Recensie

Recensie Muziek

Sfeer is alles op de Zwarte Cross

Festival Zwarte Cross Als het maar leuk is. Dat lijkt het belangrijkste criterium voor de Zwarte Cross. Maar wie zijn best doet, wordt beloond.

Een stuntrijder op festival Zwarte Cross in Lichtenvoorde.
Een stuntrijder op festival Zwarte Cross in Lichtenvoorde. Foto Eric Brinkhorst

Wat er ook gebeurt, de Duitsers scoren altijd in de laatste minuut. Die stokoude voetbalwet gold zaterdag ook op de Zwarte Cross, het vierdaagse bacchanaal van de Achterhoek. Rond middernacht blies de Duitse kitsch-raver Scooter het laatste stof uit de oren van de 220.000 bezoekers die naar de broeierige steppe van Lichtenvoorde waren getrokken.

Dat zo’n uitgerangeerde artiest headliner is op de belangrijkste dag zegt alles over de pretenties van het festival: het hoeft niet goed te zijn, als je er maar om kunt lachen. Scooter verwoordde dat zelf het best met zijn schorre slogan in dat heerlijk foute accent dat je verder alleen in slechte oorlogsfilms hoort: „It’s nice to be important, but it’s more important to be nice!”

Dat bleek eerder die dag ook al bij het optreden van een andere Duitser: schlagerkoning Heino. Dat hij zijn tachtigste verjaardag eerder dit voorjaar al uitgebreid had gevierd met een uitverkochte afscheidstournee, wilde natuurlijk niet zeggen dat hij voor Lichtenvoorde (en een flinke zak extra knaken) geen uitzondering kon maken. „Holla di holla di ho!” Tijdens wat dan misschien wél echt zijn aller-aller-laatste Nederlandse show was, grepen de Achterhoekse weergoden in. Nadat het veld tijdens ‘Rosamunde’ collectief de polonaise gelopen had, spoelde een hoosbui driekwart van de toeschouwers weg.

Heino op de Zwarte Cross:

Niets is onmogelijk

Sfeer is alles in Lichtenvoorde. En geheel volgens het thema ‘Niets is onmogelijk’ leek ook bijna alles te kunnen. Leken mochten meerijden met motorcrossers die achterwaartse salto’s sprongen. Mindervaliden kregen een eigen camping. Behalve het zwaar geliefde Broodje Unox kon je in sterrensnacktent ‘Le Clique Claque’ ook kaviaar, kreeft of truffel uit de muur trekken.

Zie ook: De Zwarte Cross 2019 in beeld

Dat een echt zinderende hoofdact ontbrak (of teleurstelde, zoals vrijdag Black Eyed Peas) zal Zwarte Crossers een zorg zijn. Het meeste zweet en bier vloeide zaterdagmiddag in de kolkende Megatent waar één gast in een rood colbert meebrulde met een geluidsband en dertienduizend man „NAAR LINKS!!!” en „NAAR RECHTS!!!” liet springen: Snollebollekes. Na een half uur was de veldslag voorbij. „We moeten door naar Veghel! Want ja, die betalen ook!”

Als er zoveel kitsch is, wie maalt er dan om ware kunst? Je favoriete bands luisterde je gewoon in de Undercovertent waar gelauwerde musici Radiohead, Green Day en Pearl Jam vertolkten en zelfs helden als Tom Petty, Amy Winehouse en Aretha Franklin tot leven wekten.

Niks is onmogelijk, het motto van de Zwarte Cross. Foto Eric Brinkhorst

Was alles dan – om met Scooter te spreken – alleen maar nice, en niets important? Toch wel, maar daarvoor moest je wel op zoek naar spelden in het dorre Gelderse gras. Zo kregen Neerlands opwindendste gitaarbandjes van het moment – Canshaker Pi en Mozes and the Firstborn – allebei strafcorvee: zij moesten respectievelijk op vrijdag en zondag als eerste spelen in rockschuur Roadhouse. Mozes-bassist Corto Blommaert had een truc om de slaperige meute op gang te krijgen: „Wie vooraan gaat staan krijgt een blikje bier!”

Terwijl de oude meute zich zaterdag bij het hoofdpodium vergaapte aan (de zoveelste versie van) reggaeband The Wailers, schreeuwde iedereen onder de achttien zich hees (en moshte zich blauw) bij de Amsterdamse rapper Bokoesam. In hiphoptent The Noaberhood werd hij overstemd door de harder en zonder autotune meebrullende minderjarigen.

Blote billen

Nog spannender en gevaarlijker was rapper Ray Fuego, die een gouden carrièreswitch maakte en tegenwoordig punkzanger is van het scheurkwartet Ploegendienst. Bezeten blafte hij in de Roadhouse alle frustraties van zich af, of het nu over de door toeristen (‘kankertoeries’) overbevolkte hoofdstad ging, of zijn aanvaringen met de sterke arm (‘Woutje In De Fik’). Voordat hij aan zijn recalcitrante masturbatie-ode ‘Pikkie In Me Sok’ begon, roffelde hij met de vuisten op zijn getatoeëerde borstkas en vervolgens met platte handen op zijn blote billen.

De Bayou, een van de podia op de Zwarte Cross. Foto Eric Brinkhorst

Andere hoogtepunten: de crowdsurfende rolstoeler tijdens de blazende rockshow van Tusky in de Roadhouse. Het hete hillbilly-honk Bayou, waar onafgebroken racend gitaar- en banjogetokkel klonk. Tim Knol deed het daar voortreffelijk met zijn Bluegrass Boogiemen, maar het Amerikaanse Pert Near Sandstone had een extra troef: geniale percussie via de hakken van hun tapdanser. En wat stond zanger Peter te Bos heerlijk te grijnzen tijdens de rock-’n’-roll-hoogmis van Claw Boys Claw. Net als vorig jaar dook hij de zaal in, tot hij halverwege in de moshpit omlaag lazerde, en vrolijk naar buiten hoste. „Wat zijn jullie wild!”

Werkelijk wonderschoon was het verrassingsoptreden van The Shavers, zaterdagavond op het Tweetakt-terras. Aan zanger en medisch wonder Johannes de Boom is al het nodige gerepareerd, maar ondersteund door drummer Theo de Jong en diens 15-jarige zoon Eg op gitaar bleef hij volharden in de filosofie van zijn levensliederensurfrock. „Drink toch met ons mee”, zong hij met bibberende armen en door de reuma kromgetrokken vingers vanuit zijn rolstoel, „Laat je lever drijven, we nemen er nog twee.” Ook al keken er maar een stuk of honderd, alle 220.000 Zwarte Crossers waren het roerend met hem eens.

Correctie: In een eerdere versie van dit verhaal werd rapper Bokoesam per ongeluk Boekosam genoemd, dit is aangepast.