Recensie

Recensie Boeken

Verteerd door allerlei ongerief vertrekt hij naar Amerika

Jan Vantortelboom Hoofdpersoon in Vantoortelbooms nieuwe roman is een personage uit zijn succesvolle Meester Mitraillette. Aan drama ontbreekt het niet, maar wat heeft hij in Ierland te zoeken?

Foto: Anneleen Louwes

Na voorbeeldig te zijn gedebuteerd met De verzonken jongen en daarna naar het grote publiek te zijn doorgebroken met het doorleefde Meester Mitraillette sloeg de Vlaming Jan Vantoortelboom (1975) nieuwe wegen in. De novelle De man die haast had en de roman De drager bevatten iets minder hart, en ze helden met gedachten over tijd, lijden en strijd iets meer over naar het cerebrale. Dat was moedig van hem (en wie weet noodzakelijk), maar het resultaat was toch iets minder indrukwekkend dan zijn eerste twee boeken. Koeler waren ze, terwijl Vantoortelbooms aanleg nou net schuil leek te gaan in de warme maar geconcentreerde vertelling die vooral veel inlevingsvermogen verraadt.

De schrijver zelf lijkt deze stelling te onderschrijven, want Jagersmaan ligt in het verlengde van De verzonken jongen en Meester Mitraillette, met opnieuw een hoofdrol voor Victor Vanheule, de blanke pit uit het ruwbolsterige Elverdinge, een Vlaamse dorp vergeven van bijlen, slagers, en buitenwippers, riekend naar eerlijk zweet, teer en verschaald bier.

Aan dramatische omstandigheden ontbreekt het hem niet. Hij heeft in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog gediend, hij heeft een onwettige dochter verwekt, hij heeft kort geleden zijn vader begraven.

Dolfijnen

Victor stapt op een schip en verruilt Vlaanderen, intussen verteerd door allerlei innerlijk ongerief, voor Amerika. Althans, dat is de bedoeling. Eenmaal scheep gegaan maakt hij kennis met snode types die hem dwingen om voor de kust van Ierland over de reling te springen. Op het Ierse vasteland zal hij zich dan gaan mengen in de burgeroorlog tussen voor- en tegenstanders van het Ango-Iers Verdrag, zo luidt de aanname.

Het is allemaal wel erg onaannemelijk, zoals het ook een nogal verbazingwekkende greep is dat de in het water spartelende Victor een handje geholpen wordt door een stel dolfijnen. In het verlengde hiervan rijst de vraag waar alle verplaatsingen en voorvallen nu helemaal toe dienen. Wat is de kern? Heeft Van Toortelboom iemand willen beschrijven die aan de Ierse Burgeroorlog deelneemt? Waarom moet je zo iemand dan helemaal uit Vlaanderen importeren? En waarom moet dat personage dan eerst een halve roman over land en zee verplaatst worden? Reizen om het reizen lijkt het, met cartooneske en soms plotselinge, magisch-realistische technieken (de dolfijnen). Je staat er wat beduusd en vooral afwachtend (wanneer begint ‘het’?) naar te kijken.

Echt bars hoef je hier nog niet over te oordelen, maar Vantoortelboom hengelt deze keer wel erg naar de tranen (‘De steen in zijn borstkas werd zwaarder toen hij aan zijn dochtertje dacht en hij schreide stil.’). En anders is hij wel erg opzichtig op zoek naar andere effecten, met dieren die de mentale toestand van de personages illustreren en naar verbaal of fysiek geweld dat de vertelling van noesten en splinters moet voorzien (‘“Bij ons zeggen ze: patatten zonder zout is als een vrouw zonder slagen.”’). Ergens geloof ik nog steeds in de verteller Jan Vantoortelboom. Maar hij moet wel eerst goed nadenken waarover en hoe hij vertellen wil.