Recensie

Recensie Boeken

Wat gebeurde er op dit extravagante feest van de Britse upper class?

Boekrecensie Op een exorbitant verjaardagsfeest op een landgoed is iets gebeurd, iets ernstigs. De meeslepende thriller ‘Het feest’ van Elizabeth Day is een bestseller in Engeland, en terecht. (●●●●●)

Foto Chris Steele-Perkins/MAGNUM

Wat een genoegen, wat een eer: Martin krijgt de zolderkamer, wanneer hij logeert bij de ouders van zijn beste (en enige) kostschoolvriend Ben Fitzmaurice. Hij slaapt in de nok van hun landhuis, onder de balken van het dak, omringd door oude kinderboeken, stoffig speelgoed en een kapot geknuffelde beer. Daar blijkt wel uit dat hij echt bij de familie hoort, vindt hij, zo intiem is het. Vele malen beter dan op een onpersoonlijke gastenkamer met een hemelbed te moeten slapen… of niet?

Het feest, de nieuwe roman van journaliste Elizabeth Day (1978), is een bestseller in Engeland. En terecht! Het is een heerlijke standensatire en een meeslepende thriller ineen, die wel vergeleken wordt met Donna Tartts De verborgen geschiedenis en het werk van Alan Hollinghurst. Mij doet het boek, behalve aan Brideshead Revisited van Evelyn Waugh, vooral denken aan het nog altijd steengoede Een nagelaten bekentenis van Marcellus Emants (1894). Er is weer iemand dood en al begraven, maar wie en sinds wanneer?

Vanuit een verhoorkamer bij de politie doet Martin – slimme maar onappetijtelijke, licht contactgestoorde, bleke Martin – verslag van wat er allemaal gebeurd is in de vijfentwintig jaar dat hij bevriend is met de aristocratische Ben. Hun eerste contact op school bestaat eruit dat Ben – knappe, populaire Ben met zijn wilde krullenbos – hem redt van een aantal pestkoppen. Vanaf dat moment is Martin geobsedeerd door Ben. Hij bespiedt hem, volgt hem, kijkt stiekem in zijn kast. Zo ontdekt hij een familiegeheim waarmee hij zijn voordeel doet. Zijn spaarcenten geeft hij uit aan cd’s van Run-DMC en REM, omdat Ben daarvan houdt. Martins bijnaam wordt KS, Kleine Schaduw, op kostschool en later in Cambridge. Waar Ben gaat, is Martin. Ze zijn beste vrienden en helpen elkaar uit de brand. Denkt hij.

Bedekt met bloedspetters

Ze zijn intussen veertig en op het exorbitante verjaarsfeest van Ben in zijn nieuwe huis, de oude zeventiende-eeuwse Priorij van Tipworth, is iets gebeurd. Iets ernstigs, maar wat? De lezer blijft lang in het ongewisse. Elizabeth Day houdt de spanning erin – dit is zo’n roman die je eigenlijk niet uit wilt hebben, terwijl je compleet verslingerd zo snel mogelijk doorleest.

Martin is van simpele komaf. Hij groeide op zonder vader, bij een moeder die altijd nijdig was. Haar echtgenoot ging eens kerstkaarten posten, maar gleed uit: ‘Een buurman vond hem [...], dood, in een uitdijende plas van zijn eigen bloed, en waarschuwde mijn moeder die acht maanden zwanger was en net een visschotel in de oven schoof.’ Nadat de ambulance is gebeld, veegt de vrouw de kerstkaarten bijeen en doet ze alsnog op de bus. Bedekt met bloedspetters of niet, nieuwe kaarten schrijven zou ‘zonde van de tijd’ zijn. Via zulke tot de verbeelding sprekende scènes en details karakteriseert Day haar personages.

Rijk en verveeld

Martins vertelstem is de krachtigste van het boek. Net als Emants slaagt Day erin haar lezers zijn kijk op de wereld als het ware helemaal op te leggen. Soms tegen wil en dank kijk je met hem mee. Zijn wrok wordt de jouwe, ook al is hij bepaald niet steeds sympathiek en hier en daar zelfs wreed. Die hoofdstukken vanuit Martin worden afgewisseld door fragmenten uit het dagboek van zijn nuchterder vrouw Lucy. Dit kantelende perspectief werkt goed. De roman wint erdoor aan spanning. Wie zet wie op het verkeerde been, en wie moet je geloven?

Twee Italiaanse rijkeluiszoontjes plegen een lugubere moord in een afgelegen villa. Waarom? Schrijver Edoardo Albinati duikt in de wereld van elitaire jongensscholen. Lees ook: Hoe twee nette jongens overgaan tot een lugubere moord in een afgelegen villa

Het is opmerkelijk hoe veelzijdig de karakters van Martin en Lucy zijn, en dat van Ben evenzeer. Het boek kent ook een onvervalste, onuitstaanbare schurk: Bens vrouw Serena. Zij is rijk, verveeld, verwend en overtuigd van haar en Bens aangeboren superioriteit over anderen. Plat als een dubbeltje is ze, maar met de goede manieren en de juiste kennissen. Ze vertelt met smaak hoe zij en Ben de laatste monniken zonder pardon uit de Priorij hebben laten afvoeren naar een ‘speciaal gebouwd huizenblok tussen een parkeergarage en zo’n groothandel waar voordeelverpakkingen chips met uiensmaak worden verkocht’. Serena is een spook, maar ook dat past in deze vernuftig in elkaar gezette, soepel geschreven roman. Wil de ware slechterik opstaan?