Een mentor kan ik iedereen aanraden

Mentor-relatie Je losmaken van je ouders gaat soepeler als je je kunt verlaten op een andere volwassene. Levi van Dam gunt iedereen een ‘natuurlijke mentor’ als de zijne.

Illustratie Olf de Bruin

In de Griekse mythologie is Mentor de raadgever en trouwe vriend van Odysseus, die hem bij zijn vertrek naar Troje vraagt om de opvoeding van zijn zoontje Telemachos over te nemen. Als Odysseus maar niet terugkomt van zijn reis, spreekt Mentor Telemachos moed in om op zoek te gaan naar zijn vader. Zijn oorsprong. Daaruit kwam het begrip mentor voort als symbool voor de relatie tussen iemand met levenservaring en meer kennis op een specifiek terrein. Michelle Obama houdt in haar boek Becoming een pleidooi voor meer mentor-relaties, evenals de Britse komiek Russell Brand in zijn pas verschenen boek Mentors. Beiden zien mentorschap als het type relatie dat je helpt jezelf te blijven ontwikkelen als mens. Wat is een mentor-relatie precies, en hoe werkt het?

Op mijn achttiende ontmoet ik Han Mes, als stagiair hulpverlener begeleid ik haar zoon die psychosen heeft. Tijdens onze eerste ontmoeting in het atelier van haar grachtenpand aan de Brouwersgracht in Amsterdam ontstaat iets. Zij, kunstenares, vrijgevochten en 50 jaar ouder. Ik boordevol christelijke dogma’s. Als na verloop van tijd ons contact persoonlijk wordt, nodigt ze mij uit om te blijven eten. Ze heeft heerlijk gekookt en vertelt kleurrijk over haar Italiaanse vriend die er die middag was en ze vertelt zelfs hoe ze samen seksualiteit beleven. Die avond vraagt ze mij te kijken naar de door haar geschilderde mensen, weilanden en luchten. Ze wil horen wat ik zie, wat ik voel en leert mij dat nieuwe ogen op de voor haar bekende beelden het mooiste geschenk zijn.

Als ik ’s avonds in mijn bed kruip, gonst mijn hoofd. Het is alsof er een andere snaar in mij is geraakt. De vrijheid waarmee Han spreekt over haar Italiaanse vriend is voor mij ongekend. En ze vertelt dat ze zichzelf gedoopt heeft, thuis in haar badkuip, omdat het instituut kerk niet bij haar past. Het botst met wat ik geleerd heb. Mijn vader is dominee, de enige aan wie het is voorbehouden om mensen te dopen. En hier zit een vrouw die met grote armgebaren voordoet hoe zij dit zelf heeft gedaan.

Natuurlijk mentorschap is een relatie tussen jongeren en volwassenen, anders dan hun ouders. Het zijn de ooms, tantes, buren en kennissen naar wie ze uitwijken als het contact met ouders moeizamer wordt. Het hoort bij volwassen worden: jongeren bezien het contact met hun ouders opnieuw. Ze zoeken naar een gelijkwaardiger relatie met hen om zo zelf meer autonoom te worden.

Een buffer tegen allerlei problemen

In de pedagogiek wordt het gezien als een ‘ontwikkeltaak’ van de jongere om ondersteunende relaties met andere volwassenen op te bouwen en te onderhouden. De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Emily Werner deed meerjarig onderzoek naar veerkracht, het vermogen om het hoofd te bieden aan tegenslagen. Daaruit blijkt dat mentor-relaties tussen jongeren en volwassenen voor de jongeren fungeren als een buffer tegen allerlei problemen. Denk aan een scheiding, armoede of het overlijden van ouders en de (psychische) problemen die hierdoor kunnen ontstaan. De natuurlijke mentoren zijn een emotionele steun en toeverlaat voor de jongeren. Zij bieden een cultureel en normatief kader en verlenen soms praktische steun zoals tijdelijk onderdak of helpen met een sollicitatiebrief.

