Slagman Bryan Engelhardt in actie bij het World Port Tournament in Rotterdam.

Foto Robin Utrecht

Bryan Engelhardt: de schoonmakende homerunkoning van Nederland

De 37-jarige slagman Bryan Engelhardt combineert honkballen in het Nederlands honkbalteam met werken voor zijn eigen schoonmaakbedrijf. „Komt die homerun er niet, dan niet.”

De homerunkoning van Nederland is geen verwende prof die kan leven van zijn sport. Hij is een hardwerkende ondernemer die na avondtrainingen de auto instapt om de advocatenkantoren schoon te maken waar hij overdag niet aan is toegekomen.

„De tijden zijn veranderd”, zegt Bryan Engelhardt (37). „Homeruns betekenen niet meer alles voor me. In het Nederlands team ben ik lang dé man geweest, want ik kon de ballen over de hekken slaan. En ik denk dat ik me daar ook naar gedroeg. Er draaide veel om mij. Stond ik in het slagperk, dan was dat alleen maar om die homerun te slaan. Nu niet meer. Sinds ik een eigen schoonmaakbedrijf heb, ben ik volwassener geworden, socialer ook door het contact met klanten. Komt die homerun er niet, dan niet. Van vier honkslagen uit vijf slagbeurten word ik ook blij.”

Nieuwe episode

Ondanks zijn relativeringsvermogen is er onlangs toch een nieuwe episode in zijn carrière aangebroken. Engelhardt keerde na vijf jaar afwezigheid terug in het Nederlands team en werd opgenomen in de selectie voor het World Port Tournament (WPT) in Rotterdam. Hij hoopt komend jaar zodanig te presteren dat bondscoach Evert-Jan ’t Hoen hem meeneemt naar de Olympische Spelen van Tokio in 2020.

Vijf jaar eerder, in 2014, leek er een einde te komen aan zijn loopbaan als international. Toenmalig bondscoach Steve Janssen vond dat hij niet hard genoeg trainde. „Ik was moe”, zegt Engelhardt. „Ik was net mijn schoonmaakbedrijf begonnen en maakte lange dagen voordat ik ’s avonds op het honkbalveld stond. Wat mij betreft kon hij het door de vingers zien, aangezien ik wél presteerde, maar hij vond dat ik net als iedereen honderd procent moest geven. Een grote teleurstelling.”

Het interview vindt plaats in een Antilliaanse kapsalon in Hellevoetsluis. Doordat Nederland pas ’s avonds aantreedt op het WPT, kan Engelhardt na het gezamenlijke ontbijt er even tussenuit. Hij is veertig minuten later dan afgesproken. „Antilliaanse tijden, hè’’, zegt de bonkige slagman als hij het personeel omhelst. De kapper maakt foto’s en meldt op Instagram dat hij vereerd is dat een honkballer van het Nederlands team zijn zaak bezoekt. Uit een waterkoker schenkt hij verse muntthee. „Hoeveel suikerklontjes, Bryan?” Engelhardt: „Géén suiker. Honing graag.”

Engelhardt, geboren op Curaçao, let scherp op zijn voeding sinds hij twee jaar geleden concludeerde dat hij „geen nek meer had”. Hij was dik, zegt hij zelf. Hij ging kickbocksen in de school van Remy Bonjasky en verloor zeventien kilo in een jaar. Bewegen deed hij wel, maar met de focus op één specifieke beweging. Powerhitters als hij opereren vanuit stilstaande positie, schavend aan de swing die ooit hun handelsmerk is geworden. Weten waar de bal komt, indraaien, azend op de klap. Lopen was slechts bijzaak. Van honk naar honk. „Al was ik nooit langzaam.”

Zijn voormalig teamgenoot Tjerk Smeets zegt: „Bryan was zwaar, maar als je slaat als Babe Ruth [Amerikaanse honkballegende] hoor je daar niemand over.”

Foto Robin Utrecht

De beste klappers

Bij zijn debuut in 2002 sloeg Engelhardt uit zijn allereerste bal een homerun. Sindsdien werd hij zeven keer ‘Homerung King’ van de hoofdklasse. Ook dit seizoen leidt hij met zes homeruns het klassement, als speler van Quick Amersfoort, waar hij speelt met zijn broertje Rachid en zijn vader Stanley assistent-coach is.

Engelhardt: „Slaan begint al wanneer de teamgenoten vóór jou aan de beurt zijn. Dan stap ik de dug-out uit en ben ik on deck. Met de knuppel swing ik mee alsof ik zelf aan slag ben, kijkend hoe de pitcher gooit. Daarna kom ik één-op-één met de pitcher te staan. Het is een duel, maar zonder agressie. Hoe agressiever je bent, hoe kleiner de kans is dat je de bal raakt. Bij de beste klappers voel je niks aan de knuppel. Je merkt het aan het geluid, als de klap in je helm weerkaatst en om je oren blijft hangen. Dan weet je: die bal is weg. Hoe voller de honken, hoe makkelijker ik sla. Ik hou van die druk.”

Negentien was Engelhardt toen hij zijn ouders naar Nederland volgde. Zijn hele jeugd honkbalde hij op de stoffige velden in Willemstad en van daaruit maakte hij als tiener de overstap naar de Baltimore Orioles. De club uit de Noord-Amerikaanse Major League stalde hem bij een gelieerde ploeg in Venezuela. „Wedstrijden werden gestaakt door schietpartijen. Kinderen gooiden stenen naar spelers en wie ’s ochtends niet om acht uur klaarstond, moest anderhalf uur rondjes lopen. Een keiharde én angstige leerschool.”

Zijn broertje Rachid tekende later ook een contract bij Baltimore. Hij werd ondergebracht in de Dominicaanse competitie en haalde evenmin de Major League. „Een release komt hard aan”, zegt Engelhardt. „Ook al doe je het goed, clubs kunnen elk moment een speler van twee, drie miljoen halen die de voorkeur krijgt. Ze zeggen tegen mij weleens dat ik de Major League had kunnen halen. Maar ik zie ook spelers crashen die het ook niet hebben gehaald. Die stoppen helemaal met honkbal, zijn er klaar mee. Dan ben ik blij met wat ik heb opgebouwd, met mijn zaak en mijn gezin. Ik heb een mooi leven.”