Hoe Gagarin de VS naar de maan joeg

De aanloop Pas toen de wereld verbluft bleek door Spoetnik, beseften het Kremlin en het Witte Huis dat ruimtevaart ideaal was voor ideologische pr-stunts.

Buzz Aldrin op het maanoppervlak.
Buzz Aldrin op het maanoppervlak. NASA

De eerste echte ruimtevaartvlucht begon aan de Duitse Oostzeekust in oktober 1942. Daar schoot het team van SS-lid en ruimtevaart-enthousiast Wernher von Braun een experimentele V2-raket tot ongeveer 90 kilometer hoogte. In minder dan een minuut naar de grens van de atmosfeer. Deze primeur was bijvangst in een oorlogsindustrie. Het ‘wonderwapen’, dat vloog op alcohol en vloeibare zuurstof, werd tot het einde van de oorlog duizenden keren afgevuurd op Engeland en later België. Het doodde ongeveer 9.000 mensen, en nog meer mensen stierven als dwangarbeider in de V2-fabrieken.

‘Gewone’ raketten bestonden al eeuwen, als ‘vuurpijlwapen’: voortgestuwd door brandend kruit, een Chinese uitvinding. Pas onder invloed van de sciencefiction van Jules Verne (Reis naar de Maan, 1870) ontstonden andere ideeën. De eerste geslaagde lancering, in 1926, van een ‘ruimteraket’ met vloeibare brandstof staat op naam van de Amerikaanse H.G. Wells-adept Robert Goddard, die ook het idee van een raket met verschillende trappen bedacht zodat niet het héle gewicht helemaal omhoog hoeft worden gebracht.

Keer op keer afgetroefd

Die ranke oerraket van Goddard zou ruim veertig jaar lang de enige belangrijke Amerikaanse ‘ruimteprimeur’ blijven. Vanaf 1949 begon met de Koude Oorlog een intense rivaliteit met de Sovjet-Unie. Geopolitiek gezien was er evenwicht, maar in de ruimtevaart zouden de Russen de Amerikanen keer op keer aftroeven, bijvoorbeeld met de eerste gewervelde dieren die een ruimtevlucht overleven (op 22 juli 1951).

Aanvankelijk was de ruimtevaart in de USSR en de VS slechts een zijlijntje in de technische investeringen, niet erg belangrijk voor het nationaal prestige. In de jaren vijftig deelde de in 1945 door de Amerikanen ingelijfde Wernher von Braun in tijdschriften en zelfs in een Walt Disney-televisieprogramma (Man in space, 1955) zijn sciencefiction-dromen over ruimtereizen, maar veel armslag kreeg hij niet. Rakettenbouw was vooral wapenbouw, ruimtevaart liftte slechts mee op de ontwikkeling van op de V2 geïnspireerde intercontinentale raketten voor atoomwapens.

Nou en? Het is maar een kleine bal

Dwight Eisenhower De Amerikaanse president maakt zich niet druk over het succes van de Spoetnik-satelliet

De eerste grote ruimtetriomf was van de Sovjet-Unie, maar als propagandasucces kwam het min of meer als verrassing. De eerste kunstmaan Spoetnik, gelanceerd in oktober 1957, was eenvoudig: een metalen bal met een sterke radiozender die vanuit een baan om de aarde piepjes uitzond. Wereldwijd maakte het diepe indruk: sciencefiction werd werkelijkheid! Maar de wereldleiders kon het aanvankelijk weinig schelen. Toen Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov na de geslaagde lancering uit bed werd gebeld, reageerde die met „Oh, ik had nooit gedacht dat het zou werken”, en ging direct weer slapen. Ook de Amerikaanse president Dwight Eisenhower reageerde lauw: „Nou en? Het is maar een kleine bal.” Op zich begrijpelijk, want militair ging er geen enkel gevaar uit van Spoetnik. Maar de wereldwijde verblufte reactie maakte duidelijk: vanaf dat moment zou ruimtevaart een serieuze propagandakwestie worden. Al een maand later werd in een nieuwe Spoetnik het Russische hondje Laika in een baan om de aarde gebracht (de arme Laika overleed al na een paar uur, maar dat bleef geheim).

Enthousiaste ingenieurs

De ruimterace werd bedreven door enthousiaste en kundige raketingenieurs die gegrepen waren door het idee van ruimtereizen en verkenning van het heelal. De belangrijksten waren de Amerikaan geworden Von Braun (1912-1977) en de Oekraïener Sergej Korolev (1906-1966), die het Russische programma leidde. Vanaf 1957 kregen deze twee de wind in de rug. Vanaf toen werd de rivaliteit gedreven (en vooral: betaald) door angst voor nationale vernedering en vrees voor militaire overvleugeling. Militaire planners gingen serieus dromen van ruimtebommenwerpers en van satellieten als artillerieplatforms. Spionagesatellieten werden ontwikkeld en ook voor militaire planning belangrijke weersatellieten werden gelanceerd.

