Varkensboer Theo Vernooij

Foto Niels Blekemolen

Varkensboer Theo: ‘Ik weet niet of mijn varkens minder happy zijn dan biovarkens’

Nu boer zijn De wereld is zonder intensieve veehouderij niet te voeden, zegt varkensboer Theo Vernooij. Het liefst wil hij nog meer varkens houden. “De vraag naar vlees neemt voorlopig niet af.”

Om vijf uur vanochtend kwam er een appje. Medewerkster van de kraamstal ziek. Als hij om zeven uur koffie zet in de kantine tussen zijn woonhuis en de stallen, is Theo Vernooij (35) al twee uur bezig. Twee van zijn drie zussen wonen in Amsterdam, vertelt hij. Op verjaardagen in de stad vragen die vriendinnen: „O, heb jij dan zo’n varkensflat?” Nee dus. Mensen hebben geen idee, ze komen nooit op een varkenshouderij.

Theo Vernooij is een open boek. Een mediaboer. Hoge biggensterfte? Vernooij laat voor de camera van Nieuwsuur zien hoe jonge biggen die het niet gaan halen, de ‘euthanaseerbak’ met stikstof ingaan. Een bezetting van dierenactivisten in een varkensstal? Vernooij gaat bij Pauw aan tafel met een dierenactivist. „Andere boeren zeiden nog: Theo, jij gaat daar niet zitten, geef ze geen aandacht. Maar ik wil het debat aangaan. Wij moeten het verhaal vertellen: we hebben de intensieve veehouderij nodig om de wereld te voeden.”

Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) wil meer lokale productie, minder varkens, kringlooplandbouw. De realiteit is: de meeste Nederlandse varkens zijn voor de export. „Onze varkens gaan naar vleesverwerker Vion. Ik weet niet wat er in Nederland blijft. Poten en oren, die gaan misschien wel naar China.”

Nu China getroffen is door de varkenspest en de vleesprijzen stijgen, zie je dat de Nederlandse veehouderij niet op zichzelf staat. Vernooij vraagt zich daarom ook nooit af of varkenshouders nog lang bestaansrecht hebben. „De vraag naar vlees neemt voorlopig niet af. Ik hoop dat die Chinezen denken: we kunnen onze voeding beter veilig uit Europa halen.”

Deze ochtend worden de zeugen geselecteerd die naar de slacht gaan. Ze hebben last van hun poten, of krijgen te weinig biggen. Na zeven of acht worpen, als ze ruim drie jaar zijn, gaan ze weg. Vandaag, de eerste warme dag van juni, een stuk of acht. Vernooij kent al zijn achthonderd zeugen, zegt hij. „Het is een beetje een sport om ze te herkennen.”

Theo krijgt een appje van Sharona, zijn vrouw. Die bonte zeug van Pepijn, zijn zoon van vijf, mag nog niet weg. „O shit. Te laat.” Dat mag hij straks bij de middagboterham gaan uitleggen.

Hoeveel dode biggen had je vandaag, vraagt Pepijn vaak. „Sharona zei laatst: misschien moeten we voortaan zeggen hoeveel biggen er nog leven. Anders gaat het altijd maar over de dood.”

Het is maandag, en dan worden de biggen die een maand oud zijn gespeend. Weg van de moeder en de melk, naar de andere stal, waar ze vandaag voor het eerst brij van gefermenteerde maïs krijgen. Vijfhonderd roze kruimeldieven op pootjes hobbelen uit hun hokken, door de gangen, achter de stal langs het geitenweitje naar de volgende stal. De kleinsten pikt Vernooij eruit: die mogen nog even terug naar de zeug.

Biggentandjes

Theo Vernooij nam hier, aan de Schoenlapperweg in Nijkerk, in 2016 een splinternieuw bedrijf over van een boer die het niet meer rondkreeg. Met twee stallen, gebouwd voor het keurmerk ‘Beter Leven 1 ster’, waar varkens iets meer ruimte hebben en meer afleiding – een koker met stro of een bijtring – dan de minimale eisen voor de gangbare varkenshouderij voorschrijven. Vernooij wil best naar twee of drie sterren. Maar daarvoor moet hij fors investeren, terwijl hij net twee jaar bezig is. En hij vraagt zich weleens af of meer dierenwelzijn altijd oplevert wat je hoopt – of wat consumenten verwachten.

