Weer twijfels over rubberkorrelrisico’s in kunstgras

Toxicologie In 2017 oordeelde het RIVM dat gezondheidsrisico’s van kunstgrasrubberkorrels verwaarloosbaar zijn. Daar is nu discussie over ontstaan.

Op kunstgrasvelden liggen korrels die gemaakt zijn van oude autobanden.
Op kunstgrasvelden liggen korrels die gemaakt zijn van oude autobanden. Foto Stanley Gontha

Opnieuw zijn er twijfels over de veiligheid van rubberkorrels in kunstgrasvelden. Vier wetenschappers, onder leiding van de Utrechtse toxicoloog Martin van den Berg, plaatsen deze week in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) kanttekeningen bij het RIVM-rapport uit 2017 over de veiligheid van rubberkorrels en de stoffen die daaruit vrijkomen. Dat rapport concludeerde destijds dat sporten de korrels, gemaakt van oude autobanden, „een verwaarloosbaar gezondheidsrisico” geeft. Maar dat standpunt is niet langer te verdedigen, schrijven Van den Berg en mede-auteurs, omdat voor de kankerverwekkende en hormoonverstorende stoffen die uit de korrels vrijkomen strengere normen gehanteerd zouden moeten worden, op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. „Omdat het gaat om kinderen moeten we uitgaan van het voorzorgsprincipe en de blootstelling aan schadelijke stoffen tot een minimum beperken.”

Lees ook: Wetenschappers zijn kritisch over RIVM-rapport kunstgras

Volgens Van Den Berg rekende het RIVM met de officiële Europese norm voor bisfenol A (BPA), maar concludeerde het eerder zelf in een rapport dat die norm strenger zou moeten zijn. „Heel vreemd dat ze de regeltjes kennelijk belangrijker vinden dan hun eigen wetenschappelijke bevindingen.”

Extra gevoeligheid

Een tweede kritiekpunt, dat Van den Berg ook al meteen na het verschijnen van het rapport uitte, is dat de RIVM-berekening geen rekening houdt met extra gevoeligheid van kinderen voor met name kankerverwekkende stoffen, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). In het sneldelende weefsel van kinderen in de groei is het risico op het ontstaan van tumoren door PAK’s hoger. Maar de veilige waarden zijn gebaseerd op proefdieronderzoek met jongvolwassen dieren. Met versterkte effecten in jongere dieren is geen rekening gehouden. Van den Berg: „Doe je dat wel, dan kun je niet meer volhouden dat het risico verwaarloosbaar is.”

„Niets nieuws”, reageert wetenschapper Joke Herremans van het RIVM. „Beide punten zijn besproken in de wetenschappelijke klankbordgroep waar ook Martin van den Berg in zat. Inderdaad hebben wij de strengere norm voor BPA en de kindfactor niet meegenomen in de risicoberekeningen. Maar we hebben in de discussie gekeken wat er zou gebeuren als we dat wel zouden doen. Daar gingen geen alarmbellen af, dus voelden we ons nog steeds senang bij de conclusie dat het risico verwaarloosbaar is.”

Stevige kanttekeningen

„Ik zat inderdaad in de klankbordgroep”, zegt Van den Berg, „Maar er was geen consensus. Samen met een ander lid had ik stevige kanttekeningen bij de conclusies, maar die zijn niet overgenomen.”

De overheid zou ouders moeten aanraden om hun kinderen zo goed mogelijk te beschermen tijdens en na het spelen op dit kunstgras, schrijft Van den Berg in het NTvG. Zulke aanbevelingen – geen hand-mondcontact, douchen, kleding wassen – vond het RIVM niet nodig. Herremans: „Dat hoort bij de normale hygiëne na het sporten. En als wij dat expliciet zouden aanbevelen, zouden mensen kunnen gaan denken dat er toch een risico is. Bovendien weten we dat extra douchen niet nodig is voor de veiligheid.”

Lees ook: RIVM: sporten op kunstgras is veilig