Stapje voor stapje groeit Han uit tot mijn natuurlijke mentor. Als ik thuis mijn ouders enkele schilderijen laat zien van Han, vertel ik hun over haar doopritueel. Mijn vader knikt en zegt dat ze klinkt als een wijze vrouw, „dat contact moet je koesteren”. Na het doorbladeren van een boek met schilderijen van Han laat ik de poster zien van een schilderij, die ze me heeft gegeven. „Laten we die inlijsten”, zegt mijn moeder.

Mag ik van mijn ouders dit contact uitbreiden, of brengt dat meer spanning?, is een vraag die jongeren onbewust bezighoudt. Het blijkt dat de toestemming van ouders om relaties met andere volwassenen aan te gaan, de basis is voor het slagen van die relaties.

75 procent van de jongeren heeft een mentor

Mijn positieve ervaringen met Han als natuurlijke mentor, stimuleerden mij ruim vijf jaar geleden om dit fenomeen als orthopedagoog en wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam verder uit te zoeken. Hoe zit dat, hebben andere jongeren ook ‘een Han’ en wat is eigenlijk het effect daarvan op bijvoorbeeld schoolprestaties en mentale gezondheid?

In een grootschalig onderzoek keken we met collega’s van de Universiteit Utrecht en internationaal mentorexpert professor Jean Rhodes van de University of Massachusetts naar het effect van natuurlijke mentor-relaties bij ruim 60.000 jongeren. Hun werd de simpele vraag gesteld: ‘is er naast je ouders een andere volwassene naar wie je toe kunt voor raad en advies?’. En wat blijkt? Ruim 75 procent van alle jongeren heeft een natuurlijke mentor, zij halen betere schoolresultaten en hebben minder psychische problemen dan jongeren zonder natuurlijke mentor. En niet alleen jongeren van ‘goede komaf’ hebben een natuurlijke mentor en profiteren hiervan. Jongeren die al vroeg worden geconfronteerd met problemen (tienermoeders, dakloze jongeren, jongeren in pleegzorg of jongeren van ouders met een alcoholverslaving) hebben hier evenveel profijt van. Sterker nog, het effect van een natuurlijke mentor is vergelijkbaar met het effect van een geprotocolleerde psychologische behandeling. Waardoor je je terecht kunt afvragen waar jongeren met en zonder problemen soms meer baat bij hebben: therapie of een natuurlijke mentor.

Het contact tussen mij en Han voelt soms ook als therapie, door de diepgang en het reflectieve karakter. Zoals wel vaker met therapie, is het een plek waar je andere invalshoeken hoort of nieuwe inzichten verkent. Om dit vervolgens toe te passen in je dagelijks leven. En nieuwe inzichten toepassen levert soms wrijving op met bestaande verwachtingen en patronen.

Een fiks conflict

Door de jaren heen houd ik contact met Han. We zien elkaar niet vaak. Soms twee of drie keer per jaar, soms een jaar niet. We hebben een fiks conflict. Ik verdedig met verve dat homoseksualiteit onjuist is. Zo heeft God het niet gewild. Anders hadden twee mensen van hetzelfde geslacht toch kinderen kunnen voortbrengen? Later zal ze zeggen dat dit het enige moment is in onze relatie dat ze vreselijk boos op mij is. Ze heeft op het punt gestaan mij te laten weten dat ik niet meer welkom was in haar huis.

Dit vertelt ze nadat we bij het graf van haar overleden zoon hebben gestaan. Meerdere psychosen worden hem uiteindelijk fataal en zorgen ervoor dat hij op veel te jonge leeftijd overlijdt. In de weken daarna fietsen we op een avond samen naar de begraafplaats. Op mijn bagagedrager heb ik de tijdelijke grafsteen stevig vastgebonden. Staand naast het graf vraagt Han mij of ik het ‘Onze Vader’ wil bidden. Ik stok. Dit was altijd ons ritueel, dat ik voor het eten het ‘Onze Vader’ bid. Han vaak met betraande ogen tegenover mij, in stilte luisterend naar de vertrouwde woorden. En ik kan het niet langer. Inmiddels ben ik halverwege de twintig en ik geloof het niet meer. Op andere plekken heb ik het nog niet kunnen zeggen, maar hier, bij Han aan het graf van haar zoon, voelt het niet langer juist. Ik zeg dat ik het gebed niet kan uitspreken, omdat ik het niet meer geloof. Ze prijst mijn eerlijkheid en samen huilen we om dat wat niet meer is.