Een voorbeeld: „Bij Beter Leven zijn ze niet voor het vijlen van de biggentandjes.” Pijnlijk en stressvol voor de big. „Maar je hebt wel minder ontstekingen bij de zeug.” Of neem die sterfte bij biggen tot vier weken, gemiddeld 13 procent: die is in de biologische landbouw niet lager dan bij Vernooij. Meer bewegingsvrijheid voor de zeug is een risico voor pasgeboren biggen: de zeug kan op de biggen gaan liggen. „Ik heb minder biggensterfte dan gemiddeld, afgelopen half jaar 11,5 procent. Mijn varkens zijn rustig. Ik weet niet of mijn varkens minder happy zijn dan biovarkens.”

Liever wil hij er nog een stal bijbouwen, zodat hij naar het maximum van 1.250 zeugen kan, en het aantal biggen van 4.500 naar 7.000 à 8.000 kan groeien.

Waarom groter willen in een tijd dat de veestapel juist kleiner moet worden? „Ja, goeie vraag eigenlijk. Ik ben nog zo jong. Dan wil je groeien. Dat is ondernemen.”

En daarbij komt: zijn vader – met wie hij het bedrijf heeft, verdeeld over twee locaties – kan in Beusichem 8.000 vleesvarkens afmesten tot de slacht. Als hij meer biggen van Theo kan afnemen, hoeven ze die niet bij te kopen. „Dan heb je gezondere dieren, en je bent minder afhankelijk van de marktprijzen.”

Vernooij praat terwijl hij werkt. Overall aan, overall uit. In de tweede stal weer een andere overall aan en schone laarzen, want je wilt geen ziektes verspreiden. En weer terug, om een zeug waarbij de weeën niet sterk genoeg zijn, een handje te helpen. Hij trekt een lange wegwerphandschoen aan om zoveel mogelijk biggen uit de baarmoeder te halen. In Superman-houding, horizontaal, arm gestrekt, haalt hij er twee uit.

Tussendoor stelt hij vragen waar het bezoek geen antwoord op heeft. „Ziet-ie er gezond uit?” „Zou dit de laatste big zijn?” Alsof hij voortdurend zichzelf bevraagt: doe ik het goed, kan het beter?

Voordeel van de varkenspest

Vernooij doet mee aan een innovatietraject met een groepje verschillende boeren, de Boerenversneller, om zijn bedrijf met andere ogen te bekijken. Hoe maak je van je product een merk, hoe kun je je onderscheiden van anderen? Biggen met lange staarten en vrijloophokken heeft hij al. „Misschien moet ik ze Veluws bronwater geven om me te onderscheiden.”

Vernooij heeft de hogere landbouwschool in Dronten gedaan, is boer sinds 2008, maar stopte pas in 2016 zijn 32-urige baan als voer-adviseur. Hij heeft sinds 2008 nog geen slecht jaar gehad, zegt hij. En hoe cru het ook klinkt: de varkenspest die China nu teistert, is goed voor Vernooij. „Een half jaar geleden kostte een big minder dan 40 euro, nu al 78. Een varken bracht per kilo 1,50 euro op, nu 2,05.” Vernooij rekent uit dat hij, als hij vijfhonderd varkens verkoopt, in die week een ton omzet heeft. „Maar mensen beseffen vaak niet dat er elke week voor 10.000 euro aan voer doorheen gaat. Mestafvoer: meer dan twee ton per jaar. Personeel, vee-arts, medicijnen…”

Hij haalt per jaar iets meer dan een modaal inkomen uit zijn BV, waarvoor hij zeven dagen per week tien uur per dag werkt. Vanavond om elf uur, nadat hij zijn dochter Vieve van vijf maanden de laatste fles heeft gegeven, maakt hij zijn eindronde door de stal. Zijn uurloon rekent hij maar niet uit.

Vakantie? „Zit dit jaar niet in de planning. Tweede Paasdag zijn ze een dagje naar pretpark Julianatoren geweest, een week ervoor met Sharona naar Marco Borsato. „Maar als zij het niet regelt, gebeurt er niks.”

