Zuinige minister, topbankier en ‘gifkikker’

Roelof Nelissen 1931-2019 Binnen zijn partij werd Roelof Nelissen al op jonge leeftijd ontdekt. Later stond hij aan de wieg van de fusie van ABN en Amro.

Politicus en bankenman Roelof Nelissen (1931-2019).
Politicus en bankenman Roelof Nelissen (1931-2019). Foto Hollandse Hoogte

Toen Roelof Nelissen in 1961 gevraagd werd de politiek in te gaan, voelde hij daar weinig voor. De Zeeuw, die later tweemaal minister én topman van ABN Amro zou worden, werkte in die tijd voor een middenstandsorganisatie en wilde niets liever dan in het bedrijfsleven aan de slag. Dat hij zich toch liet verleiden tot een plek in de Tweede Kamer was eigenlijk alleen omdat hij die rol gewoon náást zijn dagelijkse baan kon doen, zei hij daar later over.

Niettemin maakte Nelissen, die donderdag op 88-jarige leeftijd overleed, in rap tempo indruk in Den Haag. Binnen regeringspartij KVP, de voorloper van het huidige CDA, zag onder meer fractievoorzitter Norbert Schmelzer de ijverige en zakelijke jurist wel zitten. Nelissen toonde zich een harde werker, met een fel, soms ronduit opvliegend karakter. Binnen zijn partij leverde hem dat de bijnaam „klein, groen gifkikkertje” op.

Dat Nelissen in 1970 minister van Economische Zaken werd, was mede aan diezelfde Schmelzer te danken. Na het aftreden van voorganger Leo de Block ging iedereen er vanuit dat staatssecretaris Ferd Grapperhaus (Financiën) voor de post gevraagd zou worden. Maar uiteindelijk kiest de partijtop voor Nelissen, een besluit waar hij zelf opnieuw niet echt warm voor liep.

Bij zijn aantreden temperde Nelissen, met 38 jaar de jongste in het kabinet, de verwachtingen meteen: de regering van premier Piet de Jong had nog maar één jaar te gaan, dus hij kreeg amper tijd zich te bewijzen. „Maar één troost is daarbij dat die periode ook te kort is om volledig te falen”, voegde hij daar in NRC aan toe.

Na de verkiezingen van 1970 kreeg Nelissen opnieuw een ministerspost, ditmaal op Financiën. In de twee kabinetten Biesheuvel stond hij als bewaarder van de schatkist een streng financieel beleid voor. Het was mede daardoor dat Biesheuvel I in 1972 viel. Lang zat Nelissen overigens niet zonder werk: op de dag dat hij zijn ontslag indiende, werd hij benaderd voor de functie in het bedrijfsleven waar hij al zo lang van droomde: een adviseursrol bij Amro Bank.

In de tien jaar die volgden, klom Nelissen op tot de raad van bestuur, waar hij verschillende rollen vervulde. In 1983 werd hij er de hoogste baas. Het duurde niet lang voordat Nelissen zag dat Amro op eigen kracht niet de „vooraanstaande” rol zou krijgen die hij voor ogen had. Eind jaren tachtig stuurde de oud-politicus daarom eerst aan op een fusie met de Belgische Generale Bank. Nadat die gesprekken misliepen, kwam de Nederlandse rivaal ABN in beeld, geleid door Rob Hazelhoff.

Op het eerste oog waren het bijna tegenpolen, de rustige, bedachtzame Hazelhoff en de bedrijvige, doelmatige Nelissen. Maar eenmaal in gesprek vonden de twee elkaar snel. Natuurlijk hadden ze de jaren ervoor al vaker naar elkaar gekeken, zei Nelissen daarover in 1992 tegen maandblad Bank- en Effectenbedrijf. Maar ditmaal waren ABN en Amro ongeveer even groot, het ideale moment voor een fusie. De onderhandelingen zelf waren „een kwestie van een paar zenuwachtige weekenden”.

Nelissen werd de eerste topman van het nieuwe bedrijf. Maar lang vervulde hij die rol niet. Want anders dan menigeen dacht, was hij „nogal lui van nature”, verklapte hij aan hetzelfde maandblad. „En ik hoop nog eens een tijd mee te maken dat ik aan die natuurlijke neiging werkelijk inhoud kan geven.”

Een paar maanden later brak dat moment aan, toen Nelissen plaats maakte voor Hazelhoff. Hij stortte zich daarna op een van zijn hobby’s: de bijenteelt.

Correctie (9 augustus 2019): In een eerdere versie van dit verhaal stond dat mede door het strenge financiële beleid van Nelissen kabinet-Biesheuvel II ten val kwam, in 1973. Dat moet het kabinet-Biesheuvel I zijn, in 1972.