Brieven

De jeugd van je kind is er maar een keer

Het werd me zo’n tien jaar geleden al duidelijk, als beginnend volwassen speeltuinbezoeker, dat de meeste ouders voornamelijk betrokken waren met dat wat zich via hun mobiel aandiende. Tjip de Jong ziet het in de vakantie: gezinnen waarbij de ouders meer met hun telefoon bezig zijn dan met hun kinderen (Lieve ouders, leg die telefoon eens weg, 17/1, NRC Onderwijsblog). Wat dat voor betreffende kinderen betekent, daarover heb ik geen enkele onderbouwde mening; wel over wat dat voor de betreffende ouders betekent.

In het verleden was er in NRC een rubriek waarin mannen die naar maatstaven van economisch succes en maatschappelijke macht werden geselecteerd voor een interview op gevorderde leeftijd. Altijd was er de vraag of ze ergens spijt van hadden. Steevast was dan het antwoord: ‘dat ik m’n kinderen niet heb zien opgroeien en alleen maar met mijn werk bezig was’. De desbetreffende kinderen zullen de nodige voordelen hebben genoten van de bijkomende middelen die de ‘alleen maar met zijn werk bezig zijnde ouder’ met zich meebrengt. Voor de ouder zelf is er wellicht ook nog compenserend geluk uit de verkregen middelen en status.

Maar nu zie ik dus al bijna tien jaar lang ouders het grote geluk van ‘kinderen zien opgroeien’ verkwanselen, starend naar en typend op hun mobiel. Zonder dat hier compensatie tegenover staat in de vorm van geld of status – de indruk dat daar aan gewerkt wordt op het mobieltje heb ik althans niet.

Ik zou ze van harte willen aanraden de rijkdom van aandacht voor en interactie met het kind in je nabijheid voor je eigen geluk aan te grijpen. Er is geen ‘undo’ knop op het meebeleven van de jeugd van je kind.