Ze wonen in een prachtige omgeving, geen dag spijt gehad sinds 2016. „Maar sociaal hebben we wel ingeleverd. De vrijwillige brandweer en het voetballen in Beusichem heb ik opgezegd. Als ik een gaatje heb, ga ik naar de sportschool. Maar er zijn bijna geen gaatjes.”

De stagiair uit Wageningen en medewerker Arjen zitten met hun broodtrommel in de kantine. Theo eet binnen met zijn gezin een boterham. Sharona (30) beaamt wat Theo al zei: hij ligt nooit wakker over de toekomst. Niet over schulden, niet over vergunningen, niet over de vraag of straks iedereen vegetarisch eet. „Hij is zo gepassioneerd, die gaat gewoon altijd door.” Als het beleid verandert, of de consument, beweegt hij wel mee. „Als biologisch ooit de standaard wordt, prima, dan doen we dat.”

Theo’s vader is 65. Op een dag zal hij stoppen met zijn deel van het bedrijf in Beusichem. Is de opvolging geen kwestie? „We bellen elke dag, soms wel drie keer. Altijd over werk, maar over de toekomst hebben we het niet vaak. Hij wil ook nog niet stoppen. Het voordeel is dat zij hun huis niet uit hoeven, want ik heb hier al een huis.”

De grootste tegenslag in zijn leven, hun leven, had niets met het bedrijf te maken. In 2016 toen Sharona 39 weken zwanger was, overleed het kind, een dochter, Nova. Ze woonden nog maar net in Nijkerk. Als de jongste iets groter is, wil Sharona, geen boerendochter, meer in het bedrijf doen. Voorlopig is het goed zo, vinden ze allebei. Vernooij is van de oude stempel, zegt hij. Zij de kinderen en het huishouden, hij het bedrijf.

Sperma-leverancier

Na het eten komt de sperma-leverancier langs. Even bijpraten. Het gaat over berigheid, drachtpercentages, terugkomers en afbiggen. Een gesprek in codetaal waaruit is af te leiden dat het gaat goed met de biggenfokkerij. Vooral sinds ze zijn overgestapt op een ander ras, de Topigs70.

Lees ook: Boer Toon experimenteert met kringlooplandbouw en oude kennis

Vernooij houdt van dieren, maar minstens zoveel van data en economisch werken. Hij zou graag chips in zijn dieren willen zodat hij elk individueel dier kan volgen. „De domme boer bestaat allang niet meer”, zegt hij als hij op de computer in de voerkeuken de dosering van het biggenvoer aanpast.

Als je zo open bent als Theo Vernooy en de hele dag iemand laat meekijken, worden tegenvallers ook zichtbaar voor vreemde ogen. In de loop van de middag blijken twee zeugen dood in hun hok te liggen. Even later komt de stagiair aanlopen: „Slecht nieuws. Er ligt er nog één dood.” Vernooij is even niet meer zo spraakzaam. „Je merkt het wel aan me, hè? M’n hele dag verpest.” Hij vervangt een kapotte tl-buis. Moet ook gebeuren. Na een poosje begint hij weer te praten. „Dit is wel uitzonderlijk. Wat zouden ze hebben? Vind jij het hier te warm?”

„Het kan pech zijn, maar als je altijd pech hebt, doe je iets niet goed”, zegt hij even later. Dan belt hij de vee-arts. Ze stelt hem enigszins gerust. De overgang naar het warme weer, daar kunnen varkens slecht tegen. Net als in bejaardenhuizen vallen de zwaksten als eerste om. Dan belt hij destructiebedrijf Rendac. Of ze morgen de kadavers komen halen. „Mijn koeling zit vol. Ik kan ze niet aan de weg leggen.”

En intussen moet er ook nog even, voor de vijfde keer vandaag, naar de werpende zeug worden gekeken. Voor de vijfde keer met die lange handschoen in Superman-houding. Nog één, nog twee. Pepijn staat erbij te tellen. „Papa, tweeëntwintig.” Uitzonderlijk veel biggen voor één worp, twintig is ook al veel. Vernooij lacht. „Tweeëntwintig. Ik denk dat-ie nu wel klaar is.”