Alwin Kloekhorst met kleitabletten van het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten (NINO) in Leiden.

Foto Roger Cremers

‘Met kleitablet ontcijferde ik oerdialect’

Alwin Kloekhorst, taalkundige en hettitoloog Alwin Kloekhorst ontdekte een oud Hettitisch dialect dat nóg dichter bij de Indo-Europese oertaal stond dan ‘gewoon’ Hettitisch.

„Kijk, daar ligt het.” Taalkundige Alwin Kloekhorst wijst naar zijn computerscherm, waar op satellietbeelden de binnenlanden van Turkije te zien zijn. Archeologen hebben er bij het dorpje Kültepe een nederzetting blootgelegd die vanaf de twintigste tot de zestiende eeuw voor Christus bewoond werd door de Hettieten. „Deze cirkel hier, dat is de citadel van de stadstaat Kanesh, waar de elite woonde. En daar in de benedenstad leefden de ambachtslieden en handelaren. Het is dankzij hun correspondentie dat ik de oudste neergeschreven Indo-Europese taal heb kunnen identificeren.”

Het Indo-Europees is de familie waartoe bijna alle Europese talen – inclusief het Nederlands – en flink wat West-Aziatische talen behoren. Wetenschappers hebben een stamboom van de familie gemaakt: van de talen die ons zijn overgeleverd, ligt het inmiddels uitgestorven Hettitisch het dichtste bij de Indo-Europese oertaal. Kloekhorst is verbonden aan de Universiteit Leiden en is één van de twee mensen in Nederland die zich met de Hettieten bezighouden. Hij heeft nu een dialect ontcijferd dat zich nog wat dichter bij de Indo-Europese oertaal bevindt dan het Hettitisch zoals dat gesproken werd rondom de hoofdstad Hattusa. Deze maand publiceerde hij er een boek over: Kanišite Hittite. The Earliest Attested Record of Indo-European.

Waar kwam het Indo-Europees vandaan?

„Van de Zuid-Russische steppes. Tussen 3400 en 2900 voor Christus gingen hier mensen aan de wandel die behoorden tot de Jamnaja-cultuur. Het waren veehoudende nomaden, die uiteindelijk bijna de hele aanwezige Europese bevolking verdrongen. Behalve hun genen, die je bij alle moderne Europeanen terugvindt, namen ze ook hun taal mee: het proto-Indo-Europees.

Uiteindelijk hebben zij bijna de hele oorspronkelijke Europese bevolking van jager-verzamelaars uitgeroeid

 

„De vraag is waar mijn Hettieten in dit verhaal passen. Het lijkt erop dat hun taal al is afgesplitst voordat de Jamnaja over Europa uitwaaierden. Ik denk dat al duizend jaar voor de grote uitbreiding een groepje naar Anatolië vertrokken is. Wat mij betreft zijn ze rond 4200 voor Christus van de steppes vertrokken en via de Balkan rond 3100 voor Christus in Turkije aangekomen en spraken ze daar hun van het oer-Indo-Europees afgesplitste taal, die we Proto-Anatolisch noemen. Daaruit is het Hettitisch voortgekomen.”

Hoe weten we dat?

„Het Hettitisch verschilt taalkundig gezien enorm van de andere Indo-Europese talen. Er is bijvoorbeeld vaak sprake van het fenomeen ablaut, een klinkerverwisseling als bij lopen-liep. Dat is een heel oud verschijnsel, dat in de meeste andere Indo-Europese talen al is opgeruimd. Dit bewijst dat de voorloper van het Hettitisch vroeg is afgesplitst van het Proto-Indo-Europees en de rest nog een tijd een gezamenlijke ontwikkeling heeft doorgemaakt.”

U onderzocht het Hettitisch van de twintigste eeuw voor Christus, een millennium na de komst van deze Indo-Europeanen. Hoe verhield de taal zich toen tot omliggende talen?

„De belangrijkste talen die ten oosten van Anatolië gesproken werden, waren het Akkadisch en Soemerisch. Soemerisch is met geen enkele bekende taal verwant, het Akkadisch was een semitische taal. Geen van beide zijn het Indo-Europese talen. De Hettieten hebben van hun buren leenwoorden overgenomen, maar taalkundig is het Hettitisch een compleet andere taal. Het werd gelukkig wel geschreven in het spijkerschrift van Mesopotamië. Omdat we dat schrift kunnen lezen, hebben we het Hettitisch kunnen ontcijferen.”

