‘In een bloembak lag hij me af te luisteren’

Slachtoffer van stalking Janet (43) werd slachtoffer van een stalkende collega. Hij werd veroordeeld, zij ontslagen. Over gebrekkig justitieonderzoek en een bedrijf dat wegkijkt.

Zodra er een Renault door de straat rijdt, springt de gastvrouw overeind. Een grijze Clio. Het zal toch niet?

Janet ontvangt aan de eettafel bij haar thuis. Een twee-onder-een-kapper in een ansichtkaartendorp in Drenthe. Vanuit haar ooghoeken houdt de alleenstaande moeder precies in de gaten wie er voorbij komt. Even het kenteken checken en ze ploft weer neer. „Nee, het was ’m niet.”

De onrust is gebleven, een jaar na de aangifte. Een collega van haar kreeg voor stalken 50 uur werkstraf en mag zich drie jaar lang niet in het dorp vertonen, laat staan contact zoeken met Janet (43), die alleen haar voornaam kwijt wil omdat ze net een nieuw leven is begonnen. Maar een half jaar na de veroordeling vertrouwt ze het nog steeds niet. „Bij zijn ringtone slaat mijn hart over.” En tot voor kort ging elke nacht de klikobak mee het huis in – om de deurklink te blokkeren.

Ze werkten bij hetzelfde installatiebedrijf met elektriciens, loodgieters en een directeur die de opdrachten binnenhaalt. Er heerste een „rechttoe-rechtaansfeer”, vertelt Janet. Werken, lachen, incasseren en terugbijten. Zij nam de telefoon aan en deed de administratie. Hij was een monteur die september 2017 om zijn ervaring werd binnengehaald.

Wanneer ging het mis?

„Er was geen omslagpunt. Het is erin geslopen, totdat hij me in de ban had. De nieuwe monteur viel niet best bij collega’s omdat hij zich boven hen voelde staan, maar ik kon goed met hem. We praatten veel en hij kwam hier klussen doen – als alleenstaande moeder sta je er na een scheiding toch alleen voor. Hij zette plinten vast, deed timmerwerk, paste uit eigen beweging de meterkast aan. Langzaam zette hij me op tegen mijn collega’s. Hij walste over me heen en isoleerde me. Uiteindelijk bepaalde hij wat ik moest doen en laten en wat ik voelen moest. En dat controleerde hij.”

Lees ook: Meestal is een ex de stalker.

Hoever ging dat?

„Hij lag in een bloembak in de tuin het gesprek af te luisteren toen een bekende langskwam voor een kop koffie. Toen ik tegen zijn zin een vergadering bezocht, appte en belde hij me de hele avond. Zo vaak dat de mensen zeiden: nou Janet, jij bent belangrijk. Op het laatst kwam hij langs met een pistool in zijn broekband, de ogen angstaanjagend koud en dwingend, terwijl de kinderen boven lagen te slapen. Alsof je gegijzeld werd. Hij boezemde angst in, die angst verlamde me.”

Dat verlamde zo dat de politierechter dacht dat jullie een relatie hadden.

„Dat heeft me diep gekwetst. Ik heb nooit iets met deze man gewild, hij bepaalde dat ik gevoelens voor hem had. Het zat niet goed in zijn hoofd, hij zei zelf: wat ik naar buiten breng, klopt niet met wat er in mijn hoofd gebeurt. Hij was een narcist, die mij aantrok en weer wegduwde. Hij heeft stiekem foto’s gemaakt. Hij heeft een slip uit de wasmand gestolen en zich daarop afgetrokken. En één nacht eiste hij dat hij mocht blijven slapen. Hij heeft toen op het matras naast me gelegen, ik heb geen oog dichtgedaan.”

Waarom liet u dat toe?

„Ik was als de dood dat hij mij of de kinderen wat zou aandoen. Ik durfde zijn dwingelandij met niemand te delen. Ik had een briefje op de kast gelegd met de tekst: als mij wat overkomt, moeten jullie bij die collega zijn. Pas toen ik bijna van de weg was gereden nadat hij me door de telefoon de huid had vol gescholden, realiseerde ik me dat ik op was en besloot ik aangifte te doen. En dat was niet omdat justitie zo vertrouwenwekkend was. Dat kwam omdat mijn buurman bij de politie werkt. Door hem durfde ik de drempel over. Toen mijn collega tijdens dat gesprek voortdurend belde en appjes stuurde, viel zijn masker af.”

Lees ook: Stalking: het begint soms met een uitgeknipte foto

Hoezo was justitie niet vertrouwenwekkend?

„Er was geen mankracht voor recherchewerk. Het pistool waarmee mijn collega me in mijn eigen huis bedreigd had, is niet gezocht; de tweeduizend anonieme telefoontjes aan mij, mijn ouders en mijn vriendin zijn nooit getraceerd; zijn bedreigingen om foto’s op de school van mijn kinderen op te hangen evenmin. Daardoor kon de politierechter bedreiging en chantage niet bewijzen, ook al was hij ervan overtuigd dat deze collega daarachter zat. En toen mijn belager na de aangifte was gearresteerd, werd hij na de ondervraging weer vrijgelaten zonder dat ik werd ingelicht. Dat was tegen alle afspraken in.”

Ging u weer aan het werk?

„Nee. Ik ben na de aangifte met een vriendin naar mijn baas gereden en heb alles verteld. Hij reageerde geschrokken en riep mijn collega de volgende dag op het matje. Maar die gaf het verhaal een andere draai. Hij loog dat we een relatie hadden gehad, dat ik makkelijk was met mannen, want ik had al eerder een relatie met een collega gehad. Er knapte iets in mij en ik moest me ziek melden. Een bedrijfsarts heb ik nooit gezien. Wel de baas, die stond met een vaststellingsovereenkomst op de stoep. Mijn arbeidsovereenkomst werd beëindigd vanwege verschil van inzicht tussen werkgever en werknemer over de wijze van invulling van de functie van werknemer.”

Jullie directeur mailde de collega’s dat „er iets heeft plaatsgevonden” tussen jullie: „Doordat het bedrijf tussen deze privékwestie is in komen te hangen, heeft dat ons doen besluiten om beide collega’s ontslag aan te zeggen.”

„Uiteindelijk raakte alleen ik mijn baan kwijt, mijn belager werkt daar nog. Terwijl hij veroordeeld is en ik slachtoffer ben. Hoe dat kan moet je de directeur maar vragen.”

Spijt het u dat u moest vertrekken?

„Nee, nu ben ik blij dat ik bij een fijn bedrijf opnieuw kon beginnen. Maar het was een vies spelletje. En dat is mede de reden dat ik mijn verhaal aan de krant vertel. Je hoopt dat dit anderen bespaard blijft. Eerst raakte ik mezelf kwijt, toen ook nog mijn baan. Dat gun je zelfs je ergste vijand niet.”

De directeur van het installatiebedrijf bevestigt dat de stalker weer bij hem in dienst is en zegt dat hij ook de advocatenkosten heeft betaald. „In eerste instantie had ik beide werknemers ontslagen omdat ik niet wist wie de waarheid sprak. Maar na een paar maanden heb ik hem weer in dienst genomen. Vaklui zijn schaars. En je moet mensen een tweede kans gunnen.”