Stalking: het begint soms met een uitgeknipte foto

Opsporing De politie probeert stalking beter te bestrijden, onder andere met een specifieke vragenlijst. „Men herkent signalen vaak niet.”

Jaarlijks komen zo’n zeshonderd stalkingszaken voor de rechter.
Jaarlijks komen zo’n zeshonderd stalkingszaken voor de rechter. Foto Connel Design

Woensdag 10 juli, Kerkrade. Een 42-jarige vrouw wordt vlakbij haar huis doodgestoken. Een paar uur later pakt de politie een verdachte op: een 52-jarige man. Haar ex, zeggen buurtbewoners tegen de NOS. „Het lijkt wel of er iets bij die man geknapt is in het hoofd toen zij het uitmaakte”, zei een van. Hij zou haar zijn gaan stalken en bedreigen.

Stalken ontstaat regelmatig op deze manier, aldus Bianca Voerman, recherchepsycholoog bij de Nationale Politie en auteur van het boek Eerste hulp bij stalking. Stalkers voelen zich gekwetst en kunnen dat gevoel volgens Voerman niet loslaten. „Elk moment van de dag - en dat gaat door - ervaren zij het verlies van de relatie alsof dat net is gebeurd. Dat roept een reactie op om te handelen.”

Jaarlijks komen zo’n zeshonderd belagingszaken voor de rechter. Het delict ‘belaging’ staat pas sinds 2000 in het Wetboek van Strafrecht. De politie werkt nog hard aan vergroting van de kennis over het fenomeen. De noodzaak daarvan werd mede getoond door meerdere stalkingszaken met dodelijke afloop.

Doodgeschoten door ex

Zo werd in 2015 de 28-jarige Linda van der Giesen doodgeschoten door haar ex John F. De aangifte die ze tegen hem had gedaan wegens stalking en bedreiging was met te weinig urgentie behandeld, oordeelde een onderzoekscommissie later.

In dat jaar begon de politie met plannen om stalking beter aan te pakken. Sinds januari 2017 worden de regionale eenheden hierbij betrokken. Het begin is er, maar er valt nog veel te doen, vinden buitenstaanders en ook de politie zelf. „Stalking vraagt iets heel anders van ons”, zegt Voerman. „We moeten een ingesleten boevenvangproces veranderen, dat kost tijd.”

Als delict is stalking moeilijk te herkennen, zegt Pauline Klomp, programmamanager huiselijk geweld en kindermishandeling bij de Nationale Politie. Ze legt uit dat agenten meestal een duidelijk strafbaar feit opsporen. Brandstichting bijvoorbeeld. Bij stalking vormt de optelsom van gedragingen het strafbare feit. Slachtoffers wordt daarom geadviseerd bij te houden wat ze meemaken en de politie op de hoogte te houden.

Lees ook: ‘Ik begrijp niet dat zo’n man nog rondliep’

Bij aangifte van stalken moet er volgens Voerman eerst vooral aandacht voor de veiligheid van het slachtoffer zijn. „Daarna kun je verdere stappen zetten, zoals het starten van een opsporingsonderzoek.” Samen met Veilig Thuis en het slachtoffer maakt de politie daarom een veiligheidsplan. De politie wil meer samenwerken met dergelijke organisaties. Door informatie te delen kan volgens Klomp beter worden ingeschat hoe gevaarlijk een situatie is.

Stopgesprek

Nieuw is het gebruik van een speciale vragenlijst, de Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH). Aan de hand van zestien vragen schat de politie in hoe zorgelijk een situatie is. Soms leidt dat tot direct ingrijpen. „Wanneer een stalker aangeeft geen andere uitweg meer te zien dan geweld gebruiken, is dat is een alarmsignaal. Net als doodsangst bij een slachtoffer.”

Na een melding voert de politie met sommige stalkers een ‘stopgesprek’. Dit gebeurt vooral wanneer de stalking nog „pril” is, zegt Voerman. In het gesprek wordt een stalker geconfronteerd met de negatieve gevolgen van zijn gedrag. Hierna stopt volgens Voerman „een heel aantal”. Ongeveer de helft van de stalkers heeft volgens Voerman psychische problemen en heeft behandeling nodig om herhaling te voorkomen.

‘In een bloembak lag hij me af te luisteren’

„De politie begint meer kennis te krijgen van het verschijnsel, en alerter te worden op de voorgeschiedenis van een stalker”, zegt Renée Römkens, directeur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Toch is er volgens Römkens meer training nodig. Tussen en binnen eenheden bestaan volgens haar grote verschillen wat betreft alertheid. „Men herkent signalen vaak niet. En bij een aangifte wordt de ernst onderschat.”

Een klein feit

Daar sluit Peter Schouten, advocaat van Jeremy Wangsakrama (het zoontje van Linda van der Giesen), zich bij aan. De reden hiervan is volgens Schouten dat stalking vaak begint met een klein feit. „Hij knipt bijvoorbeeld jouw hoofd uit een oude foto van jullie en doet die foto, zonder jouw hoofd, onder je ruitenwisser. Jij vindt het bizar en gaat aangifte doen, maar de politie denkt: ‘Misschien was hij wat overspannen.’”

„Mensen vinden het altijd moeilijk om situaties rond relaties in te schatten”, zegt recherchepsycholoog Voerman. „Als er een relatie is geweest, interpreteren zij een situatie niet snel genoeg als zorgelijk.”

Voerman zegt dat de politie wel onderzoek doet, maar niet altijd even veel. „We hebben zo veel stalkingszaken dat je deze niet allemaal met dezelfde intensiteit kunt behandelen. Door de invoering van de SASH krijgen de meest risicovolle zaken nu prioriteit. Je moet keuzes maken.”