Hij hielp Armstrong zijn ruimtepak aantrekken

Scott Millican werkte voor NASA Oud-NASA-ingenieur Millican woont tegenwoordig in Leiderdorp. „Ik heb mezelf ontelbare keren in dat pak gehesen.”

In het leven van Scott Millican zijn drie dingen belangrijk: familie, religie en ruimtevaart. In een ruime nieuwbouwwoning in Leiderdorp hangen aan de muur foto’s van kinderen en kleinkinderen, schilderijen met Bijbelse taferelen en tientallen afbeeldingen die te maken hebben met het Apollo-project van NASA. De meeste zijn gesigneerd door astronauten die betrokken waren bij de missies, vaak met warme woorden voor Millican, die hen voorbereidde op hun tijd in de ruimte.

Millican (78) werkte van 1966 tot 1982 voor NASA, waarna hij betrokken raakte bij de opzet van het Europese ruimteprogramma. Zijn werk bracht hem naar Nederland, waar hij zijn latere vrouw ontmoette. Hij leidt nu het bedrijf HE Space Operations, dat bemiddelt in ruimtevaartpersoneel, met vestigingen in Noordwijk en Bremen.

Toen ik meewerkte aan het Apollo-programma had ik nooit het idee dat ik met iets historisch bezig was

 

Millican vertelt met grote nauwkeurigheid en enthousiasme over zijn tijd bij NASA. Trots laat hij souvenirs zien, waaronder een Amerikaanse vlag die op de maan is geweest en de pasjes waarmee hij toegang kreeg tot streng bewaakte NASA-faciliteiten. „Ik heb deze spullen de afgelopen vijftig jaar misschien tien keer tevoorschijn gehaald, maar de laatste tijd vragen steeds meer mensen ernaar. Toen ik meewerkte aan het Apollo-programma had ik nooit het idee dat ik met iets historisch bezig was, maar door al die aandacht realiseer ik me nu dat dit misschien toch wel het geval was.”

Millican groeide op in Houston, Texas. Na de middelbare school studeerde hij technische bedrijfskunde in Beaumont, ook in Texas. „Toen ik mijn diploma had gehaald, ben ik in de militaire luchtvaartindustrie gaan werken. Ik ontwierp hangars voor de B-52 bommenwerpers die gebruikt werden in de Vietnamoorlog. Omdat ik deze baan had, hoefde ik niet in dienst. In 1966 heb ik gesolliciteerd bij NASA, waar ze veel nieuwe mensen nodig hadden voor het ruimteprogramma. Na de gesprekken kon ik kiezen uit twee banen: bij de planning, waar ik in de gaten zou moeten houden of processen op schema lagen, of bij flight operations, waar de praktische uitvoering van het programma vorm kreeg. Ik koos voor het laatste, omdat dit de afdeling was waar de astronauten werkten. Eerlijk gezegd had ik geen idee waaraan ik begon. Alles was onontgonnen terrein.”

Ervaring met B-52’s

Millican en zijn collega’s bouwden in Houston het ruimteprogramma op vanaf de grond – letterlijk. „Mijn eerste klus was het vaststellen van de specificaties van de gebouwen waarin de simulators moesten komen te staan. Omdat ik ervaring had met die B-52’s, mocht ik dat doen. Dat was typerend voor het begin van het Apollo-programma. We waren allemaal jonge ingenieurs, zonder een specialisatie in het ontwerpen voor de ruimtevaart. Je kreeg de kans om al doende het vakgebied te ontwikkelen.”

Omdat Millican werkte bij flight operations, was hij verder niet betrokken bij de bouw van infrastructuur en apparatuur, zoals raketten en maanlanders. Hij ontwikkelde met zijn collega’s protocollen voor het gebruik van al dit nieuwe materiaal. Het traject dat van de lancering via de maan naar een veilige terugkeer op aarde moest leiden was opgedeeld in allerlei verschillende fases. Millican en één collega kregen de verantwoordelijkheid een procedure op te stellen die de astronauten konden aflopen voordat ze de Lunar Module (LM, uitgesproken als lem) verlieten en het maanoppervlak betraden voor een extravehicular activity, kortweg EVA. „Ik was pas 26, en nu moest ik astronauten gaan trainen voor dit cruciale deel van hun missie.”

