Opinie

Von der Leyen, zet vol in op democratie

De nieuwe voorzitter van de Europese Commissie moet de Brusselse besluitvorming transparanter maken en vooral burgers daarbij betrekken, schrijft .
Illustratie Martien ter Veen, Foto CLEMENS BILAN

Democratische legitimiteit is een kostbaar politiek goed en Europa doet wanhopig zijn best om het te verkrijgen. Toch zal de selectieprocedure voor de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie veel burgers in verwarring hebben gebracht. Weg is de enige kleine democratische hervorming van de afgelopen jaren, die beoogde om de Spitzenkandidat van de grootste Europese partij tot Commissievoorzitter te laten kiezen. Terug is de macht van de lidstaten om via koehandel in achterkamertjes hun eigen kandidaat te benoemen. Het Europees Parlement kan zijn onvrede tonen, maar uiteindelijk heeft het geen andere haalbare keuze dan in de pas te lopen, hoe krap de marge dinsdag ook was toen de Duitse CDU-minister Ursula von der Leyen een meerderheid in het Europees Parlement achter zich kreeg.

De macht van de Europese Raad van regeringsleiders werd altijd democratisch gerechtvaardigd omdat de leden levendige democratieën vertegenwoordigen. Maar deze stelling wordt wankel als we naar een aantal landen in Midden- en Oost-Europa kijken. Zelfs de leiders van westerse landen als Italië, het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk staan inmiddels voor een ernstige legitimiteitscrisis.

Het stelsel van parlementaire vertegenwoordiging in Europa was altijd al ondoorzichtig omdat we niet van een ‘Europese demos’ kunnen spreken; in plaats daarvan hebben we een losse verzameling van talrijke nationale demoi, die weinig samenhang en solidariteit vertonen. Bovendien heeft het EP nooit het Europese bestuur mogen controleren.

Het paradoxale is dat dit weleens een zegen voor een geïntegreerd Europa zou kunnen zijn. Het EP herbergt steeds meer nationalistische en populistische politici die vastbesloten zijn om macht uit Brussel naar hun eigen hoofdsteden terug te halen. Ze hebben dan misschien bij de verkiezingen van mei niet het EP weten over te nemen, maar ze kunnen in het Parlement en de Raad nu wel belangrijke beslissingen blokkeren, zoals Frans Timmermans onlangs heeft geleerd.

Democratie bovenaan agenda

Ursula von der Leyen is vanzelfsprekend niet verantwoordelijk voor deze democratische manco’s van de Europese Unie. Ze doet er echter goed aan om de democratie bovenaan haar agenda te plaatsen. Von der Leyen versloeg Timmermans dankzij de steun van soevereinistische (populistische) politici. De houding van Von der Leyen tegenover de schending van de rechtsstaat in sommige lidstaten zal daarom de eerste test voor haar voorzitterschap zijn. Wat kan zij doen, gelet op de hiervoor genoemde complicaties?

Ze zou moeten beginnen met de kwestie van de transparantie. Zonder transparantie kunnen mensen vrijwel geen enkel bestuur controleren. De EU heeft een warmere band met lobbyisten dan met de burger, ze toont zich vastberadener in de beteugeling van ‘buitensporige’ sociale uitgaven dan van belastingontwijking en haar communicatiestrategie is heel selectief. We hoorden onlangs dat het EP niets moest hebben van een voorstel om de contacten met lobbyisten transparanter te maken, terwijl de Commissie maandenlang weigerde de uitslagen bekend te maken van de uitstootproeven die ze bij dieselvoertuigen van Porsche had gedaan. Details over de belastingparadijzen die Europese bedrijven gebruiken werden onthuld door Wikileaks en niet door Juncker of Tajani. Dit zijn waarschijnlijk slechts de symbolische topjes van de ijsberg en Von der Leyen zou hier allereerst schoon schip mee moeten maken, om het publiek ervan te overtuigen dat het Europese handelen onpartijdig en transparant is.

