Radicale ideeën om het kapitalisme te vernieuwen

Toekomstdenkers Het huidige kapitalisme leidt behalve tot veel vooruitgang ook tot grote problemen. En het brengt economen tot nieuwe inzichten. Over welzijnsbegrotingen, beloning voor dataproductie, donuts en de nieuwe wereldoorlog.

Fully Automated Luxury Communism. De titel van het zojuist verschenen boek van de Britse cultuurcriticus Aaron Bastani laat weinig aan de verbeelding over. Volgens hem maakt de vrijemarkteconomie binnenkort plaats voor een volledig geautomatiseerde samenleving. Mensen krijgen daarin een basisinkomen en robots produceren een oneindige hoeveelheid goederen en voedsel. Opdat iedereen „het leven van een miljardair kan leiden”.

Het boek is meer pastiche dan serieuze economische verhandeling, maar de boodschap is duidelijk: de combinatie van technologische veranderingen en verschuivende economische wereldmacht gaat leiden tot het einde van het kapitalisme zoals we dat kennen.

Naast Fully Automated Luxury Communism circuleren de laatste tijd ook heel wat somberder voorspellingen over het einde van het kapitalisme. In veel westerse landen hangt een sfeer van doom en gloom, ondanks de recente economische opleving.

In veel landen hangt een sfeer van doom en gloom, ondanks de economische opleving

Het kapitalistische systeem heeft de laatste decennia ongeëvenaard veel welvaart en groei gebracht, maar het heeft ook duidelijke tekortkomingen. Die komen sinds de financiële crisis van 2007 en de monopolisering van de digitale economie nog pijnlijker aan de oppervlakte dan daarvoor: ongelijkheid, ecologische grenzen die worden overschreden, groeiend onbehagen in de samenleving. Er wordt veel gepraat over oplossingen maar die lijken soms wel erg ver weg.

Dat leidt tot grappen, zoals de Twitter-hashtag #HumansofLateCapitalism, waarmee foto’s worden geplaatst van tragikomische taferelen, zoals surfers die door een plastic soep in de zee peddelen en baby’s die sigaretten roken. Ondertoon: het kapitalisme heeft zijn langste tijd nu echt gehad.

Dat einde van het kapitalisme wordt al gepredikt sinds de opkomst ervan, en voorlopig lijken wenselijke alternatieven niet ruim voorhanden. Een nieuwe generatie economen kiest daarom voor hervorming van binnenuit, voor het te laat is.

Wat zijn de interessantste radicale ideeën om het kapitalisme grondig te hervormen?

1. Stel welzijn voorop

Een van de symptomen van het falen van het kapitalisme is de sterke toename van psychische ziektes en stressgerelateerde aandoeningen in geavanceerde economieën. In Nederland zit inmiddels zo’n 16 procent van de werknemers volgens TNO tegen een burn-out aan. Dat is een teken dat er iets misgaat en dat het economische systeem te veel ten koste gaat van de mensen die het draaiende houden.

De economen Sarah Flèche, Richard Layard, Andrew Clark, Nattavudh Powdthavee en George Ward schreven vorig jaar het boek The Origins of Happiness, dat het denken over economie als geluksmachine flink heeft opgeschud. Hun onderzoek ging over de economie van welzijn. Wat veroorzaakt in een economie geluk en ongeluk bij mensen? Anders dan wat veel economen aannamen, is economische welvaart helemaal niet zo belangrijk. Economische ongelijkheid veroorzaakt volgens de auteurs in geavanceerde landen slechts een marginaal verschil in levensgeluk tussen mensen.

Wat mensen écht gelukkig en ongelukkig kan maken, zijn hun relaties met andere mensen en hun mentale gezondheid. Ziekte, vooral geestelijk malheur, veroorzaakt veel meer ellende dan armoede of werkloosheid. Een van de belangrijkste voorspellende factoren bij bepaling van iemands latere levensgeluk is bijvoorbeeld de geestelijke gezondheid van zijn of haar moeder. De grote vraag die Flèche en haar co-auteurs opwerpen, is waarom het economische systeem dan toch zo gericht is op groei en geld en zo weinig op psychische gezondheid.

Ze haken zo aan bij een beweging onder economen die al langer gaande is, de economics of well-being. Die wint aan invloed, en bereikte onlangs een mijlpaal. De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern stelde eind mei een volgens sommigen revolutionaire overheidsbegroting vast, waarin ze het geestelijk welzijn van de bevolking veel centraler stelde dan voorheen. In de plannen voor deze ‘welzijnsbegroting’ is bijvoorbeeld veel extra geld opgenomen voor geestelijke gezondheidszorg, kinderopvang en maatregelen tegen huiselijk geweld. In Nederland is de laatste decennia juist fors bezuinigd op geestelijke gezondheidszorg.

