Nederlanders aan ‘geluksplafond’, maar geluksgevoel jongeren daalt

Het Nederlandse geluk zit tegen het maximum, blijkt uit nieuwe cijfers. Toch is onder 18-55 jarigen geluk minder vanzelfsprekend dan het was.

Het aantal mensen dat gelukkig of tevreden zegt te zijn, zit tegen het maximum, volgens het CBS.
Het aantal mensen dat gelukkig of tevreden zegt te zijn, zit tegen het maximum, volgens het CBS. Foto iStock

Nederlanders zijn over het algemeen gelukkig of tevreden met hun leven. Zelfs zozeer dat er een „plafondeffect” optreedt, stelt het CBS in een vrijdag gepubliceerd onderzoek. Van de volwassenen zegt 86 procent tevreden te zijn, en veel meer is niet mogelijk. Toch deed zich de laatste jaren een aantal verschuivingen voor. Zo zijn jongeren minder vaak gelukkig dan vroeger, ouderen juist vaker en hebben Nederlanders met een niet-westerse achtergrond een inhaalslag gemaakt.

Het CBS doet al jaren onderzoek naar het welzijn van de Nederlanders, maar kon lange tijd de cijfers niet met elkaar vergelijken omdat de onderzoeksmethoden varieerden. Dit jaar is daar een oplossing voor gevonden, waardoor voor het eerst tevredenheid en geluk over de hele periode van 1997 tot 2018 in kaart gebracht is. De twee belangrijkste vragen zijn: in welke mate bent u tevreden met uw leven, en in welke mate beschouwt u zichzelf als een gelukkig mens?

Jongeren minder gelukkig, ouderen gelukkiger

De opvallendste bevinding is dat jongeren minder gelukkig zijn geworden. In 1997 zei 91 procent van de mensen van 18 tot 25 jaar gelukkig te zijn, het hoogste cijfer van alle groepen. Vorig jaar was naar eigen zeggen 86 procent gelukkig, net zoveel als de groep van 75 jaar en ouder en minder dan alle andere leeftijdsgroepen.

Hoe die daling te verklaren is, heeft het CBS niet onderzocht. „Er zijn indicaties dat toegenomen werk- en prestatiedruk onder jongeren in de afgelopen jaren een rol kunnen spelen”, aldus de onderzoekers. Onder alle groepen volwassenen tot 55 jaar nam het percentage gelukkigen af. Mensen van 25 tot 55 jaar zeiden wel even vaak of vaker tevreden te zijn met hun leven.

Oudere groepen zijn sinds 1997 gelukkiger geworden, blijkt uit het onderzoek. Vanaf 55 jaar begint het geluk te stijgen, onder 55- tot 65-jarigen het sterkst: 89 procent is gelukkig, tegen 84 procent in 1997. Geluk bleef onder 75-plussers gelijk op 86 procent.

Dat ouderen gelukkiger zijn komt doordat ze meer werken en daardoor een hoger inkomen hebben. Bovendien blijven ze langer gezond dan voorheen, hoewel overgewicht vaker voorkomt. Dat die ontwikkelingen onder 75-plussers niet tot meer geluk heeft geleid, komt volgens het CBS mogelijk doordat vrouwen van die leeftijd minder aanvullend pensioen hebben opgebouwd dan jongere vrouwen.

Laagopgeleiden en niet-westersen

Twee groepen zijn relatief minder vaak gelukkig: laagopgeleiden en Nederlanders met een niet-westerse achtergrond. Van de hoogopgeleiden is 89 procent gelukkig, van de laagopgeleiden 81 procent. Dat verschil is groter dan de 4 procentpunten in 1997. Vermoedelijk komt dat door de verslechterde gezondheid onder laagopgeleiden en het tragere herstel van hun inkomen sinds de crisis.

Niet-westerse Nederlanders zijn met 79 procent minder tevreden dan het gemiddelde van 87 procent, maar zijn over de jaren wel een stuk tevredener geworden met hun leven. Waar de kloof met het gemiddelde in 1997 nog 23 procentpunten was, is die teruggelopen tot 8. Het aantal niet-westerse mensen dat gelukkig zegt te zijn groeide ook, maar minder sterk.

Verschillen in welzijn tussen mannen en vrouwen zijn in de laatste jaren verdwenen. In 1997 waren vrouwen vaker tevreden met hun leven dan mannen, maar die achterstand hebben mannen inmiddels ingelopen.