Wie zat er achter de gifgasaanval in het Syrische Douma?

Oorlog in Syrië Het blijft onduidelijk wie er achter de gifgasaanval van 2018 in het Syrische Douma zat. Het regime in Damascus of rebellen? De OPCW gaat nu nieuw onderzoek doen.

Een bewusteloos Syrisch kind wordt behandeld na een aanval in de noordwestelijke plaats Khan Sheikhun, in 2017, waar de Syrische regering gifgas zou hebben gebruikt. Er vielen toen zeker 58 doden.
Een bewusteloos Syrisch kind wordt behandeld na een aanval in de noordwestelijke plaats Khan Sheikhun, in 2017, waar de Syrische regering gifgas zou hebben gebruikt. Er vielen toen zeker 58 doden. Foto Omar haj kadour/AFP

Vorig jaar april hield de wereld de adem in. De Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vuurden ruim honderd raketten op Syrië af, waar ook Russische troepen gelegerd zijn. De aanval was een vergelding voor een gifgasaanval op de Syrische plaats Douma, waarbij tientallen doden vielen. De beelden van verstijfde kinderen met schuim op de mond schokten de wereld.

Het Westen hield de Syrische president Assad verantwoordelijk, die door de Amerikaanse president Trump een „beest” werd genoemd. Eerder zette Syrië al regelmatig gifgas in. Syrië en bondgenoot Rusland hebben dit altijd ontkend en beschuldigen het Westen ervan met zijn vergeldingsactie een grootschalige oorlog te hebben geriskeerd. Deze discussie heeft een impuls gekregen nu de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) nieuw onderzoek heeft aangekondigd naar negen gifgasaanvallen in Syrië, waaronder die in Douma.

Schuldigen aanwijzen

Lange tijd was de OPCW vooral een technische club. Maar sinds kort mag het naast vaststellen dat er chemische wapens zijn gebruikt, ook schuldigen aanwijzen. Daarmee is het belang van de organisatie gegroeid.

Sico van der Meer, expert non-conventionele wapens bij het Clingendael Instituut, spreekt van een „geopolitiek steekspel”, waarin de grootmachten voortdurend invloed proberen uit te oefenen op het technisch secretariaat van de OPCW en zijn onderzoekers. Rusland heeft daarbij een bijzonder belang, omdat de OPCW ook onderzoek deed naar de aanslag met novitsjok op de Russische dubbelspion Skripal. Daarvoor houdt het Westen Rusland verantwoordelijk.

De OPCW zelf is net in verlegenheid geraakt door een gelekt rapport van een ervaren medewerker, dat de Russische ontkenning van de gifgasaanval in Douma deels onderschrijft. Dit onderzoek van de Zuid-Afrikaan Ian Henderson werd niet opgenomen in het officiële slotrapport van de OPCW over de gifgasaanval van 7 april 2018. De OPCW concludeerde daarin dat er „gegronde redenen” zijn aan te nemen dat er in Douma chloorgas is gebruikt. Ze mocht destijds nog geen daders aanwijzen, maar merkte op dat de gifgascylinders waarschijnlijk via de plafonds de flatwoningen in Douma zijn binnen gezeild, wat wees op een luchtaanval door het Syrische leger.

De Russische ambassade organiseerde vorige week een persconferentie in Den Haag waar, gesteund door de bevindingen van Henderson, heel andere conclusies werden getrokken. Namelijk dat de gifgascylinders in Douma er zijn neergelegd. ‘Onweerlegbaar bewijs’ stond er boven iedere dia van de presentatie. Er werden interviews met Syrische burgers getoond die vertelden dat rebellen die dag hun wijk binnenreden met stapels lijken in hun auto’s. Ze zouden geassisteerd zijn door medewerkers van de civiele reddingsdienst Witte Helmen, die door Rusland al jaren in diskrediet wordt gebracht. De buurtbewoners moesten zich schuilhouden, terwijl rebellen her en der in de wijk lichamen verspreidden. „In deze straat zag ik tien tot vijftien dode lichamen van mensen die ik niet kende”, zei een man die werd aangeduid als de 40-jarige chauffeur Muhamed Shkader Abdulkader. De slachtoffers zouden door de rebellen zijn vermoord zonder dat verwondingen zichtbaar waren, speciaal voor het in scène zetten van de gifgasaanval.

Gecontroleerd bij buurtbewoners

Volgens de Russen kan hun lezing van de gebeurtenissen in Douma eenvoudig door Westerse journalisten worden gecontroleerd bij buurtbewoners ter plaatse. „Maar niemand neemt de moeite”, zei Maxim Grigoriev, die de interviews met de Syriërs afnam. Grigoriev werkt voor de ‘Stichting voor de studie van democratie’, die aan de Russische staat is gelieerd.

Westerse journalisten hebben een visum nodig als ze Syrië in willen. Dat wordt vaak geweigerd. Mogen ze het land wel in, dan moet er vervolgens toestemming komen om naar Douma te reizen. Als die er is, dan verloopt de reis onder begeleiding van een ‘minder’, een medewerker van de staat, eventueel aangevuld met militaire begeleiding. „De kans dat iemand in Douma iets zegt dat niet strookt met het officiële verhaal is nul”, zegt Gert Van Langendonck, correspondent Midden-Oosten voor NRC.

De ‘onweerlegbare bewijzen’ van de Russen zijn dus lastig te verifiëren, maar onderzoeken wat er met het OPCW-rapport van Henderson is gebeurd, is ook niet makkelijk. Hij onderzocht alleen hoe de gascylinders in de gebouwen in Douma zijn beland. Henderson concludeerde dat de kans groter is dat ze daar zijn neergelegd – het gebied werd toen door rebellen beheerst – dan dat ze uit een helikopter of vliegtuig zijn geworpen.

Lees ook: Sporen gifgas zijn lang terug te vinden

Storm van kritiek

Zijn rapport werd in mei gelekt door de met Rusland en Syrië sympathiserende organisatie ‘Working group on Syria, propaganda and media’. Op internet ontstak vervolgens een storm van kritiek. Uiteindelijk bracht de OPCW-directeur een verklaring uit waarin hij uitlegde dat Henderson in zijn rapport aan ‘toeschrijven’ had gedaan. Door te concluderen dat de cilinders waarschijnlijk zijn neergelegd, zou hij naar de rebellen hebben gewezen. ‘Toeschrijven’ viel destijds buiten het OPCW-mandaat en daarom zou Hendersons onderzoek niet in het slotrapport zijn genoemd.

Toch blijven veel vragen onbeantwoord. Waarom deed Henderson onderzoek als hij niet tot het onderzoeksteam behoorde? Deed de OPCW zelf niet aan toeschrijven door te stellen dat de cylinders waarschijnlijk via de plafonds de gebouwen waren binnengekomen? De OPCW weigert nader commentaar en doet onderzoek naar het lek van Hendersons rapport. Henderson zelf is onbereikbaar.

Van der Meer van Clingendael is sceptisch over nieuw OPCW-onderzoek. „De verhoudingen zijn zo verzuurd dat Rusland en Syrië voorlopig niet willen meewerken. Als de onderzoekers zich vooral moeten baseren op oud bewijsmateriaal, is de vraag of ooit met zekerheid een schuldige van Douma wordt aangewezen.”