Opinie

Beter niet

Marcel van Roosmalen

Ik zat met een van mijn beste vrienden op een terras aan het Lieve Vrouwekerkhofplein in Amersfoort. Goede vriendschap is de kracht van de herhaling, met elkaar doen waar je toevallig alle twee goed in bent. Met hem kon ik drie dingen: naar Vitesse, naar de kroeg of een combinatie van die twee. Omdat het eerste en het laatste, doordat ik nu kinderen heb, zo’n beetje waren weggevallen, hadden we elkaar lang niet gezien.

Niet dat het uitmaakte, we vertelden elkaar gewoon voor de duizendste keer dezelfde verhalen en moesten daar dan weer om lachen.

Hij was de koning van wat hij zelf ‘uitgesteld nadenken’ noemt. Altijd als hij voor een belangrijke beslissing stond nam hij de beslissing impulsief. De twijfels kwamen pas achteraf en die bleef hij dan herhalen. Toen ik hem leerde kennen lag hij in een echtscheiding, waarover hij zei: „Of had ik niet met haar moeten trouwen?”

Later maakte hij iedereen gek met zijn twijfels nadat hij op advies van zijn moeder zeil in de woonkamer van zijn nieuwe appartement had gelegd, zijn toenmalige vriendin vond het vooral ongezellig.

„Had ik dan toch vloerbedekking moeten nemen?”

Het maakte niet uit wat er daarna gezegd werd.

Hij bleef zijn keuze voor zeil verdedigen en later weer in twijfel trekken.

Hij was een van de eersten die Nijmegen verliet.

Voor Amersfoort, godbetert.

Altijd als ik hem daar opzocht, zei hij: „Of had ik beter niet kunnen verhuizen?”

Hij herinnerde zich hoe hard we lachten toen hij aankondigde te verhuizen. „Jezus, Amersfoort…”, zei de spelbepaler van het zaalvoetbalteam, die we vanwege zijn wijsheden ‘de indiaan’ noemden, „daar ga je heen als je vijftig bent.”

Hij wees om zich heen.

„Toen ik hier kwam was er helemaal niets”, zei hij op een toon alsof hij de stad eigenhandig had opgebouwd, „en moet je nu eens kijken...”

Vroeger was dit dan het moment dat hij achteraan had gevraagd ‘Of had ik niet uit Nijmegen moeten vertrekken?’, maar nu hij niet meer hoefde te vrezen dat ik zou beginnen over de nadelen van Amersfoort liet hij dat achterwege. Ik kon alleen nog maar knikken dat het inderdaad gezelliger oogde dan twintig jaar geleden, iemand die vrijwillig naar de Zaanstreek is vertrokken heeft zichzelf buiten de discussie gesteld, die zit niet meer in de positie om kritisch te doen over de horeca op andere plekken.

Hij keek mij bijna triomfantelijk aan.

Ik denk dat ik hem geen groter plezier had kunnen doen door mezelf hardop af te vragen of ik niet beter in Amsterdam had kunnen blijven.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.