Recensie

Recensie Boeken

De verrassende waarde van pratende zwaarden

Kinderboek Wie met een onsexy onderwerp een geslaagd non-fictiekinderboek wil vullen, moet al zijn vertellersgaven inzetten. Dat deed Linda Dielemans, die een wezenlijk en aanstekelijk boek over brons schreef.

Ga er maar aanstaan: een non-fictiekinderboek over brons. Dat klinkt niet spannend, niet sexy, maar onpersoonlijk en ver weg, maar oh, wat kun je je daarin vergissen. Archeoloog en schrijver Linda Dielemans (1981) liet zich door de op de loer liggende taaiheid van het onderwerp niet weerhouden en dat leverde het aanstekelijke en voorbeeldige Brons op.

Met een onderwerp dat niet tot de verbeelding spreekt moet je al je vertellersgaven inzetten – dat besef heeft de non-fictie voor kinderen de afgelopen jaren tot grote hoogten gestuwd. Het bracht ons bijvoorbeeld De zweetvoetenman, waarin Annet Huizing het Nederlands recht uitlegt, en Het mysterie van niks, de krachttoer van Jan Paul Schutten over de oerknal en kwantummechanica – moeiteloos voerden Huizing en Schutten je mee, terwijl je hersens kraakten.

Het ontstaan van waarde

Om van Brons te genieten hoef je geen bolleboos te zijn: Dielemans’ onderwerp is niet bijzonder ingewikkeld, haar moeite zat er vooral in de ogenschijnlijk kille materie tot leven te wekken. Daarvoor gebruikt ze een methode waarvoor ze haar vaardigheden als fictieschrijver – van tot nu toe vier historische kinderboeken – verenigde met de kwaliteiten van de enthousiaste archeoloog en toegewijde uitlegger. Wat ze van de Leidse archeologieprofessor David Fontijn over brons leerde, illustreert ze met fictieve verhalen waarin bronzen voorwerpen de hoofdrol spelen.

Eérst brengt ze de informatie over – met een bewonderenswaardig gevoel voor de dosering van de kennis. Rustig, maar niet traag, legt ze bijvoorbeeld uit hoe metaal ontdekt moet zijn, de koperhandel op gang kwam en dat een soort economie tot stand bracht – zonder dat ze trouwens een abstract volwassenenwoord als ‘economie’ gebruikt. Dielemans doet het doeltreffender: ze toont het ontstaan van waarde, aan de hand van een radnaald, een bronzen sieraad dat zóveel waarde kreeg, dat het de identiteit van de drager ging bepalen.

Zo ging het ding een functie in mensenlevens vervullen – en die conclusie maakt Dielemans vervolgens aanschouwelijk in een verhaal, met een personage. Over het meisje Mare in dit geval, dat uit haar gemeenschap vlucht om uithuwelijking te ontlopen en daarvoor haar uiterst herkenbare radnaald weggooit. Daarmee waagt Dielemans zich óók aan een van de grootste archeologische raadselen: die van de depositie, een waardevolle schat die ergens gedumpt is – met een moeilijk woord dat ze terecht niet vermijdt. Waarom gooiden mensen die dure dingen, die deposities, weg? De zoektocht naar het antwoord op die vraag vormt de wezenlijke ondertoon van het boek: wat van waarde is krijgt betekenis, en dat veroorzaakt hoofdbrekens en verplichtingen. Zeer sprekend wordt dat geïllustreerd in hoofdstukken over bronzen zwaarden (oorlog!) en kolossale, kostbare siervoorwerpen. Al lezend voel je steeds meer het fundamentele belang van een boek over brons.

Eigenzinnige vorm

De fictieve verhalen, de illustraties van de informatie, die zeer sfeervol geïllustreerd zijn door Sanne te Loo, hebben een eigenzinnige vorm: Dielemans vertelt ze vanuit het gezichtspunt van het bronzen voorwerp. ‘Hij is bang. Ik kan het voelen. De hand die me vasthoudt trilt.’ Hoe riskant zulk animisme ook is (het kan kinderachtig worden, of nep), het wérkt wel. De kunstgreep ligt er zo dik bovenop dat je je niet eens hoeft af te vragen of het nep is: het ís nep, het kan namelijk niet. Relevanter is dat je je afvraagt: is dit echt nodig om de boodschap over te brengen? Daarop is het antwoord ‘ja’; steeds overtuigt het als manier om te tonen hoe dicht bronzen objecten bij de mens stonden.

Die pratende bijlen en zwaarden zijn een manier om het verleden van een stem te voorzien, en dichterbij te brengen – zoals de verhalende kinderboeken van Dielemans, over steentijd, ijstijd of bronstijd dat ook deden. Maar wie haar interesse voor die vervlogen tijden op voorhand nog niet zo sterk voelde, is nu juist gebaat bij de informatieve delen, waarin de auteur haar enthousiasme kwijt kan. De combinatie, in Brons, biedt het beste van twee werelden, fictie en non-fictie: nooit gedacht dat een boek over brons zo boeiend kon zijn.