De buurt, nu duur en hip, was een gangsta’s paradise

Gentrificatie Rayful Edmond, cocaïnekoning in Washington DC in de jaren tachtig, komt mogelijk vrij. De buurt waar hij heerste is nu een wijk vol yoga-praktijken. ‘Hij kan van nut zijn voor de gemeenschap.’

Een hand met zakjes crack, Washington DC. Crack is de rookbare vorm van cocaïne.
Een hand met zakjes crack, Washington DC. Crack is de rookbare vorm van cocaïne. Foto Mark Reinstein / Getty Images

Als hij van zijn werk naar huis reed, parkeerde John Brown zijn auto altijd een straat verderop. Dan keek hij of er dealers of uitkijkposten op de straathoek stonden. Zo niet, dan liep hij gauw naar zijn huis aan 7th Street Northeast in Washington D.C.

Als Amir Ali thuis kwam in Orleans Place, dan keek hij eerst even onder de matrassen van zijn tienerzoons, een tweeling, of ze geen cocaïne hadden verstopt. „Daar was ik altijd bang voor”, zegt hij. Een van zijn zoons kreeg op straat een afgeketste kogel in zijn been. „Die zit er nog altijd in. Dertig jaar later.”

Rayful Edmond, de grote man achter de drugsmisdaad van Washington in de jaren 80, met een vriendin op een ongedateerde foto. Foto AP/Washington Times

In de tweede helft van de jaren tachtig waren de straten rond Orleans Place, in het noordoosten van de stad, het domein van drugsdealer Rayful Edmond. Op beelden die de FBI er toen met verborgen camera schoot, zie je afgebladderde huizen met dichtgetimmerde ramen. Op stoepen steken junks een pijpje met crack aan. Een undercover-agent telde veertig, soms vijftig drugsdeals per uur op Orleans Place – het straatje was een drive-in drogisterij voor verslaafden.

Amir Ali, die nog altijd op nummer 625 woont, zag de dealers zakjes cocaïne steken in de gekerfde bast van de ginkgo’s. Hij zag een van Rayful Edmonds huurmoordenaars over straat paraderen, openlijk zwaaiend met het pistool in zijn hand. Hij zag iemand die was neergeschoten voor zijn veranda in elkaar zakken. Hij zag een man doodbloeden in een van de stegen tussen Orleans Place en Morton Place. Die stegen waren gebarricadeerd met vuilnis, om de politie het achtervolgen lastig te maken. Iedereen wist volgens Ali dat er ook politieagenten voor Edmond werkten. „Af en toe deden ze een inval in de straat. Dan maakten agenten drugs en geld buit, en namen ze iemand gevangen die een paar uur later alweer over de straat liep.”

Op 15 en 16 april 1989 veegden FBI, DEA en politie de drugsstraten leeg, ze vielen Edmonds huis binnen en namen de man gevangen die in de media de ‘cocaïnekoning’ werd genoemd, de man die crack in Washington zou hebben geïntroduceerd. Hij was toen 24 jaar oud en naar zeggen van zijn moeder al vanaf zijn tiende aan het dealen. Zijn zusters en zwagers werden ook gearresteerd, een tante, neefjes. Zijn moeder werd tot veertien jaar cel veroordeeld. Rayful Edmond kreeg levenslang wegens cocaïnehandel, zonder kans op vervroegde vrijlating.

Vervroegde vrijlating

De afgelopen weken heeft justitie in Washington op last van de rechter een reeks bijeenkomsten voor bewoners georganiseerd. Het Openbaar Ministerie wil Rayful Edmond nu wél vervroegd vrijlaten: hij heeft samengewerkt met justitie, en dankzij hem zijn tientallen andere criminelen opgepakt. De rechter heeft bevolen dat het OM zijn voornemen eerst aan de inwoners van de hoofdstad moet voorleggen.

Zo wandelen op een zaterdag in juni een kleine vijftig mensen een zaaltje in het gemeentelijk centrum Frank D. Reeves binnen, ruim drie kilometer van de oude wijk van Rayful Edmond. Officier van justitie Karl Racine heet hen met zachte stem welkom. Hij zegt dat bij eerdere bijeenkomsten de meningen weliswaar verdeeld waren, maar dat hij daar altijd onderling respect en verdraagzaamheid zag.

Op de rode stoeltjes zitten witte en zwarte bewoners van Washington. De negen die gebruik maken van het recht op inspraak, zijn allemaal Afrikaans-Amerikaans. Van hen zullen er drie zonder meer Edmonds verdere opsluiting bepleiten, alle anderen vinden dat iedereen een tweede kans verdient, of dat Edmond „door de media ten onrechte tot een monster is gemaakt”, of dat hij „van nut kan zijn voor de gemeenschap” mits hij zijn leven heeft gebeterd. De zwarte bewoners blijven na afloop met elkaar napraten. De witte lopen zwijgend de zaal uit.