Het Hettitisch werd gelukkig wel geschreven in het spijkerschrift van Mesopotamië

 

Hoe heeft u het Hettitisch uit Kanesh onderzocht?

„Van deze taal zijn ons vooral persoonsnamen overgeleverd via Oud-Assyrische teksten. Dat zit zo: vanuit het Assyrische rijk in Noord-Irak reisden veel handelaren naar Anatolië, waar ze zich vestigden. In Kanesh zijn 23.000 kleitabletten gevonden, waarvan er 6.000 gepubliceerd zijn. Ze bevatten de correspondentie van deze Assyrische kooplui. Die schreven vaak naar huis, en in hun brieven zien we woorden en namen die duidelijk Hettitisch zijn. Geen hele zinnen helaas, maar het is genoeg om de taal Hettitisch te kunnen identificeren én – en dat vind ik het leuke aan dit onderzoek – om te kunnen concluderen dat het dialect dat in Kanesh gesproken werd duidelijk anders en ouder was dan het Hattusa-Hettitisch. Het verschil zal minder groot zijn geweest dan tussen plat Limburgs en gewoon Nederlands, maar er wás verschil. Daarom noem ik de taal Kaneshitisch Hettitisch.”

Als je in zo’n brief een naam ziet, hoe weet je dan dat die Hettitisch is?

„Assyrische namen zijn duidelijk herkenbaar. Die betekenen dingen als ‘Assur is groot’. Namen die we niet kennen en die zich bevinden in een cluster van onbekende namen, zijn wellicht Hettitische namen. Die bestaan uit meerdere delen, die je los van elkaar kan combineren. Je hebt bijvoorbeeld de koningsnaam Supiluliuma. Omdat we het woord ‘supi’ kennen als ‘heilig’, ‘luli’ als ‘vijver’ en ‘uma’ als ‘komende van’, weten we dat die naam betekent: afkomstig uit de heilige vijver. De namen op de kleitabletten uit Kanesh zijn ook zo opgebouwd; de uitgang ‘uma’ komt zelfs opvallend vaak voor. Dat bewijst dat ze Hettitisch zijn.

Het ontcijferen was moeilijk omdat dezelfde namen op verschillende manieren werden gespeld

 

„Het ontcijferen was moeilijk omdat dezelfde namen op verschillende manieren werden gespeld. Je hebt bijvoorbeeld de naam Chastachsu, maar ook Chistachsu, een verwisseling van a naar i dus. Als je goed kijkt, zie je dat je niet zomaar elke ‘a’ met een ‘i’ verwisselen kan. De klinkers waarmee dat kan, zijn nepvocalen. Die moeten geschreven worden om een cluster van medeklinkers te kunnen schrijven. Het spijkerschrift is namelijk syllabisch – elke teken is een lettergreep – en het kent geen losse medeklinkers: mijn naam zou je als Kaa-loe-oek-hoe-oer-as-ta schrijven. Als je weet dat die ‘aa’ en ‘a’ klanken zijn die je niet uitspreekt, weet je dat je ze kan schrappen als je wilt achterhalen hoe iemand écht heette. Dat kon ik doen bij veel van de onbekende namen, die dan opeens op een bekend Hettitisch woord leken. Van de 1.200 namen die in de brieven voorkwamen, kon ik er zo 450 als Hettitisch identificeren.”

Wat zeggen die namen over de rest van de taal?

„Je kunt aan de namen zien dat klanken zich in Kanesh anders hebben ontwikkeld dan in het Hattusa-Hettitisch. Daar is het woord voor nacht ispant, terwijl het in Kanesh ispoent was. We weten dat het in een voorstadium spoent of spnt moet zijn geweest, dus dat toont aan dat het Kaneshitisch Hettitisch iets ouder was.”

Als u met een tijdreismachine op de markt in Kanesh zou belanden, weet u dan zeker dat u zich zou redden?

„Oei, qua grammatica en woordenschat zou ik een eind komen, maar de uitspraak zou spannend zijn. Waarschijnlijk zou mijn eerste poging voor verwarring zorgen, maar als de koopman zou terugpraten, zou ik vrij snel doorhebben hoe de taal precies wordt uitgesproken. Het zou in ieder geval peentjes zweten zijn.”