Het dominante idee aan beide kanten van het IJzeren Gordijn was dat succesvolle technologie de superioriteit van de eigen ideologie ‘bewees’: kapitalisme of communisme. Vanaf Spoetnik was er geen beter propagandamiddel dan ruimtevaart: symbool van macht en vooruitgang. De Amerikanen brachten in 1958 hun ruimtevaartprogramma onder in een civiele organisatie, NASA, onbesmet door militaire bijgedachten, hoewel in werkelijkheid de samenwerking intensief was en bijvoorbeeld het maanprogramma geleid werd door een luchtmachtgeneraal die zijn strepen had verdiend met kernraketontwikkeling. Von Braun kreeg vrij baan.

De Russen bleven alle records en propagandapunten winnen. Al in 1959 wisten ze een foto van de achterkant van de maan te maken. En de allergrootste klap deelde het Russische ruimteprogramma uit in april 1961, met de eerste mens in de ruimte: Joeri Gagarin, zoon van een timmerman en een boerin. Zijn afscheidswoord aan ingenieur Korolev voor de lancering „Poyekhali!” (‘Daar gaan we!’) werd een staande uitdrukking in het Sovjetblok. Maar toen werd ook duidelijk dat er voor de Amerikanen nog kansen waren. Want het scheelde weinig of de VS hadden de prijs voor de eerste mens in de ruimte binnengehaald. Al een paar weken voor Gagarins vlucht stond een Amerikaanse ruimtevlucht met Alan Shepard gepland, maar die werd uitgesteld voor een extra test.

Rampzalige test

Vanaf 1961 zouden de Amerikanen daarom alles gaan inzetten op de hoofdprijs: een bemande landing op de maan, de enige grote race die nog overbleef. Zoals president John Kennedy kort na Gagarins vlucht op een persconferentie zei: „Als we eerder dan de Russen op de maan kunnen komen, dan moeten we dat doen.” Kort daarna verbond hij er in een speech de deadline van 1970 aan: „Before this decade is out…” Alleen met een maanlanding kon de haast permanent geworden achterstand in internationaal ruimteprestige nog ongedaan worden gemaakt. En tot wanhoop van Korolev werd het Russische ruimtevaartprogramma steeds meer een speelbal van kortetermijnpropaganda. De Amerikaanse Gemini- en Apollo-programma’s waren juist wel systematisch opgezet om vóór 1970 op de maan te landen. De kosten stegen navenant: de totale uitgaven voor het maanprogramma tussen 1960 en 1973 worden geschat op 28 miljard dollar, tweederde van alle Amerikaanse uitgaven aan ruimtevaart (gecorrigeerd voor inflatie zou dat nu 288 miljard dollar zijn). De totale Sovjet-ruimtevaartuitgaven in die periode worden op minder dan de helft van de Amerikaanse geschat.

De Gemini-astronauten en -technici deden in 1965 en 1966 ervaring op met lanceringen en landingen, koppelingen en ontkoppelingen in de ruimte, en met dagenlang verblijf en ruimtewandelingen, en ondertussen bouwde Von Braun aan de extra krachtige Saturnusraket. Het maanprogramma Apollo werd door een ramp getroffen toen in januari 1967 drie astronauten bij een test op het lanceerplatform omkwamen door een brand in de cabine. Achteraf kreeg die test de erenaam ‘Apollo 1’. Over de rampzalige test hadden veel betrokkenen al twijfel gehad, maar toch ging hij door omdat hij op het schema stond (‘go fever’).

Dat schudde NASA wakker en de organisatie werd aanzienlijk veiligheidsbewuster, met een strakke centrale leiding, maar ook met autonoom verantwoordelijke operationele groepen onder de leuze ‘tough and competent’. Zonder die lessen van Apollo 1 zou het programma nooit zo succesvol kunnen zijn geweest. Apollo 7 (oktober 1968) was een testvlucht van tien dagen in een baan om de aarde. Apollo 8 (december 1968) vloog naar de maan. Apollo 9 (maart 1969) was opnieuw een testvlucht om de aarde. Apollo 10 (mei 1969) was de laatste testvlucht waarbij de maanlander tot 15 kilometer boven het maanoppervlak kwam. Terwijl de Russische maanraket N1 niet verder kwam dan twee mislukte testlanceringen, kon NASA na slechts vier bemande testmissies de knoop doorhakken: Apollo 11 gaat landen, in juli. Poyekhali!

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Onbehaarde Apen: Was de maanlanding een grote PR-stunt?
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.