Chocolate city

„Washington werd in die jaren ‘Chocolate City’ genoemd”, zegt Clifford Waddy. „Zoveel zwarte bewoners woonden er.”

Hij heeft een attaque gehad, vertelt hij, daarom loopt hij met een stok en wil hij de wijk laten zien vanuit de auto. Waddy, nu 72, was in de jaren tachtig voorzitter van de Advisory Neighborhood Commission, een soort sociale welstandscommissie voor deze buurt, met het bestemmingsplan als instrument voor stadsontwikkeling. Als hij naar de wijk van nu kijkt, ziet hij die van 1989 voor zijn geestesoog. Dat grote appartementencomplex achter Union Station, waar Senate Square op staat? Dat was ooit het klooster van de Zusterkes der Armen. Nu kosten de duurste appartementen er twee miljoen dollar. De Giant supermarkt die de halve gevel van H Street beslaat? Daar stonden rijtjeshuizen, en winkeltjes – ‘mom & pop stores’, gedreven door een middenstandsechtpaar dat vaak boven de zaak woonde. Ze hadden drogisterijen, platenzaken, slagerijen, stoffenwinkels. „Ze verkochten dingen die buurtbewoners nodig hadden.”

Ooit was dit het Brown Downtown, bruisender dan het witte downtown aan de andere kant van North Capitol Street. In de jaren tachtig was de wijk flink verloederd, de huizen waren vervallen. Zo’n twee derde van de 32 duizend bewoners van Waddy’s buurt was zwart. In het epicentrum van Rayful Edmonds drugsdomein waren de verhoudingen nog eenzijdiger. Aan Orleans Place woonde één witte man, zegt straatgenoot Amir Ali. De dealers waren zwart, de gebruikers waren zwart en de doden waren zwart. En Washington was in de tweede helft van de jaren tachtig de moordhoofdstad van de VS, piekend naar 482 in 1991.

Ja, Waddy heeft in die jaren Rayful Edmond hier ook wel over straat zien lopen. Opzichtige kleren, veel vrienden om zich heen. „Maar geen slechte jongen, volgens mij.”

Washington, de buurt waar drugsdealer Rayful Edmond heerste

Waddy wil langs I Street rijden, waar hij vroeger woonde. Op de parkeerplaats ernaast stappen net twee oudere bewoners in hun auto. Zullen we even vragen hoe zij de buurt hebben zien veranderen? „Ik ga hier niet met mensen praten”, bitst Waddy. Pas als ze zijn weggereden, stapt hij uit en loopt naar de deur van nummer 711. Het huis lijkt leeg.

Hoe slechter het met de buurt ging, hoe goedkoper het voor projectontwikkelaars werd erin te investeren. In die zin hielp het drugsimperium de ontwikkeling van de buurt. De omslag kwam rond 1990, zegt Waddy met een mengeling van trots, spijt en boosheid. De Advisory Neighborhood Commission die hij voorzat, moest bindend advies geven over de ontwikkeling van de buurt. En toch wijst hij met weerzin de gebouwen aan die in ‘zijn’ jaren zijn neergezet. „Canyons”, zijn de straten geworden, zegt hij. Aan weerszijden rijzen gebouwen van vijf of zes verdiepingen op. „Die gebouwen hebben het karakter van de buurt verwoest.”

Waarom heeft hij het dan goedgekeurd?

Wat kon de commissie beginnen tegen de kracht van de gentrificatie, zegt Waddy. „Iedereen won. De stad werd veiliger en schoner. De projectontwikkelaars verdienden geld. En wij konden voorwaarden stellen. Als zij wilden afwijken van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld door hoger te bouwen, dan eisten wij dat zij projecten voor oudere bewoners financierden, of jeugdprojecten, of beurzen voor scholieren en studenten.”

Drugshandelaar Rayful Edmond zou hebben geopereerd vanuit een huis van zijn oma, gelegen aan deze straat in Washington Northeast. Nu staan er nieuwbouwappartementen en -kantoren. Foto Astrid Riecken / Getty Images)

Van zwart naar wit

Behalve in de gebouwde omgeving was er nog een omslag: bij de bewoners. In 1980 was 65 procent zwart en 35 procent wit, zegt Waddy. In 1990 was 55 procent wit en 45 procent zwart. Niet alleen de zwarte criminelen hadden de wijk verlaten, ook de zwarte middenstanders en de zwarte buurtbewoners. De middenstanders waren meestal geen eigenaar van hun winkels, legt hij uit. Toen de projectontwikkelaars in de buurt gingen investeren, gooiden ze de huren omhoog. Daardoor moesten veel eigenaren sluiten. En ook doordat de nieuwe bewoners geen interesse hadden in die winkels. „Zij hebben helemaal geen tijd en zin om hun eigen kleren te maken. Wat moeten ze dan met een stoffenwinkel?” Nu zitten in twee blokken van H Street vier yoga-praktijken.

