In beeld

Maanmissie Apollo 11 op aarde

De eerste bemande maanlanding, door Apollo 11 vijftig jaar geleden, was het resultaat van een zorgvuldig voorbereide operatie die vele jaren duurde en waarbij vele duizenden mensen betrokken waren. De foto's die de astronauten Aldrin en Armstrong op de maan maakten zijn beroemd geworden. Maar ook de voorbereidingen leverden prachtige beelden op, die de ernst en zorgvuldigheid van deze historische onderneming tonen.
In een zogenaamde ‘dode kamer’, afgesloten voor verstorende elektromagnetische straling en geluidsgolven worden de elektrische systemen van een Apollo-capsule getest, in het John F. Kennedy Space Centre. De foto is gemaakt in 1967, de precieze datum is niet duidelijk. Op 27 januari 1967 kwamen drie NASA-astronauten om bij een brand tijdens een test van de Apollocapsule die op 21 februari gelanceerd zou worden als Apollo 1. Na die brand werd tot ingrijpende veranderingen in de capsule besloten. De bemande Apollo-missies liepen daardoor ruim anderhalf jaar vertraging op. Waarschijnlijk maakt deze test onderdeel uit van die veranderingen.
Foto Ralph Morse/The LIFE Picture Collection/Getty Images
Een bijzonder moment in de voorbereiding op de eerste maanlanding. In het overvolle schema is in februari 1969 op aandringen van Neil Armstrong tijd gemaakt voor een oefening in geologisch veldwerk, in West Texas. Buzz Aldrin (links) filmt een mogelijk interessante ‘maansteen’, Armstrong raapt met een tang een bodemmonster op.
Foto Johnson Space Centre/NASA
Neil Armstrong bij een prototype van ‘vliegende bed’, een oefenversie van de maanlander, in 1964 op Edwards Air Force Base. Dat ‘Lunar Landing Research Vehicle’ was in essentie een stoel in een frame dat omhoog werd gehouden door een straalmotor. Het geheel kon bestuurd worden met stuurraketjes. Die besturing vergde zoveel balanceerkunst dat de echte maanlanding meestal enorm meeviel. De lunar module die daadwerkelijk werd gebruikt was veel beter te besturen.
Foto Ralph Morse/The LIFE Picture Collection/Getty Images
Testvlucht van een nieuw type Lunar Landing Research Vehicle op 23 april 1969. In de oude versie had Neil Armstrong in mei 1968 maar ternauwernood in de schietstoel kunnen ontsnappen toen het toestel op 60 meter hoogte onbestuurbaar werd. Ook het nieuwe type stortte in december nog een keer neer. Pas in juni '69 werd hij betrouwbaar genoeg geacht om de astronauten mee te laten oefenen, een maand voor de maanlanding.
Foto NASA
Apollo 11-astronaut Buzz Aldrin, tijdens een gewichtsloosheidstraining op 10 juli om te wennen aan ruimtepak waarmee hij tien dagen later op de maan zou lopen. De training vind plaats in de KC 135A, een militaire variant van de Boeing 707, die in een achtbaanachtige vlucht veertig tot zestig keer pijlsnel naar beneden vliegt waardoor binnen de cabine telkens 20 tot 30 seconden lang een vrije val-situatie ontstaat. De bijnaam van het toestel was de ‘Vomit Comet’, de kots-komeet.
Foto Johnson Space Centre/NASA
Apollo 11-astronaut Mike Collins tijdens centrifuge-training op 16 april 1969. In de centrifuge werden astronauten blootgesteld aan hoge versnellingskrachten, als voorbereiding op de lancering in de Saturnus V-raket en de latere terugkeer in de atmosfeer. Collins noemde de machine ‘diabolisch’. Astronaut John Glenn noemde de machine een ‘sadistisch onderdeel van de training’. Collins was command module-piloot, die in dat gedeelte van het ruimtevaartuig om de maan zou blijven cirkelen nadat de lunar module met Armstrong en Aldrin zou loskoppelen om op de maan te landen.
Foto Johnson Space Centre/NASA
Test met de maanlander van Apollo 10 in november 1968, in het Kennedy Space Centre's Manned Spacecraft Operations Building. Deze ‘lunar module 4’ zou onder de naam ‘Snoopy’ in mei 1969 als generale repetitie voor Apollo 11 het maanoppervlak tot 15 km hoogte naderen. De betrokken astronauten vlogen daarna in de command module ´Charlie Brown´ terug naar de aarde. Snoopy werd bij de maan achtergelaten en kwam in een onbekende baan om de zon. Vorig jaar werd de aardvolger 2018AV2 ontdekt, die in 382 dagen om de zon draait. Dat zou wel eens de verdwenen Snoopy kunnen zijn, denken sommige astronomen.
Foto SSPL/Getty Images
Neil Armstrong en Buzz Aldrin in gesprek met NASA-bestuurders, voorafgaand aan een trainingssessie op 22 april 1969.
Foto Johnson Space Centre/NASA
Neil Armstrong krijgt zijn ‘EMU’ aangepast, op 25 juni 1969. Een EMU is een ‘Extravehicular Mobility Unit’, buiten de NASA beter bekend als een ruimtepak. Het complete pak weegt ruim 80 kilo.
