‘Jongen’, zei de leraar, ‘ben jij een Jood?’

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven. Deze week: Han Ponneker (92).

Han Ponneker: "Wat is de bedoeling?" vroeg mijn vader. "Nou", zei de ambtenaar, "uw zoon wordt binnenkort gedeporteerd".
Han Ponneker: "Wat is de bedoeling?" vroeg mijn vader. "Nou", zei de ambtenaar, "uw zoon wordt binnenkort gedeporteerd". Foto Khalid Amakran

Huppelend naar huis

„Ik zat op de mulo in de Hillegomstraat, in Amsterdam-West, en op een ochtend werd ik opgewacht door drie leraren. Ze keken me aan en een van hen, de heer Pronk, zei tegen me: ‘Jongen, ben jij een Jood?’ Ja, meneer. ‘Dan moet je nu weg. We hebben van de gemeente bericht gekregen dat we je niet meer mogen toelaten.’ Ik ben huppelend naar huis gegaan. Het moet vóór 1 september 1941 zijn geweest, want na die datum mocht er geen enkel Joods kind meer op een niet-Joodse school zitten.”

Naam van mijn moeder

„Mijn vader was protestants, mijn moeder was Jodin. Ze hadden elkaar in 1925 ontmoet, ik heb geen idee hoe. Ze waren allebei nog getrouwd met een ander en bij mijn geboorte kreeg ik de naam van mijn moeder. Pas na de oorlog heeft mijn vader me kunnen echten.”

Uw zoon wordt gedeporteerd

„In 1942 moesten mijn ouders met mij naar de burgerlijke stand, naast Artis. Ze hadden mij niet als Jood aangemeld en ze hadden bericht gekregen dat dat moest worden rechtgezet. Achter het loket zat een ambtenaar met een NSB-speldje op zijn revers. Hij zette met een grote stempel een J op mijn persoonsbewijs. ‘Wat is de bedoeling?’ vroeg mijn vader. ‘Nou’, zei de ambtenaar, ‘uw zoon wordt binnenkort gedeporteerd’. Toen ben ik ondergedoken in Amersfoort. Mijn moeder zat bij mensen van de kerk in de Sassenheimstraat.”

Haar ogen werden flets

„Een halfbroer van me, een zoon van mijn moeder uit haar eerste huwelijk, was in juni 1941 opgepakt en op transport gezet naar Mauthausen. Na zes weken kwam het bericht dat hij was gestorven was aan griep. Griep? Een jongen van negentien? Op de dag van de bevrijding maakte mijn moeder het huis schoon en ging bij het raam zitten, haar wang tegen het glas, haar gezicht naar links. Daar was de eindhalte van lijn 1, van die kant zou haar zoon terugkomen. Bij mooi weer deed ze het raam open en leunde ze op de vensterbank. Op den duur werden haar ogen flets, maar zuchten deed ze nauwelijks.”

Hoeksche Waard

„Eind jaren veertig kreeg ik de kans om bij het Vrije Volk te gaan werken. Daarna ben ik naar de Eilandenpers in de Hoeksche Waard gegaan, toen naar het AD, en uiteindelijk werd ik eindredacteur van een sociaal-economisch tijdschrift. Op mijn 52ste heb ik mijn vwo-diploma gehaald, en daarna heb ik nog een paar jaar rechten gestudeerd.”

Alles wat ik begeer

„Ik ben een gelukkig man met een goed leven, waarin ik alles heb wat ik begeer. Ik ben gezond, ik heb vrienden, ik ga naar voorstellingen, ik schrijf toneelstukken. De vergissing, over de oorlog in Nederlands-Indië, wordt nu uitgevoerd. Het stuk dat ik nu schrijf, zal over 13 en 14 mei 1940 gaan, als de koningin met haar kabinet naar Engeland vlucht. Ik was 13 en ik stond bij de voordeur. De bovenbuurvrouw, een Duitse, riep: ‘Jullie hebben gecapituleerd!’.”


Aanmelden: oud@nrc.nl