Opinie

Een slechte zomer voor nucleaire akkoorden

Nucleaire akkoorden staan onder druk, ziet Michel Kerrres, terwijl er steeds vaker wordt gesproken over de inzet van kleine kernbommen.

Michel Kerres

Het is een slechte tijd voor afspraken over kernwapens. In de nucleaire deal met Iran zit de rot sinds de regering-Trump zich er een jaar geleden uit terugtrok. En een dertig jaar oud nucleair akkoord, nog gesloten tussen de VS en de Sovjet Unie, sneuvelt naar alle waarschijnlijkheid op 2 augustus.

De afspraken zijn gemaakt in verschillende tijdperken, tussen verschillende partijen en met geheel verschillende oogmerken.

Het INF-verdrag uit 1987 moest de dreiging van een nieuwe categorie wapens wegnemen. De twee supermachten kwamen overeen middellangeafstandsraketten te vernietigen.

Het nucleaire akkoord met Iran uit 2015 moest voorkomen dat het land een kernbom zou ontwikkelen. Iran zou zijn nucleaire programma beperken in ruil voor de opheffing van economische sancties.

Zonder verdragen wordt de kans op rampspoed groter.

De onderhandelingen waren moeizaam, maar ze eindigden in overeenstemming. De middellangeafstandswapens wérden vernietigd. Het Iraanse atoomprogramma wérd tot een minimum beperkt. Als ze in gevaar zijn, realiseer je je pas goed hoe waardevol die overeenkomsten zijn.

Want wat zal er nu gebeuren? De toekomst van de Iran-deal is een vraagteken. Het akkoord is gebaseerd op een ruil: minder sancties voor minder uraniumverrijking. Die ruil werkt niet meer. De VS legden weer sancties op en Iran verrijkt meer dan toegestaan. De Iraanse overtredingen zijn klein en Iran is er heel open over – dat biedt een beetje hoop dat diplomatie toch nog uitkomst kan bieden.

Het INF-verdrag begon te wankelen toen de VS ontdekten dat Rusland een raket had die niet was toegestaan. De VS en Rusland kwamen niet tot een vergelijk, waarop Trump, met dekking van de NAVO-partners, het verdrag opzegde. Rusland volgde.

Lees ook: Als het om Iran gaat, vormt team-Trump geen gesloten front

Formeel zijn er nog twee weken om het verdrag te redden, maar veel beweging is er niet. Er worden geen nieuwe kernwapens op Europese bodem geplaatst, zegt de NAVO. Het bondgenootschap zal de dreiging die uitgaat van de Russische raket SSC-8 op een andere manier beantwoorden.

Niet alleen zijn nucleaire afspraken in het geding, ook duikt steeds vaker de mogelijkheid op kleine kernwapens in te zetten. Vorig jaar schreven de VS in hun nieuwe nucleaire strategie dat ze kleinere wapens aan het arsenaal toevoegen. Begin vorige maand publiceerden de Joint Chiefs of Staff nieuwe uitgangspunten voor nucleaire operaties. Hoofdstuk drie begint met een citaat van kernwapenspecialist Herman Kahn, een van de mannen die model zou hebben gestaan voor Dr. Strangelove, de gekke atoomgeleerde uit Stanley Kubricks gelijknamige film. Kahn ging ervan uit dat nucleaire wapens ooit ingezet zouden worden, „maar eerder op beperkte schaal dan wijdverspreid en ongeremd”. Kleine kernwapens zouden wel eens van doorslaggevend belang kunnen zijn in het gevecht, schrijft de Amerikaanse legerleiding in 2019 onder Kahn's citaat. (Het document was vrij toegankelijk op de site van het Pentagon, maar werd achter een muur gezet. Oplettende wapenexperts maakten het beschikbaar.)

In de Koude Oorlog ging het over kernwapens als afschrikking. Nu gaat het over mogelijk gebruik ervan. In de nucleaire strategie staat ook dat nucleaire opties voorgelegd moeten worden aan de president – dat is dan natuurlijk weer een hele opluchting.

Als verdragen sneuvelen en militairen filosoferen over de inzet van kernwapens is dat niet meteen de ondergang van de wereld. Maar de kans op rampspoed wordt wel groter.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.