Vergroot invloed van burgers

Ook moet ze manieren vinden om de burgers bij het besluitvormingsproces te betrekken. Dat betekent niet méér referenda, wel een degelijk institutioneel systeem om de Europese bevolkingen over de belangrijkste vraagstukken waarmee de EU zich bezighoudt te raadplegen. Deze raadplegingen moeten serieus zijn en dienen niet in Brussel, maar over het hele continent te worden gehouden.

Wat de burger ook dichter bij de EU zou kunnen brengen is de vorming van een ‘tweede kamer’ in het Europees Parlement, met vertegenwoordigers van steden, regio’s, ngo’s en bedrijfsorganisaties. Zulke lokale activisten en vertegenwoordigers van sectoren staan dichter bij de gewone burger dan de beroepspolitici die nu in het EP zitten. Von der Leyen is natuurlijk niet in de positie om zo’n tweede kamer in het leven te roepen, maar ze kan dit idee wel van harte omarmen. Ook kan ze voorstellen de Europese burgers zinvolle manieren te bieden om zich te verzetten tegen beslissingen die hen rechtstreeks aangaan: de bevoegdheden en het budget van de Europese ombudsman zouden kunnen toenemen en de mogelijkheden om geschillen voor het Europese Hof van Justitie te brengen zouden verruimd kunnen worden.

Lees ook de column van Luuk van Middelaar over ‘VDL’: De vrouw die Trump weerwerk moet bieden

Het lastigste vraagstuk betreft de bevoegdheden van de Europese Commissie als zodanig. Veel critici vinden die te omvangrijk en onvoldoende controleerbaar. Het parlementaire toezicht op de Commissie is belangrijk, maar ontoereikend gezien de schaal van de onderneming. Daarom is het belangrijk om na te denken over nog een democratisch standaardinstrument, dat neerkomt op de beteugeling en spreiding van de gecentraliseerde macht. Decentralisatie brengt de macht dichter bij de burger en maakt het gemakkelijker om verantwoording af te leggen. De EU heeft meer dan veertig regelgevende instanties in verschillende landen die zich bezighouden met uiteenlopende onderwerpen als mensenrechten, zeevaart of voedselveiligheid. Deze zouden meer macht en middelen kunnen krijgen, ten koste van de Europese Commissie. Zo’n stap zal de Commissie niet per se verzwakken, maar ze raakt dan wel een aantal van haar huidige lasten kwijt, en ze wint aan legitimiteit.

Zonder democratisering versterk je de crisis

Nu de EU steeds meer bevoegdheden krijgt, groeit de druk om haar beslissingen te legitimeren. In het verleden draaide het Europese project vooral om zogeheten ‘output-legitimiteit’; het hoofddoel was Europa efficiënter en welvarender te maken. Maar na de teleurstellende economische groei vanaf de jaren zeventig en vervolgens een reeks economische en migratiecrises, werd het voor de EU zaak om meer uit te gaan van ‘input-legitimiteit’, gebaseerd op een vorm van democratie.

Bovendien is het door de opeenvolgende golven van EU-uitbreiding steeds moeilijker geworden om unanieme beslissingen te nemen en daarom zijn in de Europese Raad van ministers gaandeweg meerderheidsbesluiten ingevoerd. Omdat lidstaten bepaalde EU-besluiten niet meer met een veto kunnen treffen, is het nodig deze meerderheidsbesluiten in een pan-Europees kader te legitimeren.

Democratie behelst participatie, debat, rekenschap en vertegenwoordiging. Verkiezingen en parlementen zijn maar een paar van de talrijke institutionele instrumenten waarmee democratie kan worden bewerkstelligd. De EU is geen staat, dus moeten we innovatief zijn en wat experimenteren. De voorzitter van de Europese Commissie kan niet eigenhandig de bestaande verdragen wijzigen, maar ze kan zich wel krachtig over de democratie uitspreken en voorstellen doen om deze te versterken. De voorgangers van Von der Leyen hebben dit niet krachtig genoeg gedaan, en vandaar de huidige crisis van het hele Europese project. Laten we hopen dat de eerste vrouwelijke Commissievoorzitter niet alleen de geschiedenis in zal gaan als een bekwaam ambtenaar, maar ook als een pleitbezorger van de Europese bevolking. Of is een dergelijke hoop te naïef?

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.