Steven Kruijswijk: ‘Voorlopig is die in het geel er nog niet af’

Terwijl de favorieten op weg naar de top van de Tourmalet een voor een tijd verliezen, staat Steven Kruijswijk nog steeds op een podiumplaats. Het verschil met geletruidrager Julian Alaphilippe is ruim twee minuten.

Geletruidrager Julian Alaphilippe rijdt over de finish bij de Tourmalet. Kort achter hem volgt Steven Kruijswijk.
Geletruidrager Julian Alaphilippe rijdt over de finish bij de Tourmalet. Kort achter hem volgt Steven Kruijswijk. Foto Thibault Camus/AP

Het is de eerste echt zware bergetappe deze Tour, met finish op de ruim tweeduizend meter hoge Col de Tourmalet, en als Steven Kruijswijk in de laatste kilometers voor zich kijkt, ziet hij de schouders van twee ploeggenoten, op een groep van elf man. Dat is hem zelden gebeurd, zoveel steun zo diep in de finale van een bergrit. Niet het grote Ineos dicteert, maar Jumbo-Visma bepaalt hoe hard het gaat. Ze hebben overtal. Laurens De Plus en George Bennett hebben zich aan kop gezet en rijden met een beangstigend beenritme omhoog. De overtuiging spat eraf, zoals al bijna twee weken. En met de kilometer neemt het vertrouwen toe.

Als De Plus op 2,5 kilometer van de finish moet uitsturen, neemt Bennett het zonder aarzelen over. Hij versnelt zelfs, maar dan grijpt Kruijswijk naar de microfoon die onder zijn wielershirt zit geplakt. Dit is te enthousiast, het tempo mag wat lager. Kruijswijk weet wat er in de laatste kilometer nog komen gaat en hij wil energie overhouden om te kunnen sprinten.

Een schokgolf trekt dan door de perszaal in het skidorp La Mongie, drie kilometer onder de top van de Tourmalet. Titelverdediger Geraint Thomas moet een gaatje laten dat steeds groter wordt. De Welshman heeft een slechte dag, hij zal in de laatste kilometer dertig seconden verliezen.

Dat geldt niet voor de man in het geel, Julian Alaphilippe. Over de Col du Soulor danst hij met de besten mee omhoog, en ook op een slotklim van buitencategorie wankelt hij geen moment. Hij kiest gewoon een wiel, soms dat van Thomas, dan weer dat van Kruijswijk, en hij peddelt op het oog kalmpjes mee. Ook als Enric Mas bergop tekortkomt, de man die bij zijn ploeg eigenlijk als leider is aangewezen, raakt de Fransman geenszins in paniek. Hij kan met de besten mee. Langzaamaan begint hij te geloven in iets bijzonders. „Ik keek niet naar anderen, maar dat moet ik nu wel gaan doen.”

Éen grote rollercoaster

Voor de rit van zaterdag was de vraag of hij een aankomst bergop, en dan ook nog op grote hoogte, wel kon bolwerken, zeker omdat zijn Tour al zo lang één grote rollercoaster is. Terwijl zijn concurrenten na een etappe aan hun herstelmaaltijd kunnen, soms al kunnen douchen in de bus van hun ploeg, moet de leider in klassement na de huldiging nog een uur lang met de media praten. Het is de vloek van de gele trui. Maar Alaphilippe zit op een wolk, is in de vorm van zijn leven, en blijft elke dag boven zijn kunnen presteren. „Hij leeft op emotie”, zou Laurens De Plus later zeggen, vorig jaar nog zijn ploeggenoot. „Ik hoop dat hem dat krachten kost”.

Op zevenhonderd meter van de top van de Tourmalet rijden nog zes eliterenners bij elkaar. Ze zitten allemaal aan hun limiet als er een laatste gemene hindernis volgt, een strook van bijna tien procent, daar was Kruijswijk op voorbereid. Thibaut Pinot zet aan, hij wil de etappe winnen, zeker nu hij weet dat president Emmanuel Macron aan de finish staat. Hij rijdt zes tellen weg van de rest. Heel even wil Alaphilippe achter zijn landgenoot aangaan, maar hij doet het niet, kijkt in plaats daarvan opzichtig achterom om te zien of zijn concurrenten hem kunnen passeren en komt tot de conclusie dat hij veilig is. De dagzege laat hij aan Pinot, de twee mogen elkaar graag. Met zijn tweede plaats pakt hij ‘gewoon’ weer zes bonusseconden en verstevigt hij zijn leidende positie, Kruijswijk volgt op plek drie.

Aan de teambus van Jumbo-Visma heerst even later een jubelstemming. Ze rijden – alweer – boven verwachting goed. „We hebben misschien niet de gele trui, maar we leven wel al sinds het begin van de Tour in een gele droom”, zegt De Plus terwijl hij op een hometrainer zijn benen los trapt.

Al dat succes – vier etappezeges, Kruijswijk op een podiumplaats – maakt iets bijzonders los in de ploeg. „Er is echt een eenheidsgevoel”, zegt De Plus met een grijns op zijn gezicht. Ze beginnen bij Jumbo-Visma te beseffen dat er misschien nog wel meer te halen is. De Plus: „Ik denk dat hij hem gaat pakken.”

Achter De Plus is ook George Bennett euforisch aan het uitfietsen. Op een kilometer van de top dacht hij het voor het eerst: „Misschien kunnen we de Tour wel winnen”. Hij had tot zijn eigen verbazing gezien hoe de favorieten een voor een tijd verloren, en hoe zij daarna de baas waren. „We moeten blijven doen wat we nu doen. Ik geloof in Stevie. Maar we moeten niet te vroeg juichen.”

Van die nuchtere school is ook Kruijswijk zelf. Steeds als journalisten tegen hem beginnen over een podiumplaats en meer, tempert hij de verwachtingen. Hij weet als geen ander hoe het is om in de laatste week van een grote ronde te verliezen – in de Giro van 2016 reed hij met minuten voorsprong in een sneeuwmuur en was zijn zekere zege verdampt voordat hij het doorhad. „Het was een goede dag”, zegt hij met een fris gelaat, koerspetje op zijn hoofd, zonnebril erboven. „En ik heb er vertrouwen in dat we ver kunnen komen. Maar we moeten niet smijten met onze krachten. Voorlopig is die in de gele trui er nog niet af.”