Als zwangere vrouw een weg door de voedingsjungle vinden

Zwanger Wel of geen venkelthee, rauwe ham of haring? Als je zwanger bent kun je soms behoorlijk de weg kwijtraken in de voedingsjungle. Wat je nodig hebt, zijn handvatten om zelf de risico’s in te schatten.

Je mag al niet drinken, de hele dag koffie is ook niet goed, wat blijft er dan over? Thee. Sloten thee. Verveinethee, gemberthee, muntthee, venkelthee, sterrenmix…ho! Stop! Zwangere vrouwen betreden hier een mijnenveld.

Niet alle thee is per definitie totaal ongevaarlijk en geschikt voor onbeperkte consumptie. In thee (echte thee van de theeplant Camellia sinensis) zit cafeïne. Kruidenthee dan maar? Daar kunnen plantengifstoffen in zitten – ja, ook in biologische kruidenthee, want het gif komt niet van buiten maar wordt door de planten zelf geproduceerd. Even minderen met anijs- of venkelthee dus. En trouwens ook met kaneel- en zoethoutthee, want net als in drop zit daar glycyrrhizine in, die de bloeddruk kan verhogen.

„Mag ik dan helemaal niks meer?” roept de zwangere vrouw, haar handen ten hemel heffend. En ze bestelt nog een spaatje.

De makers van het boek Eet als een expert - Zwanger! hebben lang gediscussieerd over thee. Ze schrijven ook waarom het zo’n hoofdpijndossier was. Over de effecten tijdens de zwangerschap is weinig bekend, er is weinig bewijs voor een goed onderbouwd advies over het maximum aantal kopjes dat je veilig kunt drinken. „En met de officiële aanbeveling om ‘te variëren en ‘met mate te drinken’ kunnen wij weinig, want wij weten niet wat dat concreet betekent.” Uiteindelijk schreven ze een hoofdstuk van 12 pagina’s waarin ze alles delen wat ze wél maar ook wat ze niet weten. Ze laten een toxicoloog van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) aan het woord en geven 43 verwijzingen naar wetenschappelijk artikelen. Dat is wat je noemt: het zekere voor het onzekere nemen.

Er is al genoeg onzin

Er was geen ander thema dat zo complex was als dit, zegt Gaby Herweijer, die met vijf andere voedingswetenschappers en diëtisten dit boek maakte. De kruidentheekwestie laat zien hoe ze voor het hele boek te werk gingen: „We zochten in de wetenschappelijke literatuur wat er over bekend was. En als we er niet uitkwamen, betekende dat meestal dat er te veel onzekerheden of onduidelijkheden waren en schreven we dát op.”

Bij alle beweringen over de eventuele gevaren of juist over de heilzame werking van producten en stoffen staan daarom die verwijzingen naar de lijst met referenties, die online te bekijken is. Want er wordt, weten ze, al genoeg onzin over voeding beweerd.

„We hebben van tevoren met veel vrouwen gesproken om te horen wat er leeft. Er waren eigenlijk weinig vragen over afzonderlijke voedingsstoffen, de meeste vragen gingen over de risico’s – wat mag ik wel en niet? – en over veranderende inzichten.”

Zo geldt het advies om foliumzuur te slikken pas sinds 1993. „Dat hoefde in mijn tijd helemaal niet”, zullen vrouwen met een kinderwens hun moeders horen zeggen. Over vis kunnen de discussies soms ook hoog oplopen. ‘Vroeger’ was vis gewoon gezond. Nu weten we dat roofvis (vis die andere vis eet) vaak te hoge concentraties kwik en andere giftige stoffen bevat. Dat de ene makreel de andere niet is en dat je met gerookte vis ook een infectie kunt oplopen. En dat levert een genuanceerder advies op.

Is die haarkloverij nou echt nodig? Zijn zwangere vrouwen niet al onzeker genoeg? Ja, dat is nodig, zegt Herweijer. „In een gesprek kun je misschien een beetje relativeren, maar als het zwart op wit staat kun je geen enkel risico negeren.” Dan kun je, als de kaasboer zegt dat er niets mis is met harde kaas, zelf een afweging maken. Maar dan wéét je tenminste dat harde rauwmelkse kaas nog steeds de Listeria monocytogenes-bacteriën kan bevatten (en waarom die gevaarlijk kan zijn).

‘Mijn oma rookte als een ketter’

Het boek ziet er luchtig genoeg uit om een breed publiek aan te spreken, met tussendoor instagramwaardige recepten en populaire thema’s als omgaan met ‘cravings’ en kwaaltjes, in poederkleurige kaders. Maar het is vooral een nuchtere handleiding voor het omgaan met de vloedgolf aan gewenste en ongewenste informatie. Wat zeg je tegen al die ‘experts’ in je omgeving met hun goedbedoelde adviezen? Hoe ga je om met anekdotisch bewijs (‘mijn oma rookte als een ketter en kreeg twaalf gezonde kinderen’)? Waarom geven verschillende landen zulke uiteenlopende adviezen? En hoe beoordeel je wetenschappelijk onderzoek en risico’s?

Er zijn ‘Russische roulette-risico’s’, zoals zoals listeriose of toxoplasmose: klein risico maar met potentieel ernstige gevolgen. Er zijn onbekende risico’s, zoals die van plantengifstoffen. En er zijn risico’s die met hoeveelheden te maken hebben, waarbij alcohol aan de ene kant staat (niet doen) en koffie aan de andere kan (niet te veel). Dat maakt de adviezen niet minder voorzichtig, maar het helpt zwangere vrouwen wel om de gevaren zelf te kunnen relativeren.

Om nog even terug te komen op het theedebat: de auteurs beschrijven hoe ze, na alles wat ze wel en niet te weten waren gekomen, zelf uitkwamen op maximaal vier mokken thee per dag, en dan maximaal één mok venkel-, anijs, sterrenmix of zoethoutthee en niet iedere dag. En de grootste theeleut zet gewoon slappe thee. Zo vindt iedereen, met een beetje gezond verstand ook zonder keiharde wetenschap, haar weg in de jungle.

Eet als een expert – Zwanger!, div. auteurs, uitgeverij I’m a Foodie, 192 blz., 24,50 euro