Eigen pond Bristol nog geen hit

Alternatieve munt Het Bristol pound, een alternatieve munt, moet vooral de lokale economie stimuleren. Zeven jaar na introductie is dat nog niet echt gelukt.

Een artikel over hoe het Bristol pound vergaat zeven jaar na oprichting kun je op twee manieren beginnen.

Je kunt beschrijven hoe je vanaf treinstation Bristol Temple Meads met een Bristol pound de stadsbus pakt richting Wapping Wharf, een opgeknapte werf. Daar geef je je Bristol pounds uit aan een espresso bij Little Victories om vervolgens langs de oever van de Lower Avon uit te komen bij kunstcentrum Arnolfini. Neus rond in de boekhandel en betaal je lunch – een veganistische boterham met jackfruit – in Bristol pounds. En zo kan je doorgaan. Naar de film met Bristol pounds? Het kan. Biologische groenten kopen? Zeker. Kunst? Geen probleem.

Met zo’n begin citeer je gepassioneerde gebruikers van de hyperlokale valuta zoals Carla Denyer. „Je kunt veel meer met het Bristol pound. Ik betaal er mijn energierekening en gemeentebelasting mee. En laatst heb ik de reparatie van mijn boiler in Bristol pounds betaald”, zegt Denyer, raadslid in Bristol voor de Greens voor het stadhuis.

Je kan ook een tegenovergestelde invalshoek kiezen. Dan beschrijf je hoe je een dag lang van het station naar het havengebied naar de koffiebarretjes en kunstgaleries gaat en niemand tegenkomt die met een Bristol pound betaalt. Je treft wel de stickers aan op de deuren die melden dat winkeliers de lokale munteenheid accepteren. Je moet wel goed zoeken, want ze staan tussen de meldingen van andere initiatieven, zoals het project dat restaurants of pubs vraagt zich tot borstvoeding vriendelijke zone te verklaren.

Dan citeer je mensen als Jane Godwin en Susan Lovatt. „Ik dacht dat het Bristol Pound ter ziele was gegaan”, zegt Godwin. „Het is onhandig. Eerst moet je Britse ponden omwisselen voor Bristol ponden en die moet je vervolgens uitgeven bij bepaalde winkels”, zegt vriendin Lovatt. „Ik vind het wel een charmant plan. Thuis heb ik nog een paar biljetten liggen als aandenken”, vult Godwin aan. En daar doemt meteen het probleem van het Bristol pound op, eigenlijk van de meeste valuta die niet direct aan een land gebonden zijn: hoe meet je succes?

Meest serieuze lokale munt

Bij de organisatie achter het Bristol pound vindt men het Bristol pound geslaagd. „Het stimuleert Bristolians te winkelen en consumeren bij plekken die hun ingrediënten lokaal inslaan. Dat is goed voor de lokale economie, goed tegen klimaatverandering en versterkt het gevoel van gemeenschap in de stad”, zegt beleidsmedewerker Ian Madle.

De munt werd in 2012 geïntroduceerd. Andere Britse gemeenten, Totnes (2006) en Brixton (2009), waren eerder met een lokale munt, maar het project in Bristol kreeg meer aandacht omdat het werd gesteund door de gemeenteraad en beheerd door een kredietunie, waardoor rekeninghouders van Bristol pounds beschermd werden door financiële regelgeving zoals een depositogarantiestelsel.

Het idee is eenvoudig: rekeninghouders kunnen Britse ponden een op een inwisselen voor de munteenheid van Bristol. Dat geld kunnen zij uitgeven bij aangesloten onafhankelijke winkels en bedrijven, die in de lokale valuta inkopen kunnen doen of hun gemeentebelasting kunnen betalen. Doel was zeven jaar geleden om Bristolians aan te zetten multinationals in te ruilen voor lokale winkeliers. „Bij multinationals vloeit 80 procent van de uitgaven weg uit de regio. Maar als een pond wordt uitgegeven aan een lokaal bedrijven, blijft tachtig pence daarvan circuleren in de stad”, zei mede-oprichter Ciaran Mundy tegen de Britse pers in 2012. De oprichters hadden een politiek doel: het Bristol pound was een daad van verzet tegen hyperkapitalisme, tegen geglobaliseerde aanvoerketens die werknemers uitbuiten.