Wat Waddy ook dwarszit, is dat de vernieuwers een nieuwe naam hebben gegeven aan de wijk. Vroeger noemden de bewoners het de ‘H Street corridor’. In de jaren negentig werd de naam NoMa bedacht, naar analogie van SoHo of TriBeCa in New York. North of Massachussetts Avenue. Een teken van arrogantie, vindt Waddy: alles wat hiervoor was, is de moeite van het herinneren niet waard.

De oude groothandelsmarkt achter het station, Union Terminal Market, heet nu Union Market. Binnen vind je winkels met Japanse vleesmessen en eettentjes waar ze voedsel serveren dat zo exotisch is, dat ze op borden moeten uitleggen wat het is: „What is falooda?” „,What are arepas?” De meeste mensen die er rondlopen, zijn wit, zoals de hele buurt is verwit.

De straten rond Orleans Place zijn nu gemengd. Buurtbewoner John Brown, 76 jaar oud, wijst naar een van de weinige afgebladderde huizen aan de overkant van 7th Street: daar woont nog een oorspronkelijke bewoner. Elke week krijgt Brown briefjes van makelaars, of hij zijn huis wil verkopen. Hij kocht het in 1979 voor 21 duizend dollar, toen hij nog bij een drukkerij werkte. Als hij het verkoopt kan hij er nu 800 of 900 duizend voor krijgen. Maar hij gaat hier niet weg en als hij dood is, vervalt het aan de zoon die het ’t hardst nodig heeft: „Het zwarte schaap van mijn kinderen.”

Dodelijk slachtoffer van een drugsgerelateerde schietpartij in Washington, 1989. Foto Mark Reinstein/Corbis via Getty Images

Om de hoek zit de 82-jarige Amir Ali op zijn balkon tussen zeker tien windgongen die aan de dakgoot hangen. De airconditioning blaast warme lucht naar buiten. Het geurt in de straat naar barbecue. Een van zijn zoons is een paar jaar geleden omgekomen, vertelt hij. Een dief liep mee het portiek in en schoot hem voor zijn deur dood. Dat was niet hier, maar in Maryland. Ali, met een kruisje en een medaillon van de maagd Maria om zijn hals, zegt dat je het leven moet nemen zoals het komt. Dan huppelt zijn 13-jarige zoon langs, om zijn moeder te helpen de boodschappen naar binnen te dragen.

Wie nu door Orleans Place rijdt tussen de hoge ginkgo-bomen, ziet aan een heleboel gevels camera’s. De beveiliging is beter, zegt Clifford Waddy. Bedoelt hij dat de politie beter optreedt als er witte mensen in een wijk wonen? Hij reageert gebeten: „Leg me geen woorden in de mond.” Hij bedoelt dat árme mensen, en hun armzalige bezittingen minder goed worden beveiligd. „Dat is economie.”

We trekken een wrange conclusie: de zwarte bevolking die het meest heeft geleden onder het bewind van Rayful Edmond, heeft het minst geprofiteerd van zijn arrestatie en de verbeteringen sindsdien.

Trauma

„Ik heb totaal geen vertrouwen in deze procedure”, zegt Elizabeth na afloop in het Frank D. Reeves gemeentelijk centrum. Ze is een van de drie insprekers die zojuist voor officier van justitie Karl Racine tegen de vervroegde vrijlating van Rayful Edmond heeft gepleit. Ze verklaarde dat het epitheton ‘drugs kingpin’ – iets als ‘topcrimineel’ – veel te aardig voor hem is. „Hij heeft de hele stad, en vooral de zwarte inwoners, een trauma bezorgd.” Als Edmond zelf geen mensen heeft vermoord in die tijd, dan heeft hij wel mensen láten vermoorden. „Dankzij hem hebben vijftienjarige jongens andere vijftienjarige jongens doodgeschoten.”

Levenslang

Elizabeth, een intake-medewerker bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, is persoonlijk betrokken, zegt ze. Rayful Edmond heeft negatieve invloed gehad op een heleboel levens van zwarte Washingtonians, ook op het hare. Een neef van haar, een US marine, werd in de jaren tachtig naakt en vermoord teruggevonden bij de ringweg aan de overkant van de rivier. Foto’s van zijn lichaam werden via de tv verspreid omdat de politie niets had om hem mee te identificeren. „Mijn moeder zag het en heeft haar zuster gebeld om te zeggen dat haar zoon dood was.” Zat hij in de drugshandel? Nee!

