Het nationale gerecht van Malta

Menu Grand Hotel Janneke Vreugdenhil gaat in het kielzog van Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer op zoek naar de lekkerste recepten. Deze week: gestoofd konijn uit Malta.

Foto Istock, beeldbewerking Nrc

Op zoek naar een eeuwenlang verloren gewaand schilderij van Caravaggio, zijn Ilja en Clio naar Malta gevlogen. Ze hebben de Sint-Janscokathedraal van Valletta bezocht, en daar, in het Oratorium, tussen drommen selfie-schietende toeristen, De onthoofding van Johannes de Doper bekeken. Volgens veel kunsthistorici is dit het belangrijkste werk van de Italiaanse barokschilder, maar Clio denkt daar anders over. Ergens op Malta moet zich een nog groter meesterwerk bevinden: een zelfportret van de meester als Maria Magdalena. Althans, dat is haar theorie.

Ik ben ze gevolgd, de tortelduifjes/kunstdetectives/hoofdpersonages uit Grand Hotel Europa. Wanneer ze ergens in de stad ‘onduidelijk konijn in een waterig stoofpotje’ lunchen, zit ik een tafeltje verderop en luister hun gesprek af. Het gaat over de liefde. „In het spel dat liefde heet, moet je snoeihard werken om niet te verliezen. Daarom is liefde ook geen leuk spel. De enige reden om het te spelen is dat het te laat is om nog voor deelname te bedanken.”

Dit zegt Clio nota bene, terwijl Ilja toch de cynicus van de twee is. Of vind ik dat nu alleen maar omdat ik het niet kan uitstaan dat hij zo schamper doet over de stuffat-tal-fenek op zijn bord? Nu ja, ik ga mijn plezier in dat zogenaamd onduidelijke konijn niet laten bederven. Ik heb uiteraard hetzelfde besteld – je bent een stalker of je bent het niet.

Stuffat-tel-fenek, konijn gestoofd in rode wijn met tomaten, laurier en aardappelen is Malta’s nationale gerecht. Mits goed gemaakt is, is het iets verrukkelijks; het vlees zo zacht dat het bijna in draadjes van de botten valt en het stoofvocht ingedikt tot een geurige saus. Wanneer Clio en Ilja al lang en breed op weg zijn naar het klooster van de jeruzalemmitaanse zusters van de Orde van Sint-Jan, omdat Clio daar de verdwenen Caravaggio vermoedt, schep ik mezelf nog een keer op uit de aardewerken schaal. Laat die twee maar even.

Stuffat-tel-fenek

Voor 4 personen

1 kilo konijn (een heel konijn in stukken, of alleen achterbouten); 4 tenen knoflook, geplet en gepeld; 4 blaadjes verse laurier; 600 ml rode wijn; 600 g tomaten; 75 ml olijfolie; 2 uien, gesnipperd; 1 takje rozemarijn; 2 wortels, in halve maantjes; 6 middelgrote aardappels, geschild en in grote stukken

Marineer de stukken konijn samen met de knoflook en laurier een nacht in de rode wijn. Ontvel de tomaten en hak ze tot grove pulp. Haal de stukken konijn uit de marinade, dep droog en bestrooi met zout en peper. Vis ook de laurierblaadjes en knoflooktenen uit de wijn.

Verhit de olijfolie in een grote, vuurvaste aardewerken schaal of in een ruime stoofpan. Bak de konijndelen in twee porties bruin. Haal uit de pan en bewaar. Fruit de ui, knoflooktenen, laurierblaadjes en het takje rozemarijn in de achtergebleven olie. Voeg de tomatenpulp toe en laat 5 minuten meebakken, terwijl u af en toe roert.

Schenk de marinade (de wijn dus) in de pan, vul aan met 300 ml water en leg de stukken konijn in het vocht. Breng het geheel aan de kook, leg een deksel op de pan, draai het vuur laag en laat zachtjes een half uur stoven.

Voeg de wortel en aardappel toe, laat opnieuw aan de kook komen, dek af, draai het vuur laag en laat weer een half uur stoven. Haal dan het deksel van de pan, zodat het vocht kan inkoken. Na nog eens 45 – 60 minuten is het konijnenvlees boterzacht, zijn de aardappels en wortels gaar en is het stoofvocht ingedikt tot saus.