Hoge Raad: Nederlandse staat deels verantwoordelijk voor doden Srebrenica

Nederland is voor 10 procent aansprakelijk voor de dood van 350 moslimmannen, die in 1995 op de Nederlandse compound bij Srebrenica zaten.

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) was op 11 juli aanwezig bij de vierentwintigste herdenking van de genocide in de Bosnische stad Srebrenica.
Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) was op 11 juli aanwezig bij de vierentwintigste herdenking van de genocide in de Bosnische stad Srebrenica. Foto Bart Maat/ANP

De Nederlandse staat is deels verantwoordelijk voor de dood van 350 Bosniërs in Srebrenica. Dat heeft de Hoge Raad vrijdagochtend besloten in de zaak die de ‘Moeders van Srebrenica’ aanspanden tegen Nederland. Zij zijn de nabestaanden van de Bosnische mannen die bij de Nederlandse blauwhelmen op de VN-basis aanklopten voor bescherming, maar werden vermoord door Servische troepen na de val van de enclave in juli 1995.

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof uit 2017, maar kent een lagere compensatie toe. Het beperkt die tot 10 procent. Nabestaanden hebben recht op vergoeding van 10 procent van de schade die ze hebben opgelopen.

Het kabinet aanvaardt de uitspraak van de Hoge Raad, heeft het ministerie van Defensie vrijdagmiddag laten weten. De staat erkent de aansprakelijkheid.

Zowel de Moeders als de staat gingen in cassatie tegen het oordeel van het gerechtshof. Dat stelde de staat verantwoordelijk voor de dood van 350 moslimmannen, die op de Dutchbat-basis waren. Zij werden door de Nederlandse militairen, na overleg met generaal Ratko Mladic, overgedragen aan de Serviërs. Volgens de Moeders is Nederland echter verantwoordelijk voor de dood van alle Bosnische mannen bij Srebrenica: ruim achtduizend.

Overlevingskans nihil

De Hoge Raad gaat ervan uit dat de mannen een overlevingskans hadden gehad van zo’n 10 procent als zij wel op de compound waren gebleven. Ook dan was de kans groot dat zij zouden zijn omgebracht. Het hof legde de overlevingskans destijds op 30 procent.

De advocaat-generaal, die advies geeft aan de Hoge Raad, stelde in februari van dit jaar dat Nederland ten onrechte deels aansprakelijk was gesteld voor de massamoord. Volgens hem was geen sprake van een onrechtmatige daad, omdat de Nederlandse militairen destijds niet wisten dat de moslimmannen „met zekerheid de dood of een onmenselijke behandeling tegemoet gingen”.

In Nederland kan in deze zaak niet verder worden geprocedeerd. Als de nabestaanden van Srebrenica in beroep willen tegen de uitspraak, zullen zij naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten stappen. Het Internationaal Gerechtshof en het Joegoslavië Tribunaal noemen de moord op de Bosnische moslims bij Srebrenica een genocide; generaal Mladic is tot levenslang veroordeeld.