Opinie

Een nieuwe maanrace is niet de meest urgente missie van de mensheid

lustrum maanlanding

Commentaar

In januari van dit jaar zette de Chinese maanlander Chang’e-4 (maandgodin) een robotkarretje op de achterkant van de maan. Aanstaande maandag plant India de lancering van de Chandrayaan-2, richting maan. Rusland is bezig met een plan om voor 2030 kosmonauten op de maan te zetten, de Europeanen voor 2050 zelfs een klein dorp. En de Verenigde Staten willen niet langer voor eind 2028 met hun astronauten terug naar de maan: vicepresident Pence heeft inmiddels gezegd dat dit voor eind 2024 moet gebeuren. Niet toevallig nog net binnen een eventuele tweede ambtstermijn van president Trump.

Het wordt, vijftig jaar nadat de eerste mensen er hun voetstappen zetten, dus nog druk op onze maan. Deze explosie van interesse in het dichtstbijzijnde hemellichaam mag op het eerste gezicht worden verwelkomd. Een halve eeuw geleden zagen burgers wereldwijd op televisie, live, hoe astronaut Neil Armstrong er ver weg zijn eerste stappen zette. Dat was een overwinning van het menselijk vernuft, en een reden om er vertrouwen in te hebben dat de mensheid grote uitdagingen aankan.

De race naar de maan die door de Amerikaanse president Kennedy was ontketend kan niet los worden gezien van de Koude Oorlog en de bijbehorende rivaliteit tussen supermacht de Verenigde Staten en tegenhanger de Sovjet-Unie. Het enthousiasme waarmee de tweede maangolf nu wereldwijd wordt gestart, heeft veel te maken met de veranderende machtsverhoudingen in de wereld: China, dat zich als nieuwe supermacht wil bewijzen. India, dat wil tonen dat het óók meetelt. De Verenigde Staten, die hun huidige voorsprong nogmaals willen onderstrepen. En Rusland dat wil laten zien dat het nog niet afgeschreven is. Dat laatste geldt, in mindere mate, ook voor Europa.

De maan-hausse is er eveneens voor binnenlands gebruik en bedient de nationale trots. En er zitten ook juridische aspecten aan de race. Het internationale recht, dat hier telt, ligt behoorlijk onder vuur door de spelverruwing onder de ruziënde grootmachten. Zie de Amerikaanse omgang met reeds gesloten handelsverdragen, zie ook de Chinese claims op het zeegebied in Zuidoost-Azië. Aanwezigheid op de maan is ook een strategische stap.

De kosten van deze nieuwe initiatieven zijn enorm. Het Apollo-project waarvan de maanlanding het hoogtepunt was, kostte naar schatting minimaal zo’n 170 miljard dollar (155 miljard euro) tegen de prijzen van vandaag. En dan is er het volgende doel: de planeet Mars. Dat zal behoorlijke investeringen vergen en is onvergelijkbaar met de huidige maan-initiatieven. Verder, gevaarlijker, ondoenlijker. Het afstandsverschil tussen maan en Mars is vergelijkbaar met dat tussen de chips in het dichtstbijzijnde keukenkastje en die in het schap van de dichtstbijzijnde supermarkt. Tussen een ritje van Den Haag naar Utrecht en een rally naar Kaapstad.

Lees ook: Hoe Gagarin de VS naar de maan joeg

Nu is het goed dat er grenzen worden verkend. Er zijn technologische doorbraken mee te bereiken, de elementaire wetenschap krijgt een impuls en de verbeelding is ook veel waard. Ruimtevaart weerspiegelt de wens van de mensheid om te ontdekken, om zich te verspreiden over het universum. Maar tot er enorme doorbraken worden bereikt, dicteren de omvang en vijandigheid van alleen al ons eigen relatief minieme zonnestelsel dat de mensheid tot nader order gebonden blijft aan zijn eigen planeet. En daar is het niet best mee gesteld.

Het grenst aan ironie dat bemande ruimtevaart, die afgezien van vlucht en verblijf in de directe omgeving van de aarde al bijna een halve eeuw stilstaat, wordt gezien als de eerste stap naar een menselijk bestaan buiten onze planeet. Terwijl juist de kolossale financiële en wetenschappelijke inspanningen die daar voor moeten worden verricht, even goed zouden kunnen worden gericht op het behoud van de leefbaarheid van de aarde zelf. Waarom al vluchten als er ook gevochten kan worden?

De oplossing lijkt het probleem zo voor een deel juist te verergeren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Beter dan een nieuwe ruimterace te starten is het om de inspanningen te verenigen. Dat spaart kosten en houdt de droom van de bemande ruimtevaart intact. We zijn per slot van rekening, in het perspectief van het universum, geen Chinees, Indiër, Europeaan of Amerikaan, maar mens. En dat is al bijzonder genoeg.