Lees ook het essay van Marike Stellinga: Het kapitalisme is kapot. Leve het kapitalisme

In die zin is het Bristol pound een schot in de roos. De rol van gemeenschappen is een dwingend thema bij economen en denker. Raghuram Rajan, oud-president van de Indiase centrale bank en getipt als mogelijke opvolger van Mark Carney bij de Bank van Engeland, schreef er pas een boek over – The Third Pillar: The Revival of Community in a Polarised World. Rajan kijkt naar de mondiale onvrede, ondanks economische goede tijden en welvaartsgroei. De oud-hoofdeconoom van het IMF schrijft: „Veel van de economische en politieke zorgen wereldwijd, inclusief de opkomst van populistisch nationalisme en radicale linkse bewegingen, kunnen herleid worden tot een verminderde rol van de gemeenschap.”

Grenzen sluiten, handelsbarrières opwerpen, technologie buiten de deur houden en de vrije markt temmen bieden volgens Rajan slechts valse hoop. Meer tevredenheid, vertrouwen en cohesie wekken doe je door de lokale gemeenschappen, die onderdeel zijn van een geglobaliseerde wereld, te versterken. „De gemeenschap is essentieel om onze menselijkheid uit te drukken.” Rajan denkt en schrijft abstract. Hij bekijkt de wereld niet vanuit een helikopter maar vanaf een ruimtestation. Het Bristol pound voelt als een tastbaar voorbeeld van wat Rajan wil.

Toch is het Bristol pound niet een onverdeeld succes. De speciale coöperatie, een nevenproject, die producenten van lokale levensmiddelen samenbracht, is opgedoekt. Er zijn geen statistieken die hard maken dat het Bristol pound voor extra omzet of groei heeft gezorgd. In 2015 maakte de organisatie bekend dat in het stedelijk gebied van twee miljoen inwoners er 700.000 Bristol pounds in omloop zijn.

De oprichters zijn niet meer betrokken bij de dagelijkse leiding van de organisatie. Een nieuw team probeert de munteenheid nieuw leven in te blazen. „We hebben een andere aanpak”, zegt Madle. „We zijn minder politiek uitgesproken. We zijn niet tegen multinationals, maar voor Bristol. We zien het Bristol pound niet als oordeel over kapitalisme, maar meer als een nuttige manier om klimaatverandering tegen te gaan.”

Madle en zijn collega’s willen mobiel betalen met Bristol pounds makkelijk te maken. Ze verstrekken renteloze leningen aan ondernemers tot 15.000 pond. Bedrijven worden uitgenodigd voor netwerkbijeenkomsten. „We zijn pro-bedrijfsleven, zolang het maar in Bristol gevestigd is”, zegt Madle.

Klimaatactivisten bezetten straten

Als een experiment met een lokale munt ergens kans van slagen heeft, is het hier. Een groep demonstranten van klimaatbeweging Extinction Rebellion bezet minutenlang een verkeersader in de stad (swarming in hun jargon).

Het verkeer wacht. Niemand wordt boos. Er wordt geklapt en vrolijk getoeterd. Er is steun van automobilisten. Dit is een stad die een progressieve en milieuvriendelijke reputatie hoog te houden heeft. Groene politici, zoals Carla Denyer, houden gloedvolle betogen over hoe bewoners de gemeentepolitiek onder druk kunnen zetten.

Eind vorig jaar wist Denyer de gemeenteraad zover te krijgen een klimaatcrisis uit te roepen. Het raadslid hoopt dat dat uiteindelijk betekent dat de gemeente in alle besluiten, van bouwvergunning tot stadsplanning, streeft naar klimaatneutrale opties. Ze hoopt dat de uitbreiding van het vliegveld van Bristol nog voorkomen kan worden. Van het publiek krijgt ze vragen hoe men ervoor kan zorgen dat het pensioenfonds van ambtenaren in de stad niet meer in fossiele brandstoffen investeert. Shell is hell, luidt de tekst op een spandoek. Een man steekt een pleidooi af over de noodzaak om meer fietspaden aan te leggen. Een tiener zegt dat de gemeenteraad nu moet besluiten al het openbaar vervoer gratis te maken om mensen uit hun auto’s te krijgen.

Op het veldje voor het stadhuis wil men actie, is men politiek geëngageerd, snakt met naar radicale verandering. Niemand rept over het Bristol pound.