De sfeer binnen NASA was er een van vastberaden optimisme. Ja, er was sprake van een race met de Sovjet-Unie, maar dat speelde voor Millican geen rol, zegt hij. „Wij waren gewoon bezig met ons werk. Tijdens onze dagelijkse bezigheden vroegen we ons niet de hele tijd af hoe ver de Russen waren. Misschien gebeurde dat wel in de hogere managementlagen, maar voor de ingenieurs waren er voldoende praktische problemen die we moesten oplossen. We wilden een man op de maan zetten. Dát was ons doel.”

Foutloze overgang

Het was echt pionierswerk, zegt Millican, zonder veel kennis om op terug te vallen. „Ten eerste was er een vaartuig nodig dat meerdere dagen door de ruimte kon reizen – waarbij de astronauten al die tijd gezond bleven. Verder moesten we leren hoe we de verschillende delen van het vaartuig af- en aankoppelden, zodat de LM naar de maan kon afdalen en weer kon terugkomen. En dan was er nog het ontwerp van de ruimtepakken die de astronauten beschermden tegen de omstandigheden op de maan. Het kan daar meer dan honderd graden Celsius worden, zowel onder als boven nul.”

Het kan daar meer dan honderd graden Celsius worden, zowel onder als boven nul

 

Millicans taak bestond eruit de overgang van de LM naar het maanoppervlak foutloos te laten verlopen. Daarvoor ontwikkelde hij een speciaal protocol. De astronauten moesten in twee uur tijd tientallen stappen nauwkeurig doorlopen. Het proces begon bij het uitzetten van alle systemen na landing van de LM en eindigde op het moment dat de astronaut vanaf de onderste trede van de trap neerdaalde in het maanstof. Voor de choreografie van de werkzaamheden op de maan was een ander team verantwoordelijk. Millicans werk begon weer zodra de astronauten de LM opnieuw betraden en zich klaarmaakten voor de terugreis.

In reproducties van de LM experimenteerde hij eindeloos om tot de juiste volgorde van het hele proces te komen, zegt Millican. „De astronauten droegen een speciaal ‘Portable Life Support System’ op hun rug, waarvan ze in een heel krappe ruimte nauwkeurig moesten nalopen of alles goed was aangesloten. Zuurstof, watertoevoer, temperatuurregeling: je kon niks aan het toeval overlaten. Zodra ze de deur van de LM openden, bevonden ze zich in een vacuüm. Ik heb mezelf ontelbare keren in dat pak gehesen, net zo lang totdat ik zeker was dat ik de beste manier had gevonden om de EVA voor te bereiden.”

Veertig getypte A5’jes

Na enkele maanden experimenteren vatte Millican zijn kennis samen in een draaiboek met steekwoorden van zo’n veertig getypte A5’jes. Hierna was het de beurt aan de astronauten om zich de procedure eigen te maken. „Dat deden ze in het nagemaakte interieur van de LM. We hadden een gat in de buitenkant gezaagd, en daarin zat ik op een stoeltje te kijken hoe ze bezig waren. Ze moesten het net zo lang doen tot de procedure een automatisme was.”

Millican werkte hard, maar maakte niet veel overuren, zegt hij. „Ik werkte zo’n negen uur per dag. De astronauten hadden het zwaarder: die waren wel twaalf uur bezig. In de kantine zagen we ze niet vaak, en ook na werktijd kwam je die mannen weinig tegen. Ze trokken vooral op met elkaar en met hun gezinnen. Er was een bar aan de overkant van het Lyndon B. Johnson Space Center in Houston waar we iets dronken na het einde van elke missie. Als de astronauten uit zee waren opgepikt, kwamen ze daar soms ook heen. Dat was eigenlijk het enige moment dat wij op sociaal niveau met ze omgingen.”

Scott Millican toont de checklist die gebruikt werd tijdens de maanlanding.

