Staat deels aansprakelijk voor ‘Srebrenica’

Hoge Raad In definitief oordeel stelt hoogste rechtscollege dat de staat deels aansprakelijk gesteld mag worden voor dood van ongeveer 350 moslims.

De Moeders van Srebrenica na afloop van de uitspraak van de Hoge Raad.
De Moeders van Srebrenica na afloop van de uitspraak van de Hoge Raad. Foto Remko de Waal / ANP

De Nederlandse staat kan in beperkte mate aansprakelijk worden gesteld voor de dood van ongeveer 350 moslimmannen na de val van de enclave Srebrenica in Bosnië in 1995. Dat heeft de Hoge Raad deze vrijdagochtend geoordeeld.

Met dit definitieve oordeel in een al twaalf jaar durende rechtszaak bevestigt het hoogste rechtscollege een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag van twee jaar geleden. Alleen oordeelt de Hoge Raad anders over de mate van aansprakelijkheid; volgens de Raad is dat 10 procent waar het gerechtshof eerder uitsprak dat dit 30 procent was. Nabestaanden kunnen deze schade op de staat verhalen.

Advocaat Simon van der Sluijs die optreedt namens de nabestaanden verenigd in de ‘Moeders van Srebrenica’ is tevreden dat ook de Hoge Raad de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat heeft erkend. Maar hoe men is gekomen tot het percentage van 10 noemt hij „onbegrijpelijk”.

Volgens de Hoge Raad heeft de staat „onrechtmatig” gehandeld bij de evacuatie van 5.000 vluchtelingen die in de middag van 13 juli 1995 nog op de compound van Dutchbat in Srebrenica verbleven. De zogeheten ‘veilige haven’ die onder bescherming stond van Nederlandse militairen van het bataljon Dutchbat was eerder onder de voet gelopen door Bosnische Serviers onder leiding van generaal Radko Mladic. Hierop vluchtten veel Bosnische moslims naar het kampement van de Nederlandse militairen.

Het kabinet aanvaardt de uitspraak van de Hoge Raad, heeft het ministerie van Defensie vrijdagmiddag laten weten. De staat erkent de aansprakelijkheid.

Grootste genocide na WOII

Onder de Bosniërs die naar het Nederlandse kampement waren gevlucht, bevonden zich 350 mannen waar de Serviërs geen weet van hadden. De Hoge Raad oordeelt in navolging van eerdere uitspraken dat Dutchbat heeft „nagelaten” aan deze 350 vluchtelingen de keuze te bieden op het kamp achter te blijven hoewel dat mogelijk was geweest. Daardoor is hen de kans onthouden om uit handen van de Serviërs te blijven. „Dat was onrechtmatig omdat Dutchbat wist dat de mannelijke vluchtelingen een ernstig risico liepen op mishandeling en moord door de Bosnische Serviërs en al het mogelijke gedaan moest worden om dat te voorkomen”, aldus de Raad.

In de dagen na de inval van de Bosnisch-Servische troepen werden naar schatting 8.500 moslimjongens en -mannen vermoord. Daardoor staat Srebrenica bekend als de grootste genocide in Europa van na de Tweede Wereldoorlog. In de binnenlandse Nederlandse politiek leidde de zaak na vele onderzoeken in 2002 tot de val van het tweede kabinet-Kok.

De gerechtelijke procedure loopt al sinds 2007. Toen spande de Stichting ‘Mothers of Srebrenica’ samen met tien vrouwen, allen nabestaanden van mannen die in juli werden vermoord, een proces aan tegen de VN en de Nederlandse staat. Zij eisen schadevergoeding. De rechter bepaalde eerder al dat de staat slechts voor een beperkt deel van de gebeurtenissen in Srebrenica kan worden aangesproken. Dit geldt vooral voor het optreden van Dutchbat bij de evacuatie van 12 en 13 juli 1995. De Hoge Raad bevestigt deze beperkte aansprakelijkheid.

Rechtszaak Dutchbat-militairen

Vanaf de avond van 12 juli wist Dutchbat naar het oordeel van de Hoge Raad dat de Bosnische moslims nadat zij van de overige vluchtelingen waren gescheiden „het reële risico liepen op mishandeling en executie”. Maar het blijven begeleiden van deze mensen ook de volgende dag, wordt „niet onrechtmatig” genoemd. „Voor het lot van de vluchtelingen zou het niets hebben uitgemaakt als Dutchbat zijn medewerking zou hebben beëindigd omdat de evacuatie hoe dan ook zou zijn voortgezet door de Bosnische Serven.” Volgens de Raad mocht er voor worden gekozen de evacuatie voort te zetten om te voorkomen dat mannen en vrouwen onder de voet zouden worden gelopen.

Maar de aansprakelijkheid wordt dus wel ten dele van toepassing verklaard op de 350 mannen die op het kamp waren achtergebleven. De president van de Raad stelde aan het begin van het voorlezen van het vonnis dat het „vrijwel onmogelijk” is volkomen recht te doen aan ieders leed. Maar het stond volgens hem wel vast dat de internationale gemeenschap „onvoldoende veiligheid” heeft geboden.

Mladic werd in 2011 gearresteerd in Servië, overgedragen aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en in 2017 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Vorige week kondigde een advocaat namens een groep van twintig Nederlandse oud-Dutchbat-militairen aan naar de rechter te stappen. Zij vinden dat zij op een onmogelijke missie zijn gestuurd en eisen daarvoor excuses en schadevergoeding.