Hanlo en de kunst van het motoronderhoud

Tentoonstelling

Museum Valkenburg belicht het leven dat de experimentele dichter Jan Hanlo deelde met zijn motorfietsen. Op één controversieel aspect na, schrijft .
Hanlo op één van zijn motorfietsen, een 56 pk Vincent HRD, waarvan hij er drie bezat
Hanlo op één van zijn motorfietsen, een 56 pk Vincent HRD, waarvan hij er drie bezat Foto Museum Valkenburg

Drie jongetjes in korte broek kijken gefascineerd naar een man op een motorfiets. Uitlaatgassen als een wolk wierook geven de foto een sacraal tintje.

Eigenlijk was die man op de foto ook een groot jongetje. Hij woonde tot aan zijn dood in het portiershuisje dat op de achtergrond te zien is. Jan Hanlo (1912-1969) noemde het „een logeerkamer voor motors”. Zelf sliep hij tussen die machines.

Technische boeken, beduimeld door olievingers en volop voorzien van aantekeningen, getuigen van Hanlo’s liefde voor de motorfiets. Ze zijn te zien op de kleine expositie Jan Hanlo hep het gemaakt, die nu is te zien in Museum Valkenburg.

Die liefde werd hem vijftig jaar geleden fataal toen hij in Berg en Terblijt tegen een tractor reed die plotseling van richting veranderde. Een stille getuige, Hanlo’s helm van toen (model Willempie), is ook te zien in een vitrine. De titel van de tentoonstelling verwijst naar een tekening van een interieur die de zevenjarige Hanlo in 1920 maakte. „Schilderij” heeft hij er zelfbewust bij gezet en „Jan Hanlo hep het gemaakt”.

Zijn gescheiden moeder bewaarde meer jeugdwerk van haar zoon, destijds nog niet erg gebruikelijk. Ze zette er ook bij wat het moest voorstellen: een olifant of een zwijn. Soms veranderde Jans plan werkendeweg en werd een huisje uiteindelijk toch een poes.

Hanlo legde op zijn beurt met evenveel liefde de laatste ogenblikken van zijn moeder vast op de achterkant van een religieus schilderijtje (ook te zien op de expositie):

ik: ‘waar denk je aan?’

Aan veel?

Knikte.

‘Denk je aan veel?’

‘Wij samen?’

Handschriften en typoscripten tonen hoe het eeuwige jongetje Hanlo zijn verwondering over taalverwerving van kinderen, de zang van vogels en jazzmuziek in taal probeerde te vatten. De lijn naar zijn fameuze en in die tijd geruchtmakende gedichten ‘Oote’ (1952) en ‘De mus’ (1949) („tjielp, tjielp”) laat zich eenvoudig doortrekken.

Dat er nu een tentoonstelling in Valkenburg is te zien, is opmerkelijk, gezien de ophef die zo’n twintig jaar geleden ontstond toen de gemeente een straat naar de dichter wilde vernoemen. Tegenstanders wezen op zijn voorkeur voor minderjarige jongens. „Straks kiezen ze nog voor een Dutrouxstraat”, zei een inwoner.

Lees ook: Pedofiel Jan Hanlo uit stratenregister

Onder de indruk van de weerstand werd de naam Jan Hanlohof veranderd in Stiena Ruyperspark, een verwijzing naar de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland. Volgens zijn biograaf Hans Renders was Hanlo „een dichter, dronkenlap en pedofiel, maar géén pedoseksueel” (al werd hij wel eenmaal voor ontucht veroordeeld). In 2012 kwam er in Valkenburg alsnog een Jan Hanlohof. De expositie Jan Hanlo hep het gemaakt mijdt het thema volledig.

Tentoonstelling Jan Hanlo hep het gemaakt t/m 25/8 in Museum Valkenburg. www.museumvalkenburg.nl