Natuurlijk gelooft Elizabeth in tweede kansen. Er zit nu nog een jong familielid van haar in de gevangenis. Als die zijn straf heeft uitgezeten, kan hij weer terugkeren in de maatschappij. Maar Rayful Edmond is een moordenaar die niet voor niets levenslang heeft gekregen. Hij heeft nooit een spoor van berouw getoond. Hij werkt nog altijd samen met justitie. „Dat moet toch betekenen dat hij nog altijd connecties heeft in de onderwereld?” Daarom wil Elizabeth haar achternaam niet noemen. „Misschien zitten er zelfs in deze bijeenkomst spionnen van hem.”

Politieoptreden in Washington in ’94 tegen mannen verdacht van crackverkoop. Foto Getty Images

I’ll be back”, zie je Rayful Edmond naar de camera mimen als hij na zijn veroordeling in 1989 per helikopter wordt overgebracht naar de gevangenis. Volgende maand, op 30 augustus, moet het Openbaar Ministerie na weging van de gevoelens van bewoners aan de rechter laten weten of het nog altijd vindt dat Rayful Edmond vervroegde vrijlating verdient.

Als we buiten het Frank D. Reeves gebouw staan, komt een sloeber aanlopen, klein, met een gelooid gezicht en een stevig jack aan – op deze snikhete dag. Met zijn shocking pink gympies en zijn handjevol haren onder een kleurige bandana steekt hij V Street over. Hij graait al lopend in zijn zak en duwt wat hij eruit haalt in de handen van een jonge zwarte man aan de overkant. Die draagt een zwarte bandana, een zonnebril en een halterhemdje over een gespierde torso. Ze draaien zich naar elkaar toe, alsof de een de ander een vuurtje wil geven op een winderige dag. Dan neemt de jonge man het geld aan, krijgt de sloeber een klein zakje en wandelt hij meteen weg over 14th Street.

Als Rayful Edmond uit de gevangenis komt, zal hij weinig van zijn stad herkennen. Maar in drugsgebruik is Washington DC nog altijd een van de landelijke koplopers – niet langer met crack cocaïne, maar vooral met fentanyl, een synthetische heroïne. In 2017 telde het Nationaal Instituut voor Drugsmisbruik hier 244 doden door een overdosis. Washington staat derde op de ranglijst van staten.

De jonge man met de zwarte bandana veert V Street in. Hij slaat de hoek om bij het provisorische parkeerterrein waar twee jonge mannen de toegang bewaken, en weg is hij.

Geïmporteerd bier

Als we aan het eind van de dag naar Clifford Waddy’s huis rijden, moeten we de rivier over – van het gegentrificeerde Northeast naar het nog arme Southeast, de wijk Anacostia. Hier lopen en zitten op straat louter zwarte bewoners. Of nee, er loopt één witte vrouw. Haar zwarte man heeft een peuter op de arm, zij is hoogzwanger. „Jij moet hier ’s avonds niet verdwalen”, zegt Waddy. Hij wijst naar de hoek van Martin Luther King Avenue. Een filiaal van de Chase Bank. „Denk je dat die er is voor deze mensen?” zegt hij, gebarend naar de zwarte bewoners.

Lees ook: Flinke toename van drugsgebruik in het Rotterdamse centrum

Verderop: het hippe café/boekhandel Busboys and Poets. „Denk je dat deze mensen daar een geïmporteerd biertje gaan drinken?”

Sinds 2000 ondervindt Washington van alle grote steden in de VS het sterkst de gevolgen van gentrificatie, zo bleek dit jaar uit een studie van de Universiteit van Minnesota. Ruim eenderde van de bevolking van Washington „woont in een buurt met grote verschuivingen in de bewoners-samenstelling”, aldus de studie.

Of we even afslaan naar Sumner Road, vraagt Clifford Waddy. Op deze plek kregen in 1867 bevrijde slaven en andere zwarte burgers een akkertje om zelf te bewerken. Waddy vertelt hoe zij ’s avonds na hun loondienst-werk met lampen de brug overliepen om hun eigenste eigendom te bebouwen. „Het moet op een veld vol vuurvliegjes hebben geleken.”

In 1943 zette de stedelijke overheid hier 432 sociale woningen neer. Die complexen staan aan de overkant van Sumner Road. Leeg, de meeste ruiten ingeslagen. Ze worden omgebouwd tot luxe appartementen. „Denk je dat deze mensen hier dan weer kunnen wonen”, vraag Waddy weer retorisch. „Nee, dit is voor de klanten van de Chase Bank. Dit is voor de bezoekers van Busboys and Poets.”