Foto Johnson Space Centre/NASA
Oefenen voor de maanwandeling, in april 1969. Neil Armstrong sluit in een simulatie de ‘rockbox’ waarin de maanstenen zullen worden verzameld. Op de achtergrond is Buzz Aldrin in de weer met het zonnewindexperiment dat op de maan zal worden opgesteld. Ruim een uur zal daar een stuk folie, hangend aan een stok, deeltjes uit de zonnewind opvangen die op aarde nader onderzocht zullen worden.
Foto Johnson Space Centre/NASA
18 april 1969: rechts wordt de Apollo 11-command module ‘Columbia’ klaargemaakt voor koppeling aan de Saturnus V-raket. Links wordt al de command module van Apollo 12 binnengereden, die Yankee Clipper zal genoemd worden. Apollo 12 zal in november 1969 landen op de maan.
Foto Johnson Space Centre/NASA
De eerste trap van de Apollo-11 raket wordt klaargemaakt voor verdere montage op 21 februari 1969, in het reusachtige Vehicle Assembly Building (VAB) op NASA's Kennedy Space Center.
Foto NASA
De raket die Apollo 11 naar de maan zal brengen, wordt op 20 mei 1969 naar buiten gerold uit de enorme assemblagehal voor de Saturnus V-raketten op NASA's Kennedy Space Center. Dat 160 meter hoge Vehicle Assembly Building (VAB) werd in 1966 voltooid. Met een inhoud van meer dan drieënhalf miljoen kubieke meter is het nog altijd een van de grootste gebouwen ter wereld. De deuren zijn bijna 140 meter hoog.
Foto Johnson Space Centre/NASA
De Apollo 11-bemanning geeft op 13 juli een laatste persconferentie voor vertrek. Links op een krukje zit Deke Slayton, het hoofd van het NASA-astronautenbureau . Verder van links naar rechts: Buzz Aldrin, Neil Armstrong en Michael Collins.
Foto Johnson Space Centre/NASA
Het begint! In vol ornaat stapt op 16 juli de Apollo-11-bemanning, met commandant Neil Armstrong voorop, in de speciale bus die hen naar het lanceerplatform 39A zal brengen waar de Saturnus V raket klaar staat voor vertrek.
Foto EPA/NASA
De controlekamer in het Kennedy Space Flight Center (KSC) vanwaaruit de lancering wordt geregeld, onder leiding van de directeur van het Apolloprogramma Samuel C. Phillips, luitenant-generaal van de luchtmacht (rechts, staand), op de dag van de lancering 16 juli 1969.
Foto Johnson Space Centre/NASA
De bemanning van Apollo 11 is bovenaan de lanceertoren en loopt naar de capsule, 16 juli 1969.
Foto NASA/Reuters
NASA-personeel in het controlekamer van het Kennedy Space Center op de dag van de lancering. In het midden links, voor de derde rij monitoren, zit de enige vrouwelijke ‘launch controller’: JoAnn Morgan.
Foto Johnson Space Centre/NASA
NASA-personeel in het Launch Control Center kijkt naar de lancering van Apollo 11, bijna zes kilometer verderop.
Foto Johnson Space Centre/NASA
In een Sears-warenhuis in Whiteplains, New York kijken een paar mensen naar de Apollo-11-lancering op een televisie-uitstalling.
Foto Ron Frehm/AP
Ze zijn geland! Op alle schermen van de Mission Operations Control Room in Houston is te zien hoe Buzz Aldrin en Neil Armstrong rondlopen op de maan, 20 juli 1969 (Nederlandse tijd 21 juli).
Foto AP/NASA
Vliegtuigpassagiers kijken naar de maanlanding op een groot televisiescherm in de ontvangsthal van het John F. Kennedy International Airport in New York.
Foto CBS Photo Archive/Getty Images
Opluchting bij NASA-directeuren in het Johnson Space Center in Houston, Texas na de geslaagde terugkeer van Apollo 11 op aarde, op 24 juli 1969.
Foto Reuters/NASA
De Columbia is geland, op 24 juli, in de Stille Oceaan, bijna 1500 km ten zuiden van Hawai. De bemanning zit al in een rubberboot, in afwachting van de helikopter van de USS Hornet die hen op zal pikken. Lid van het reddingsteam Luitenant Clancy Hatleberg sluit de cabine weer af om te voorkomen dat er water in loopt. Allen dragen quarantainekleding, omdat rekening werd gehouden met een mogelijke besmetting van de bemanning op de maan.
Foto AP/NASA
Eenmaal op de USS Hornet, een vliegkampschip uit de tweede wereldoorlog, ging de drie maanreizigers snel in het klaarstaande quarantaineverblijf, een verbouwde Airstream-caravan. De drie zouden daarin drie weken in quarantaine verblijven. Na Apollo 14 werd deze quarantaineprocedure afgeschaft toen vaststond dat er geen besmettingsgevaar was op de maan. Vanuit hun mobile quarantine facility (MQF) zwaaien Armstrong, Aldrin en Collins terug naar de Amerikaanse president Nixon die hen op de Hornet had opgewacht.
Foto AP Photo