Foto Roger Cremers

Het project kende met de dodelijke brand in Apollo 1 een ongelukkige start, maar daarna lukte het NASA om stap voor stap dichter bij een maanlanding te komen. Uiteindelijk koos Apollo 11 op 16 juli het luchtruim. Vier dagen later waren de astronauten bij de maan. De afdaling naar het maanoppervlak was het spannendste moment van de hele vlucht, vond Millican. „In het vluchtleidingscentrum waren we dolblij toen Armstrong eenmaal zei: ‘The Eagle has landed.’ De vreugde was groter dan toen hij iets later zijn eerste stap op de maan zette, of nadat de astronauten weer veilig op aarde waren geland. Dit was het belangrijkste moment van de missie.”

Tussen de landing en de maanwandeling liepen Armstrong en Aldrin de procedure van Millican af. Die zat in Houston met het draaiboek voor zich en noteerde het tijdstip van elke handeling. De mannen maakten hun pakken klaar en brachten de druk in de LM naar beneden, zodat de deur open kon. „Alles verliep perfect. We hadden noodprocedures geoefend, maar die hadden we niet nodig.”

Na de wandeling was ik weer aan de beurt

 

De laatste aantekening zette Millican bij het moment dat Armstrong testte of hij vanaf het maanoppervlak weer op de ladder kon komen. „Dat ging makkelijk. Met een krachtige beweging van zijn armen stond hij weer op de onderste trede. Toen kon hij aan zijn wandeling beginnen. Op dat moment moest ik mijn plekje afstaan aan de man die verantwoordelijk was voor dit gedeelte van de missie. Na de wandeling was ik weer aan de beurt.”

Van grote gevoelens tijdens deze historische dag kan Millican zich weinig herinneren. „Ik was daar om mijn werk te doen. Toen Armstrong zijn bekende woorden sprak – ‘One small step for man, one giant leap for mankind’ – dacht ik ook niet: oeh, dat is cool. We gingen gewoon door met de volgende fase van de missie. Als ik er tegenwoordig over praat, ben ik veel emotioneler dan toen.”

Millican bleef betrokken bij het programma tot en met Apollo 17, de missie waarmee in 1972 de laatste landing op de maan werd gedaan. Hij ging twee keer kijken bij een lancering op het Kennedy Space Center in Florida. Hij kon daarna rustig terugrijden naar Houston, omdat zijn werk toch pas drie dagen later begon. „Dat waren de enige keren dat ik overmand raakte door emoties. De enorme kracht die met zo’n lancering gepaard gaat, is onvoorstelbaar. De grond trilt en je voelt de hitte over je heen golven. Toen had ik wel tranen in mijn ogen.”

De redding van Apollo 13

De grootste triomf van NASA vindt Millican de redding van de bemanning van Apollo 13, bekend van de film uit 1995 met Tom Hanks. Een ontploffing in een zuurstoftank zorgde ervoor dat grote delen van het ruimtevaartuig niet meer functioneerden, maar met veel improvisatie lukte het Jim Lovell, Jack Swigert en Fred Haise veilig terug te keren op aarde. „Toen presteerde iedereen bij NASA dagenlang op de toppen van zijn kunnen.”

Hij laat een foto zien van het EVA-handboek dat met Apollo 13 mee naar boven ging. Het werd nooit gebruikt, omdat de missie in de problemen kwam voordat de maan was bereikt. Voorop staan de handtekeningen van het drietal dat dit hachelijke avontuur overleefde. Millican: „Ik heb het origineel gedoneerd aan het museum in Houston, net zoals ik voorwerpen heb afgestaan aan Space Expo in Noordwijk.”

We spreken elkaar kort voordat Millican naar Amerika vliegt om de festiviteiten rondom vijftig jaar maanlanding bij te wonen. „Ik ga daar met André Kuipers ook dingen doen voor de Nederlandse tv. Wat ik heb meegemaakt, is kennelijk interessant.” Zonder valse bescheidenheid: „Als zoveel mensen dat zeggen, wie ben ik dan om daar tegenin te gaan?”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Onbehaarde Apen: Was de maanlanding een grote PR-stunt?
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.