Opinie

Beloon de leraar die langer werkt

Er is geen tekort aan leraren, als je leraren die twee of drie dagen werken prikkelt om daar vier of vijf van te maken, en leraren uit krimpregio’s verleidt in grote steden te gaan werken, schrijft .

Nu het zomervakantie is, moeten directeuren van basisscholen het personeel voor het komende schooljaar al rond hebben. Het lerarentekort zal daarbij vast een rol hebben gespeeld. Dat stond samen met de werkdruk en de salarissen het hele jaar op de agenda. In de politiek, bij koepelorganisatie PO-raad, bij ouders, schooldirecteuren, besturen en niet in het minst bij lerarenteams. Laten we deze problemen in het basisonderwijs, die met elkaar samenhangen, eens nader beschouwen.

Neem om te beginnen het lerarentekort. Deze term is volledig ingeburgerd. Er wordt mee bedoeld: er zijn te weinig leraren in het basisonderwijs. En dat is zorgelijk. Maar zijn er inderdaad te weinig leraren, of is er iets anders aan de hand?

Allereerst is het lerarentekort regiogebonden. Vooral de grote steden en de regio’s daaromheen ervaren het. In andere delen van ons land – de krimpregio’s – is er sprake van een terugloop van het aantal leerlingen en daar is het tekort aan leraren veel minder. Dus waar we in de ene regio schreeuwend behoefte hebben aan meer leraren, zijn die er in andere delen van datzelfde land wel. Je zou zeggen dat daar een deel van de oplossing ligt. En tóch zie je weinig beweging ontstaan. Er zijn niet veel leraren die verhuizen naar die regio waar ze wél aan het werk kunnen. Een eerste vaststelling lijkt dus dat er wel leraren zíjn, maar dat ze niet altijd op de juiste plek zijn en er meestal ook niet naar toe gaan.

Een ander gegeven: in het basisonderwijs is meer dan 80 procent van de leraren vrouw. En het overgrote deel werkt parttime. Twee dagen per week is heel gangbaar. Voor een kleine aanstelling gaat niemand snel verhuizen. Meestal is die vrouw geen hoofdkostwinner, dus is de prikkel om die stap te zetten niet zo groot. Dus is er een lerarentekort? Naar mijn idee zijn er leraren genoeg, maar zijn ze niet genoeg verdeeld over ons land én werken ze in veel gevallen in kleinere aanstellingen. Om een klas elke dag te bemensen heb je vaak twee – en soms drie – docenten nodig. Dus ook het parttime werken van leraren is mede oorzaak van het probleem. Zolang daar niets verandert, zal het ‘lerarentekort’ niet opgelost worden. Als die leraren meer dagen gaan werken, is een groot deel van het ‘tekort’ verdwenen. De uitdaging ligt in het stimuleren en in gang zetten van die beweging.

Specifieke financiële prikkels

Een generieke salarisverhoging helpt niet. In de achterliggende periode is er een behoorlijke verhoging geweest – en terecht. Maar die heeft niet geleid tot vermindering van het ‘lerarentekort’. Inmiddels klinkt alweer de roep om verhoging, met als één van de argumenten het lerarentekort. Waarom zou ditmaal een verhoging van het salaris wél werken?

Is er dan geen financiële prikkel die bij dit vraagstuk kan werken? Jazeker: differentiëren in beloning. Het uitgangspunt moet uiteraard een goed basissalaris voor de leraar zijn. Daarbij kun je aan een opslagfactor denken voor iedereen die werkt boven de 0,5 fte; de leraar met een fulltime aanstelling krijgt de hoogste opslag. Op die manier stimuleer en verleid je mensen meer te gaan werken. Voor jongeren die aarzelen of ze zullen kiezen voor het onderwijs is dat vast aantrekkelijk. In de zijlijn bestaat de mogelijkheid dat meer mannen kiezen voor een baan in het basisonderwijs.

Zo doe je echt iets aan het vervullen van de vacatures en het heeft bijkomende voordelen: een klas met meer leraren is voor niemand ideaal – niet voor de school, niet voor leraren en niet voor leerlingen en ouders.

Als minder leraren méér werken doet dat de school goed. Er gaat minder tijd verloren met het overdragen van werk aan elkaar, overleggen gaat gemakkelijker tussen minder mensen, het complete team is op meer momenten bij elkaar. Dat is ook een begin van een oplossing voor de werkdruk. Misschien niet genoeg, maar wel een stap voorwaarts.

Anders denken

Let wel: het staat iedereen vrij te kiezen voor een deeltijdaanstelling. Er kunnen redenen zijn voor die keuze. Ik torn zeker niet aan die keuzevrijheid. Wat ik wél wil bepleiten is dat beloning een prikkel wordt om te kiezen voor een grotere aanstelling. Zó denken over beloning en stimulans vraagt een open houding.

Deze oplossingsrichting zal in het onderwijs niet direct omarmd worden. Ze lijkt te schuren met het gelijkheidsdenken in samenleving en onderwijs. En tóch lijkt het me de moeite waard anders te gaan denken. Daar is aanleiding voor, want er nog niets geweest dat wél werkt. Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Dit idee vraagt dus moed. Van overheid, PO-raad, vakbonden, schoolbesturen, directeuren en van de leraren zélf. Maar als we met elkaar echt grote zorgen hebben, zullen we dit gesprek moeten aangaan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.