De emblemen zitten verborgen onder de Harley-jasjes

Motorrijders Dit jaar mocht de Harleydag in Woerden weer doorgaan, nadat de gemeente hem vorig jaar afgelastte. „De media zetten die gasten in een kwaad daglicht.”

De 18e Harleydag in Woerden, die dit jaar weer door mocht gaan.
De 18e Harleydag in Woerden, die dit jaar weer door mocht gaan. Foto Vincent Jannink/ANP

‘Bikers welkom’, staat zaterdag in grote letters boven de ingang van de Harleydag in Woerden. Net onder de poort door staan de huisregels die sinds deze achttiende editie gelden, duidelijk leesbaar voor arriverende motorrijders. De opvallendste gaan over motorclubs: die zijn niet welkom. Als individuele leden toch het terrein op willen, mogen zij onder geen beding hun clubkleuren zichtbaar dragen.

Vorig jaar werd de vergunning voor de motordag op het laatste moment ingetrokken. De gemeente dacht de veiligheid niet te kunnen garanderen. Het was kort na de raketbeschieting van de redacties van Panorama en Nieuwe Revu. Bij die aanslag was een in Woerden woonachtig lid van Caloh Wagoh MC Main Triad betrokken, een motorclub die in die tijd vaker voor ongeregeldheden zorgde in de Woerdense horeca.

Sindsdien heeft de Nederlandse rechter maar liefst vier motorclubs verboden: Bandidos, Satudarah, No Surrender en de Hell’s Angels. Toch gaf de gemeente dit jaar weer een vergunning – mits de organisatie dragers van clubkleuren zou weigeren. Organisator Hennie Achterberg zet tevreden om zich heen kijkend zijn zonnebril af. Na een ochtend vol regen en onweer is het opgeklaard en zorgt de zon voor een stomend Exercitieveld. Nu het droog is, stroomt het terrein snel vol. „Gelukkig maar”, lacht Achterberg. „Anders hadden we hier met twintig man gezeten, ook gezellig, maar dan waren we om twaalf uur wel uitgepraat.”

Lees ook: Hoe pak je motorclubs aan?

Achterberg is blij dat het feest dit jaar weer door kon gaan. „Het is zeventien jaar goed gegaan, natuurlijk gaat het dit jaar ook weer goed. De man die betrokken was bij die aanslag, woonde hier net een maand.” Het is een dag „voor mensen die van muziek en een biertje houden”, zegt Achterberg. „En natuurlijk een treffen van gelijkgestemden met een passie voor motoren, specifiek de Harley.” Maar ook mensen die niks met motoren hebben, zijn welkom.

Bebrild hondje

Het blijft de hele middag rustig en gemoedelijk. Omwonenden en toevallige passanten kijken hun ogen uit, bukkend om de motor goed te kunnen bekijken, wijzend en foto’s makend. Sommige bezoekers mogen onder toeziend oog van de eigenaar even op een motor plaatsnemen. Onder de voertuigen die onder de poort door komen – alleen Harley-Davidsons zijn welkom op het veld – kan vooral een man die met zijn bebrilde hondje aan komt rijden op een enthousiast onthaal rekenen. Een uitzondering op de Harleyregel wordt gemaakt voor een oudere mevrouw op een scootmobiel, ook zij mag onder de poort door.

Langs de randen van het naar leer en uitlaatgassen ruikende veld staan kraampjes met Harley-accessoires, van kleding tot metalen borden voor aan de muur. Rond de twee podia bevinden zich aan weerszijden een ‘vreterij’, ‘schijterij’ en ‘zuiperij’. Pal naast het springkussen voor de kinderen staat een stand waar bezoekers kunnen boogschieten. De band Hooked Up kondigt een pauze aan. „We zijn zo terug, nu eerst even brommers kieken”, grapt de zanger. Gejoel stijgt op vanuit het veelal getatoeëerde publiek.

Bezoeker Geert Vloedgraven staat naast de poort de binnenkomende motoren te bekijken. „Geniet van het leven, het duurt maar even toch?” Dat is zijn motto. En het bezoeken van dagen als deze hoort daarbij. „Ik ken mensen van al die clubs en het zijn prima gasten, maar de media zetten ze in zo’n kwaad daglicht”, gromt hij. Een vriendin van Geert, die net aankomt, lacht hem uit als hij vertelt dat hij net een Harleydag-shirt heeft bemachtigd. „Hij heeft niet eens een Harley, hij is een Ho-Ho.” Een Honda-rijder.

‘Elke rotonde is een hel’

Hovenier Dick Heijkamp, zonnebril achterstevoren op zijn hoofd, staat trots naast zijn paarse, zelfgebouwde Harley met verlengde voorvork en open dragpipes. „Als ik na zes dagen werken thuiskom hoef ik er alleen maar even op te gaan zitten en de motor te starten. Dat gevoel is alles.” Op zijn leren mouwloze jasje prijkt een speldje van de Domtoren. Hij hoort bij HDC Utreg. Omdat zij geen motorclub, maar een Harley Davidson Club zijn, mogen zij hun kleuren wel dragen.

Hij kijkt en wijst om zich heen. Ze zijn er wel hoor, de Angels en vooral veel leden van Satudarah, zegt hij. Maar de emblemen zitten verborgen onder vesten en onder Harley-jasjes. „Het maakt ook niet uit, er komt toch geen gedonder”, zegt hij.

Van HDC Utreg is Heijkamp de enige die met de motor is, omdat hij niet drinkt. „Maar rijden is niet alleen maar leuk hoor, mijn Harley is niet gemaakt voor comfort. Elke rotonde is een hel met die verlengde voorvork. Maar ja, je hebt een Harley of je hebt er geen.”