Toen het slecht ging tussen mij en mijn ex-vrouw zag ze mij liever niet naar Han vertrekken

Een arena of comfort is in de ontwikkelingspsychologie een relatie of een fysieke plek waar je op adem kunt komen. Waar je je kunt opladen om daarna verder te gaan en waar je nieuwe dingen kunt proberen. Han is mijn relationele arena of comfort. Enkele jaren later is zij ook degene tegen wie ik durf te zeggen dat ik wil scheiden. Mijn ouders reageren boos en verdrietig op mijn besluit, bij Han durf ik te exploreren of ik deze stap zal zetten en wat de consequenties ervan zijn.

De filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) stelt dat we de mistige en mystieke ruimte tussen mensen nodig hebben om te ontdekken wie we zijn. Vrij vertaald: onze relaties zijn stukjes levenskunst die we nodig hebben om onszelf te worden. Daarbij heeft Levinas het over het ‘appèl van de ander’. Dat is het onbewuste verzoek van de ander om geholpen te worden. Vergelijk het met een neef die je ieder jaar met kerst een beetje achteruit ziet gaan. Niemand bespreekt de achteruitgang en om hulp vraag hij niet, toch knaagt er iets. Kun je iets doen, maar wat dan en hoe? Anderen helpen is ingewikkeld, wanneer is het echt nodig en hoe doe je het goed?

Filosoof Jan Keij promoveerde op het denken van Levinas en heeft het bij helpen over ‘de conflicterende derden’. Helpen kan namelijk onbedoelde gevolgen teweegbrengen. Simpelweg al door de tijdsinvestering: de tijd die je besteedt aan de mentor-relatie, kun je niet meer besteden aan een andere relatie. Het conflict kan echter ook gaan over wat zich afspeelt in het relationele contact. Toen het slecht ging tussen mij en mijn ex-vrouw zag ze mij liever niet naar Han vertrekken. Begrijpelijk, want ze kende Han en wist dat zij niet afwijzend zou reageren op mijn idee te gaan scheiden en op de gevoelens die ik had voor een andere vrouw.

Pijnlijk signaal

Naast partners gaat het vaak ook om ouders die als ‘derde’ dit conflict ervaren. Wat bespreekt mijn zoon of dochter met die persoon? Hoe reageert diegene daarop? Mentor-relaties roepen vaak spanningen op in bestaande relaties, juist vanwege het nieuwe dat er geleerd wordt. Is dat erg? Nee, ik denk van niet, mits je oog hebt voor de onbedoelde gevolgen. Ik wist heel goed dat ik door naar Han te gaan, onbedoeld ook een signaal gaf aan mijn ex-vrouw dat ik letterlijk van haar af bewoog. Pijnlijk, maar het klopte wel met wat voor mij het beste voelde.

Ook in je carrière kan een mentor je veel brengen. Lees ook: Wijze raad nodig als starter? Zoek een mentor

Levinas heeft het ook over genieten. Hij stelt dat we eerst zelf moeten genieten, om te begrijpen wat voor een ander genieten is. Het egoïsme dat nodig is om zelf te genieten, ziet hij als voorwaarde om tot het juiste ethische handelen te komen. Ik had het contact met Han nodig. Ik moest daarvan genieten, ten koste van de wens van mijn ex. Met het juiste ethische handelen bedoelt Levinas dan ook niet dat je andere niet kwetst. Integendeel. Je gevoeligheid voor anderen en je wens tot egoïsme, dat spanningsveld verdragen en je menselijke tekortschieten onder ogen zien, dat maakt ons mens.

Inmiddels ken ik Han exact mijn halve leven: 18 jaar. Het is voor mij de betere helft van mijn leven. Ik geniet van ons. Soms overvalt mij de angst dat ze er op een dag niet meer zal zijn. Dat is een intens verdrietig gevoel. Paniek overvalt mij als ik daaraan denk, met wie kan ik dan zo onvoorwaardelijk genieten? Of mag ik dan iemands Han zijn? Ik zal diegene dan vertellen over Han, in de hoop dat diegene ook weer iemands Han mag worden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.