Een dag in het spoor van een wielermakelaar

Contractonderhandelingen Op rustdagen in de Tour worden zaken gedaan, en soms ook een contract ondertekend. Op pad met wielermakelaar Dries Smets.

Makelaar Dries Smets doet zaken.
Makelaar Dries Smets doet zaken. Foto Joris Knapen

Niemand waagt zich buiten met dit weer, het is bijna veertig graden in Nîmes, maar rennersmakelaar Dries Smets (35) – overhemdje, spijkerbroek, witte sneakers – heeft privacy nodig voor het gesprek dat hij wil voeren, en dus is hij op het terras van het Nimehotel gaan zitten, met links van hem Shayne Bannan, ploegbaas van wielerteam Mitchelton-Scott. Even gaat het over koetjes en kalfjes, je ziet het aan de ontspannen gezichten. Je zou niet zeggen dat er weldra in mensen wordt gehandeld. Maar Smets komt gauw ter zake.

Uit een aktetas haalt hij een lijst met renners die transfervrij zijn, assistent Jens Raes pent in een notitieboekje driftig dingen neer. Smets heeft een renner die zou kunnen passen bij de Australische ploeg, en Bannan zoekt er eentje. Ze bespreken de eisen van de sporter, de financiële bandbreedte van het team. Na vijf minuten is het klaar. Er gaat deze maandag geen deal gemaakt worden, dit is een tussen-gesprek, zoals er veel worden gevoerd op de tweede rustdag, traditioneel het moment waarop transfers in de verf worden gezet, en startplaatsen in criteriums na de Tour worden vastgelegd – vaak bij mondelinge overeenkomst, een enkeling zet ook een krabbel.

Later deze middag gaat er een renner tekenen bij Team Sunweb, het contract heeft Smets bij zich. Om wie het gaat kan hij niet zeggen. De internationale wielerbond UCI verbiedt dat tot 1 augustus. In de statuten staat ook dat lopende contracten niet mogen worden opengebroken, zoals bij het voetbal het geval is.

In de wielrennerij wordt geen geld verdiend aan transfers, een verdienmodel ontbreekt. Smets krijgt een percentage van het afgesproken salaris. Zoals hij zijn er nog vijftien. Smets zegt met gepaste trots de grootste speler te zijn.

Foto Joris Knapen

In de Tour moet het gebeuren, het is dé marktplaats van de wielersport. Iedereen die enig belang heeft, komt in het drieweekse circus samen. Bovendien weten veel ploegen eind juli wie ze volgend jaar willen aantrekken, en tegen welke prijs. En dus trekt Smets van hotel naar hotel.

Maandagochtend zat hij met Patrick Lefevere, de baas van Deceunick-Quickstep, die op zoek is naar twee renners. „Ik vertel hem wie vrij is, en hij zegt mij welk profiel hij zoekt.” Hij helpt ook renners die bijvoorbeeld een hoogtetent tegen korting willen kopen, in ruil voor aandacht op social media.

Tim Wellens belde net. De drager van de bollentrui was benaderd door de organisator van een Belgisch Tourcriterium, en verwees gelijk door naar Smets. Kon hij een middagdutje doen. Renners hebben na twee weken koers geen tijd en energie om zelf te onderhandelen over startgeld en al dan niet ingevlogen worden met een privéjet. Dat handelt Smets af. Zijn telefoon gaat om de drie minuten. Hij heeft nog maar net tijd om een espresso achterover te slaan. Het is dit jaar nog chaotischer dan anders.

Want Smets behartigt de belangen van dé smaakmaker deze Tour, Julian Alaphilippe, inmiddels elf dagen drager van de gele trui. „Het is een gekkenhuis”, zegt hij. „Zeker acht criteriums in Frankrijk willen hem aan de start, in België en Nederland samen ook nog eens acht. Dat kan niet allemaal. Julian geeft graag wat terug aan het volk. Voor het geld hoeft hij het niet te doen. Hij hoort al bij de best betaalde renners van het peloton.”

Lees ook: Het venijn zit in de laatste etappes

Zaken kunnen wachten tot later

Rond het hotel zwerven ook John van den Akker en Martin van Steen, Nederlandse makelaars die werken voor Nederlandse criteriums, en azen op de krabbel van Alaphilippe. Maar Smets wil dat ‘Loulou’ met rust gelaten wordt. De geletruidrager heeft genoeg aan zijn hoofd.

„Een horlogemerk schreef ons aan, een uitgeverij kwam met een idee voor een boek, maar dat soort zaken kunnen ook wachten tot na de Tour”, zegt Smets. Hij regelt al het zakelijke voor de Fransman: van zijn verzekeringen tot het papierwerk bij zijn verhuizing twee jaar terug naar Andorra.

Tegen twee uur komt de grote man de hotellobby binnen voor de lunch. Smets krijgt twee zoenen op zijn wang, en dan lopen ze samen naar de eetzaal. Na drie minuten keert hij alleen terug. „Ik heb gezegd dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over de criteriums. Vorig jaar heeft hij er zeven gedaan. Dat was te veel. We gaan rustig kijken hoeveel hij er zal doen.”

Smets moet weg. De teambazen van Lotto-Soudal en Wanty Groupe Gobert wachten op hem. Hij hoopt nog twee mondelinge deals te maken. Dan kan hij vanavond met een tevreden gevoel naar bed.