNobel onder druk van plaaggeest Elliott de divisie Specialty Chemicals af. De aandeelhouders kregen daarna een ‘superdividend’ van 6,5 miljard euro uitgekeerd. Nog belangrijker voor hen: de belofte winstgevender te worden, en flink ook. De operationele winstmarge van 15 procent in 2020 was vanaf april 2017 in beton gegoten.

Hoe staat het daar anno 2019 mee? „Goed”, herhaalt AkzoNobel elke drie maanden trouw als het cijfers rapporteert – overigens zonder dat altijd volledig te onderbouwen. Ook toen de resultaten over het eerste kwartaal van dit jaar tegenvielen, bleef Vanlancker stellig: die 15 procent wordt gehaald, onder meer dankzij de twee grote reorganisaties waarmee eind volgend jaar 200 miljoen euro bespaard moet zijn.

Pessimistisch

Maar tussen doel en werkelijkheid zit nog veel ruimte, en de tijd dringt. In 2017 – het jaar waarin de toezegging werd gedaan – stond de teller op 10,6 procent, en daar bleef die het jaar daarop op steken. Analisten zijn dan ook pessimistisch over de haalbaarheid van de doelstelling, waarvoor het afrekenmoment nu toch wel dichtbij komt. Zakenbank Citigroup verlaagde begin deze maand het koersdoel van het aandeel AkzoNobel van 97 naar 70 euro omdat het de winstdoelstellingen te rooskleurig vond. Het aandeel ging hierop onderuit.

Ook analist Nathalie Debruyne van zakenbank Degroof Petercam heeft haar twijfels. „Bij elke publieke gelegenheid horen we dat ze ‘op koers’ liggen, met de twee reorganisaties als onderliggend argument. Maar deze besparingen zijn, als ze al worden bereikt, naar mijn mening niet voldoende om eind volgend jaar al zulke marges te halen.”

Toch hebben sommige analisten ook vertrouwen in de koers die Vanlancker heeft ingezet. Zakenbank Barclays verhoogde haar koersdoel vorige week juist en adviseert het aandeel te kopen. De koersontwikkeling is ook positief: sinds het dieptepunt in mei is het aandeel bijna 12 procent gestegen tot ongeveer 82,50 euro. Volgens Debruyne is dat met name toe te schrijven aan de forse uitkeringen aan de aandeelhouders en het op grote schaal terugkopen van eigen aandelen.

Als AkzoNobel woensdag kwartaalcijfers presenteert, let Debruyne vooral op hoeveel winst gemaakt is met de verkoop van coatings en verf. Het voorjaar is immers belangrijk: „In het tweede en derde kwartaal worden de meeste schilderwerkzaamheden verricht op het noordelijk halfrond, waar de meeste activiteiten van AkzoNobel plaatsvinden.”

En wat zegt het over de topman als na al die herhalingen volgend jaar 15-by-20 niet wordt gehaald? „Stel dat ze niet op 15 maar 14,5 procent uitkomen en daarmee alsnog de verwachtingen van de markt verslaan, dan kun je zeggen dat Vanlancker alsnog goed heeft gepresteerd.”