Recensie

Recensie Beeldende kunst

Gemis en melancholie centraal op Kunstenfestival Watou

Kunstenfestival ‘Saudade’ is het thema van de 39ste editie van Kunstenfestival Watou. Bomen en natuur spelen er een grote rol.

Kunstenfestival Watou 2019: Aan gene zijde van het muur, het landschap, Zeger Reyers
Kunstenfestival Watou 2019: Aan gene zijde van het muur, het landschap, Zeger Reyers Foto vzw Kunst / Ann Vincent

De geur van donkere aarde hangt in de Douviehoeve, een van de mooiste locaties van het jaarlijkse Kunstenfestival Watou in de Westhoek van Vlaanderen. De Nederlandse beeldend kunstenaar Zeger Reyers bracht hier, in een reusachtige boerenschuur, enkele tonnen grond aan verrijkt met sporen van paddestoelen. Tijdens het festival groeien op de fluweelzwarte heuvels helwitte champignons. De installatie heet Aan gene zijde van de muur, het landschap. Dat klopt. Reyers’ veelzeggende kunstwerk ligt nadrukkelijk binnen, in het halfduister. Buiten strekt zich het Vlaamse landschap uit, achter dichte muur.

Groei en verval zijn in Reyers’ werk verenigd, en daarmee sluit het aan bij het thema van de inmiddels 39ste editie van het festival, Saudade met als ondertitel Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Intendant Jan Moeyaert vertaalt het Portugese begrip saudade als gemis, melancholie, droefheid. Deze ongrijpbare gemoedstoestand leidt in het kunstdorp tot een barokke overdaad aan beeldende kunst in combinatie met poëzie. Verdeeld over twaalf plekken, van kerk tot klooster, van met spinrag bedekte zolder tot graanschuur, raakt de bezoeker geleidelijk doordrongen van wat de Portugese dichter Fernando Pessoa noemt „geweende tranen” om voorbij geluk. Gaan we het Klooster binnen, dan ligt daar een vloer van klei, die geheel door voetstappen van bezoekers verbrokkeld is. De Franse kunstenares Marion Moskowitz legde de vloer gaaf aan, nu lopen we over gebarsten grond. Of we zien in de Brouwerij de installatie Contemplation van de Japanse kunstenares Naoko Ito. Op het eerste gezicht staat daar slechts een verzameling weckflessen van verschillende grootte, die een glanzende sculptuur vormt. Opeens valt een stuk afgezaagde boomtak op in een van de flessen, en nog een. Totdat je ontdekt dat in de glasstructuur een boom zit verborgen, alsof die daar groeit, maar dan in stukjes verdeeld van glas tot glas.

Kunstenfestival Watou 2019: Contemplation, Naoko Ito Foto vzw Kunst / Ann Vincent

Bomen en natuur spelen een grote rol in Watou. Dichters Bart Jansen en Koen Peeters wijden een gedicht aan bomen, die daadwerkelijk geplant zijn in het nabijgelegen Grensland, daar waar België overgaat in Frankrijk: „We willen een bos planten in Watou. Een woud zelfs, ja, in de Westhoek, de meest boomloze streek van het land.” Dit „woud van dingen”, zoals ze het bos noemen, vinden we terug op tal van plekken in Watou: Chantal Pollier stalt op tafels honderden voorwerpen uit, van vogelschedels tot boomzaadjes. Peggy Wouters stelt een draagbaar mini museum tentoon waarin ze woeste zeegezichten heeft verborgen. En Laura de Coninck, dochter van dichter Herman de Coninck, vult in het Klooster een wand met expressionistische, kleurrijke schilderijen in overwegend blauw en rood die ze Saudade noemt, een begrip dat haar vader gebruikte om zijn emoties te benoemen. Als kind begreep ze dat woord niet, nu wijdt ze er haar schilderkunst aan.

Meer dan eerdere edities van Watou is deze van 2019 grimmig, hard, grillig ook. De dode, kleurrijke papegaai van Koen Kloosterhuis die daar op de houten vloer van het Parochiehuisje ligt, is vastgesnoerd met een stuk veter. In de ruimte ernaast bevindt zich het Museum of Poisons, het Gifmuseum, van de Rus Ilya Fedotov-Fedorov met dierschedels, dode muizen in flessen en meer. Al deze voorwerpen, kabinetten en rariteitenkamers zijn als een memento mori. Saudade ofwel weemoed is weliswaar de sleutel tot deze vloed aan kunstwerken, alles van recente datum. Maar doodsbesef is passender. Dat maakt Watou confronterend. Daarom is de realistische sculptuur van de astronaut in de Kerk zo overweldigend. De Zuid-Afrikaans-Nederlandse kunstenaar Joseph Klibansky tooit de ruimtereiziger met een gouden kruis, die hij door de gewijde ruimte torst als een Christusfiguur. Hij wenkt ons met zijn rechterhand en neemt ons mee de toekomst in, weg van alle melancholie. Wat een krachtig beeld.