Een The Open met een politieke en historische lading

Golf Bij het Britse Open is de locatie het onderwerp van gesprek. De komst van het golftoernooi naar Noord-Ierland is ook bijzonder.

Na 68 jaar is The Open terug in Noord-Ierland.
Na 68 jaar is The Open terug in Noord-Ierland. Foto Peter Morrison/AP

Darren Clarke werkte op een avond vlak voor Kerst in 1986 in een bar in zijn woonplaats Dungannon, toen er werd gewaarschuwd voor een bom. Een half uur later was de explosie. Van de bar was niets meer over, maar hij was ontkomen. „Dat was het leven in Noord-Ierland in die tijd”, zei hij deze week op een persconferentie. „Veel mensen betaalden een hoge tol door op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn.”

Het was de tijd van de burgeroorlog, van The Troubles, het etnisch-nationalistische conflict dat vanaf eind jaren zestig drie decennia lang Noord-Ierland in zijn greep hield. 3.500 doden, zo’n vijftigduizend gewonden door schietpartijen en volstrekt willekeurige bomaanslagen. Voordat The Troubles begonnen was er in 1951 voor het eerst een Brits Open geweest buiten Engeland en Schotland. In Noord-Ierland, op de banen van Royal Portrush. Daarna kwam het er door de oorlog nooit meer. Tot nu.

Geen golfer geschikter dan Darren Clarke om deze donderdag de eerste bal te slaan op The Open – de vierde en laatste major van dit jaar. Omdat hij niet had durven denken het ooit nog te kunnen doen, in zijn eigen land.

Het gebeurt niet vaak dat er over de locatie van een major bijna meer te doen is dan over de golfers die er de banen zullen bewandelen. Maar zo bijzonder is het gegeven dat er weer een Open in Noord-Ierland is. En dan ook nog op de banen van Royal Portrush.

De golfwereld keerde na het ondertekenen van het Goedevrijdagakkoord in 1998, wat effectief een staakt-het-vuren was, langzaam terug in Noord-Ierland, waar de sport immens populair is. Het land, waar nog geen twee miljoen mensen wonen, vierde inmiddels al zeven major-titels. Maar Royal Portrush, geopend in 1888, was een reliek uit het golfverleden geworden, ongeschikt voor een nieuwe poging The Open binnen te halen.

Foto Paul Childs/Reuters

Facelift

De fameuze Dunluce Links, gelegen in het idyllische kustdorpje Portrush, met prachtige glooiingen en uitzicht op zee, was gedateerd. Zo was de achttiende hole ingesloten tussen het clubhuis en de tee van de eerste hole en was er geen ruimte om het gebruikelijke amfitheater rond de laatste hole te bouwen.

Het treinstation was bovendien te klein voor de massa’s mensen die op The Open af zouden komen en er waren te weinig slaapplekken. Portrush, iets meer dan 7.000 inwoners, kreeg een facelift van zo’n negentien miljoen euro, inclusief de nodige aanpassingen aan de baan.

Mede dankzij het werk van drie Noord-Ierse major-winnaars keerde The Open terug. Naast Clarke waren dat Graeme McDowell en Rory McIlroy, die beiden eveneens een speciale band hebben met Portrush.

McDowell komt uit het dorp, groeide bij de club op. Hij had zich overigens maar ternauwernood gekwalificeerd om aan deze thuiswedstrijd mee te doen.

Lees ook: Beste golfer van de wereld voelt zich nog altijd miskend

McIlroy, met vier majortitels de succesvolste van het drietal, heeft bijzondere herinneringen aan Royal Portrush. Op zijn zestiende, in 2005, liep hij er een ronde in 61 slagen. Dat baanrecord staat tot op de dag van vandaag.

Een historische, politiek geladen terugkeer is het, deze editie van The Open. „Wanneer het kampioenschap op Portrush begint, zal ik me meer patriottisch voelen dan ooit eerder in mijn leven”, zei McDowell in de aanloop naar het toernooi. Het publiek lijkt ook te beseffen hoe historisch de terugkeer van The Open naar Royal Portrush is, getuige de enorme belangstelling. Er komen 237.750 toeschouwers kijken, het hoogste aantal voor een Open dat níét op de legendarische banen van St. Andrews plaatsheeft.

The Troubles hangen niet uitdrukkelijk meer boven het golf in het land, maar Brexit, met als gevolg de terugkeer van een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland, is nu de nieuwe bedreiging voor de stabiliteit. Aan de baan zal het niet liggen, want die heeft de belofte gekregen om voor 2040 nog twee keer The Open te mogen organiseren.