Als er in Parijs maar een Fransman op het hoogste treetje staat

Bergetappes Op zaterdag juichen ze voor Julian Alaphilippe, een dag later voor Thibaut Pinot. Heel Frankrijk snakt naar een Franse Tourwinnaar.

De Fransman Thibaut Pinot zondag tijdens de beklimming van de Foix Prat d’Albis
De Fransman Thibaut Pinot zondag tijdens de beklimming van de Foix Prat d’Albis Foto Marco Bertorello

Een luid applaus trekt zaterdag door de perszaal van La Mongie, een skioord vlak onder de top van de Col du Tourmalet. Zelfs Franse journalisten kunnen zich niet langer inhouden. Ze vertegenwoordigen een natie in vurige verwachting, want als ze zien dat Julian Alaphilippe in de eerste echte test in de Pyreneeën met de besten mee omhoog kan, makkelijk zelfs, beginnen ze te geloven in iets wat in geen 34 jaar gebeurd is; een Franse Tourwinnaar, Bernard Hinault was in 1985 de laatste.

De hoofdpersoon wuift dat zelf steeds weg. ‘Loulou’ bekijkt het in de Tour dag bij dag, in de wetenschap dat hij de afgelopen weken al zoveel gegeven heeft en in een ronde over drie weken nog nooit iets te verdedigen had.

Oppermachtig

Oppermachtig als hij dan nog is laat hij de ritzege zaterdag aan zijn landgenoot Thibaut Pinot, wellicht in de hoop dat hij met diens ploeg FDJ een verbond kan sluiten voor verderop in de Tour. Die fase in de wedstrijd is aangebroken, met Parijs nog maar een week ver; ik help jou aan de rit, en jij rijdt voor mij als ik onder druk kom te staan. Maar een nachtje slapen later is alles anders. Pinot blijkt veel meer te willen dan een ritje winnen in de Ronde van Frankrijk, de derde uit zijn loopbaan.

Hij is niet in deze Tour van start gegaan voor een rol in de schaduw van een ander, of om vriendjes te maken, hoe verrassend de drager van het geel ook in de rondte rijdt. Híj wil degene zijn die zijn land verlost van een decennialange droogte, daar kan geen sportieve vriendschap tegenop. Pinot weet ook dat het dit jaar mogelijk is, met een parcours dat hem past als een jas, precies zoals Tourorganisatie ASO het bedoeld heeft: weinig tijdrijden, en heel erg veel klimmen. ‘L’année ou jamais’ kopte de Franse sportkrant L’Équipe vlak voor de Tourstart in Brussel – het is nu of nooit, temeer omdat de twee grootsten, Tom Dumoulin en Chris Froome, geblesseerd thuiszitten.

Foto Marco Bertorello/AFP

En dus laat Pinot alles en iedereen achter op de slotklim van zondag, de Prat d’Albis, een smal, steil en onregelmatig kreng van een col, voor de eerste keer in het Tourparcours opgenomen. Voor hem uit rijdt nog Simon Yates, die zijn tweede rit in betrekkelijke anonimiteit wint, maar de Fransen kijken naar Pinot, die zich met vinnige pedaalslagen bijna op het podium in het algemeen klassement fietst. In wind en regen, zoals hij het wel vaker meemaakt in zijn thuisstreek in de Vogezen, pakt hij tijd op alle mannen voor hem: op Geraint Thomas, op Steven Kruijswijk, op Egan Bernal, en hij zorgt er ook voor dat zijn landgenoot in het geel voor het eerst deze Tour piept en kraakt.

Mediaverplichtingen

Vijf kilometer onder de top kan Alaphilippe het tempo niet meer aan, het was al twee weken wachten op dit moment. Al die dagen in de gele trui, met na elke etappe de urenlange mediaverplichtingen, het begint hem dan toch op te breken. Na zijn winnende tijdrit op vrijdag sliep hij maar drie uurtjes, strak van de adrenaline.

Lees ook: Waar eindigt dit met Julian Alaphilippe?

Even kon Alaphilippe proeven wat hem te wachten staat als hij over een week nog steeds in het geel staat. Op zaterdag kon hij nog boven zichzelf uitstijgen, maar ook zijn lichaam kent grenzen. Hij knijpt zijn ogen dicht van ellende, het slijm hangt in dikke klodders in zijn vlasbaard. Op Pinot verliest hij bijna een minuut, op Kruijswijk en Thomas ruim dertig seconden, maar hij behoudt wel de gele trui, met een marge van 1 minuut 35. Wellicht dat de argwaan rond zijn fabelachtige presteren heel even minder wordt, en hij in relatieve kalmte van de tweede rustdag kan genieten, evenwel als de leider in de wedstrijd. Maar zijn licht lijkt te doven.

Het weekend was van Thibaut Pinot, hij gaat de rustdag in als vierde, op drie luttele seconden van Kruijswijk en op vijftien van Geraint Thomas. De afstand tot Alaphilippe is met 1 minuut 50 nog wel groot, maar ook weer niet onoverbrugbaar, als hij zijn goede vorm in de laatste week weet vast te houden.

Foto Christophe Ena/AP

Pinot is bergop de beste renner in koers, juist daar kraakt zijn landgenoot. En er komt nog heel veel bergop deze Tour, in de Alpen, op donderdag, vrijdag en zaterdag. Zes keer gaat het boven de 2.000 meter. Het is dat Pinot tijd verloor in de tiende rit naar Albi, toen het peloton in waaiers werd getrokken en hij in de verkeerde groep zat, anders had hij nu al bijna in het geel gestaan.

Voor de Fransen maakt het geen verschil, Alaphilippe of Pinot op het hoogste treetje in Parijs. Als het maar een landgenoot is. Gek worden ze van de buitenlandse overheersing, vooral uit Britse hoek, de afgelopen jaren. Naar verluidt werd titelverdediger Thomas zaterdag op de flanken van de Tourmalet door het publiek maar weer eens uitgejouwd, zoals het vorig jaar ook ging onderweg naar de Alpe d’Huez, en in de jaren daarvoor met Chris Froome – het was vaak op het gênante af. In juli wint in Frankrijk het verlangen van de sportiviteit. Wat zal het een volksfeest zijn, volgende week zondagavond op de Champs-Elysées, als het zo moge zijn.

Maar er zijn nog genoeg kapers op de kust. Ze komen uit alle windrichtingen: Colombia (Egan Bernal), Wales (Geraint Thomas), Duitsland (Emanuel Buchmann) en Nederland (Steven Kruijswijk). Die vier mannen staan binnen 2 minuten en 14 seconden.

Lees ook: Het venijn zit in de laatste etappes

Tijd pakken

„De ene dag pak je wat tijd op de ene, de andere dag verlies je op de ander”, vatte Kruijswijk het samen, even simpel als doeltreffend. „Maar ik denk dat ik er nog goed voor sta.” Op zaterdag won hij, op zondag verloor hij. „Maar een dag in de Tour maakt nog geen eindklassement. Je moet blijven knokken tot het einde.”

De Tour is in geen jaren zo leuk geweest. Nu blijkt dat Team Ineos (voorheen Sky) de benen niet heeft om het peloton de wil op te leggen, is elke bergetappe met aankomst op een berg een feest om naar uit te kijken. Niemand steekt erboven uit, iedereen denkt te kunnen zegevieren, en dat is een zege voor de wielersport. Wie over een week ook de eindwinnaar blijkt.