2. Zie data als arbeid

Techbedrijven als Google, Alibaba en Facebook verdienen miljarden aan onze data, wijzelf niets. De datareuzen profiteren van een nieuwe, grotendeels ongereguleerde economie achter het massaal en geautomatiseerd verzamelen van persoonlijke gegevens. Zeven van de tien duurste beursgenoteerde ondernemingen ter wereld zijn databedrijven. Dat lijkt de vrije markt in optima forma, maar dit ‘surveillancekapitalisme’ is in feite slecht voor de economische vrijheid en de concurrentie. De dynamiek van de data-economie creëert monopolies en sterk groeiende ongelijkheid.

Tijd voor een radicaal andere blik op data, vindt daarom de Amerikaanse econoom Glen Weyl. Deze rijzende ster schreef met hoogleraar Eric Posner van de Universiteit van Chicago het baanbrekende boek Radical Markets en werkt de laatste tijd samen met Vitalik Buterin, de steenrijke bedenker van de cryptomunt ether. Samen willen ze een blauwdruk maken voor een nieuw economisch systeem dat klaar is voor het digitale tijdperk.

Een van Weyls ideeën is dat we data moeten zien als arbeid en niet als kapitaal, zoals nu gebruikelijk is. Data zijn volgens hem het product van het harde werk van mensen. Iedereen die Google gebruikt, die een Facebook-account aanmaakt of iets koopt op Amazon, produceert data voor die bedrijven. Daarvoor zouden mensen veel eerlijker betaald moeten worden, vinden Weyl en zijn aanhangers. Bij arbeid hoort immers loon.

Een van de oplossingen die Weyl voorstelt om dit vrij abstracte idee concreter te maken, is de oprichting van datavakbonden. Mensen zouden zich moeten verenigen in vakbondsachtige structuren om een tegenmacht te vormen tegen de techmonopolisten. Bijvoorbeeld door middel van datastakingen.

Die ideeën zijn allemaal nog in een heel vroeg stadium, maar de eerste datavakbonden zijn inmiddels opgericht, ook in Nederland.

3. Let op milieugrenzen

Oxford-econoom Kate Raworth werd de laatste jaren een mediaster met haar boek Donuteconomie. Hierin probeert ze tot oplossingen te komen voor misschien wel het grootste probleem van het huidige economische systeem: het feit dat de planeet uitgeput raakt. De kern van haar werk is dat economische activiteit binnen de ecologische grenzen van de aarde moet blijven, terwijl we ook een ondergrens moeten hanteren voor menselijke welvaart. Ze visualiseert dat in een model dat bestaat uit twee cirkels. Daarbinnen is de donut waar we naar moeten streven, daarbuiten moet je niet komen. Kort gezegd: we moeten af van eindeloze en ongeremde groei. Ze mocht in diverse parlementen haar ideeën toelichten, ook in de Tweede Kamer.

Veel economen vinden haar werk niet overtuigend. Sommigen doen het werk van Raworth af als het equivalent van: als we allemaal lief tegen elkaar doen, komt alles goed. Het voornaamste punt van kritiek is dat ze de vraag ‘hoe dan’ niet sluitend beantwoordt. Als ze die vraag krijgt in interviews, zegt ze vaak: „We doen het gewoon. Dat is hoe.” Dat vinden de critici niet echt bevredigend.

In oktober verschijnt een nu al controversieel nieuw boek van Andrew McAfee, ster-econoom verbonden aan tech-universiteit MIT: More from Less. Daarin betoogt hij dat er, om de klimaatcrisis op te lossen, juist méér economische groei nodig is. Vooral omdat rijke landen er beter in slagen milieumaatregelen te nemen en omdat economische groei zorgt voor geld dat gebruikt kan worden voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën. We moeten de economie dus niet afremmen, maar juist versnellen voor een antwoord op klimaatverandering, betoogt hij.

Om de klimaatcrisis op te lossen, is volgens econoom McAfee méér economische groei nodig

Er is kortom, nog weinig consensus over oplossingen. Maar dat het klimaat misschien wel één van de grootste economische vragen is die voorligt, is duidelijk. De afgelopen weken benadrukte econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz de urgentie nog eens. „Toen we werden aangevallen in de Tweede Wereldoorlog, was er niemand die zich afvroeg: kunnen we het wel betalen om deze oorlog te vechten?”, schreef hij in een opiniestuk. „Het was destijds een existentiële zaak. We konden het ons niet veroorloven níét te vechten. Hetzelfde geldt voor klimaatverandering.”

Volgens Stiglitz is het updaten van het kapitalistische systeem onze nieuwe wereldoorlog: we hebben geen keus.