Afvalverwerker die goudmijn moest worden, bleek een puinhoop

Afvalverwerker Het Amsterdamse Afval Energie Bedrijf is voorlopig gered door de gemeente en banken. Er zijn al jaren financiële problemen.

Huisvuil in een hal van AEB op de Amerikahavenweg in Amsterdam.
Huisvuil in een hal van AEB op de Amerikahavenweg in Amsterdam. Foto Mariette Carstens / HH

De meest efficiënte, duurzame afvalverwerker ter wereld moest het worden – én een goudmijn voor de gemeente Amsterdam. Maar de financiële situatie bij het Afval Energie Bedrijf (AEB) is dermate rampzalig dat het bedrijf de afgelopen weken op omvallen stond.

Dinsdagochtend werd bekend dat vier banken en de gemeente een noodkrediet verstrekken aan de noodlijdende afvalverwerker. Het gaat om 22 miljoen euro, waarvan 10 miljoen afkomstig is van het bankenconsortium en 12 miljoen van de gemeente, eigenaar van het bedrijf. Hiermee is de AEB voorlopig gered – en de afvalverbranding in Amsterdam gegarandeerd.

De crisis bij het AEB begon drie weken geleden, toen het bedrijf vier van de zes verbrandingsovens stillegde. De afvalverbrander stond al enige tijd onder verscherpt toezicht van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, die na een aantal branden vond dat de veiligheid in het complex niet meer gegarandeerd kon worden. Reden: personeelstekort en gebrekkig onderhoud aan de installaties.

Sindsdien draait het AEB nog maar op 30 procent van zijn capaciteit. Het gaat zes tot negen maanden duren voordat alle ovens weer in gebruik zijn – en dus was er een acuut financieel probleem. Twee weken geleden werd de Amsterdamse gemeenteraad in het geheim geïnformeerd over de nijpende situatie, de afgelopen dagen werd er koortsachtig onderhandeld.

Napolitaanse toestanden

Met de financiële injectie is een acute sluiting van de AEB voorkomen, maar het merendeel van de ovens blijft gesloten tot alle technische euvelen verholpen zijn. Tot Napolitaanse toestanden – rottend, opgehoopt huisvuil – zal dat in Amsterdam niet leiden: ook met de beperkte capaciteit kan het vuilnis van alle hoofdstedelijke huishoudens worden verwerkt.

Wel dreigde er een infarct in de landelijke afvalverwerking. Het meeste afval in de Amsterdamse installatie is namelijk niet afkomstig van huishoudens, maar van bedrijven. Ook komt er afval uit het Verenigd Koninkrijk. En die stroom kan de AEB niet aan. De elf andere afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) in Nederland nemen het Amsterdamse bedrijfsafval nu voorlopig over, maar daar moet het AEB wel voor betalen – en dat kon tot dinsdag niet.

En ander probleem is nog niet opgelost. De AEB verwerkt ook het slib uit de Amsterdamse riolen. Het gaat om grote hoeveelheden: per dag zo’n acht vrachtwagens uit de rioolwaterzuivering. Die moeten nu tijdelijk naar elders. Als er niet „binnen twee weken” een landelijke oplossing komt, waarschuwt een woordvoerder van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, dan dreigt het slib in het oppervlaktewater terecht te komen. „Dat willen we koste wat kost voorkomen.”

De problemen bij het AEB gaan al veel verder terug. De huidige ovens in het Westelijk Havengebied – kosten: 450 miljoen euro – werden in 2006 geopend. Het was de grootste, meest innovatieve installatie van Nederland: afvalverbranding én energieopwekking ineen. Het gemeentebestuur moest als eigenaar wel meteen 135 miljoen bijpassen, onder meer vanwege technische problemen.

Een jaar later constateerde een onderzoekscommissie dat de gemeente de bouw van de vuilverbranding volkomen onderschat had. De leiding van het bedrijf en de wethouder „reageerden onvoldoende op diverse en veelvuldige signalen over problemen in het project”, zo staat in het rapport.

Behalve die moeizame start bleek de AEB ook al niet de goudmijn te zijn waarop de gemeente had gehoopt. „Toen de centrale openging, leek energie opwekken uit afval een geweldige investering”, zegt Carolien Gehrels (PvdA), destijds als wethouder verantwoordelijk voor het AEB. „Garbage is gold, was het motto. Maar toen begonnen de energieprijzen onverwachts te dalen, waardoor de opbrengst veel lager was.”

Het tweede euvel aan het businessmodel van het AEB: overcapaciteit in de vuilverbranding. Er zijn in Nederland meer dan genoeg installaties voor huis- en bedrijfsafval, zo bleek al gauw. Hierdoor daalde de opbrengst van het AEB verder. „Het stadsbestuur dat besloot tot de bouw van de nieuwe installatie had dat eigenlijk moeten zien aankomen”, zegt oud-raadslid Paul Guldemond (D66), die zich jarenlang in het Amsterdamse afvaldossier verdiepte. „Maar toch ging de bouw door.”

In 2014 werd het AEB verzelfstandigd, onder meer om buitenlands afval te kunnen aantrekken. Toch bleven de opbrengsten pover – en moest er telkens geld bij. „Een aantal jaar geleden is het bedrijf gaan beknibbelen op regulier onderhoud”, zegt Guldemond. „Dat is waarschijnlijk de opmaat geweest naar de huidige technische problemen.”

In ruil voor het noodkrediet moet het AEB twee nieuwe commissarissen aanstellen die door de gemeente zijn aangedragen. Ook komt er een chief restructuring officer, die een financieel plan voor de langere termijn gaat opstellen. Om het AEB in de toekomst te laten draaien, zijn vermoedelijk nog tientallen miljoenen nodig.

Faillissement geen optie

Een faillissement van het AEB was voor de gemeente Amsterdam eigenlijk geen optie. Niet alleen zouden de honderden miljoenen die in het bedrijf gestopt zijn verloren zijn gegaan – de stad is ook nog op een andere manier afhankelijk van het AEB. Dertigduizend huishoudens hebben geen gas maar stadsverwarming, en die krijgen ze via de hitte van de afvalovens. Zij waren dit najaar mogelijk in de kou komen te zitten als het bedrijf zijn deuren had gesloten. Bovendien heeft het linkse college grootse plannen om de rest van de stad van het gas af te halen.

Ondanks de miljoenenredding gaat het AEB door met de plaatsing van noodaggregaten, zegt een woordvoerder. Die zouden dit najaar nodig kunnen zijn als de vier ovens nog buiten gebruik zijn. Waar die aggregaten op draaien? Diesel. Geen aantrekkelijk vooruitzicht voor het groene stadsbestuur.

Update 23-07-2019: Dit artikel is aangepast na het verlenen van het noodkrediet.