Pistoletje plofsprinkhaan als eiwitbom. Met joppiesaus

Tentoonstelling Wat hebben we in 2050 op ons bord liggen? Daarover gaat de expositie Voedsel van morgen: futurisme en wetenschap ineen.

De tentoonstelling Voedsel van Morgen vormt een drieluik met dierlijke, plantaardige en functionele oplossingen.
De tentoonstelling Voedsel van Morgen vormt een drieluik met dierlijke, plantaardige en functionele oplossingen. Foto DigiDaan

Het woord ‘plof’ heeft door de kip een negatieve connotatie gekregen, al kan de kip het niet helpen. Maar als je in 2050 een wereldbevolking van bijna tien miljard mensen wilt voeden, zouden plofinsecten weleens een bijdrage kunnen leveren. Stel dat je het lijf van een sprinkhaan kunt opblazen tot het formaat van een saucijsje, misschien zelfs de vleugels en pantsers weg kunt modificeren, dan heb je een geweldige eiwitbom. Lekker op een pistoletje, met joppiesaus.

De plofsprinkhaan uit 2030 is te zien op de tentoonstelling Voedsel van morgen in De Studio, een dependance van wetenschapsmuseum Nemo op het Marineterrein in Amsterdam. Nemo kreeg daar tijdelijk de beschikking over een oude sporthal, een uitgelezen kans om eindelijk iets voor volwassenen te maken. In vijf maanden stampten Tanja Koning van Nemo en ‘food designer’ Chloé Rutzerveld namens techniekplatform Next Nature Network een tentoonstelling uit de grond rond de vraag ‘wat ligt er in 2050 op ons bord’? Een urgente vraag nu de planeet dreigt te bezwijken onder de huidige manier van voedsel produceren.

Met functionele voeding hoef je geen hele stukken plant of dier te eten. Weg met gezellig koken en tafelen

Lees ook: Tenenkaas en smeltkroeskip: een bord vol voedselvragen

Een vraag die vaker door musea wordt gesteld. Zo loopt in het Londense Victoria and Albert Museum op dit moment een expositie die alle stadia van het voedselsysteem onderzoekt. In Amsterdam hebben Koning en Rutzerveld er met vormgever Sjoerd Koopmans een drieluik van gemaakt met dierlijke, plantaardige en functionele oplossingen.

Die functionele voeding gaat ervan uit dat je geen hele stukken plant of dier meer hoeft te eten als je met afzonderlijke voedingsstoffen genoeg energie, bouwstoffen, vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Weg met gezellig koken en tafelen. Hoewel dit in tijden van Heel Holland Bakt het onwaarschijnlijkste scenario lijkt, zijn er al experimenten. Zo leefde documentairemaker Matthijs Diederiks een jaar op poeders, om te ontdekken of hij door ‘voedseloptimalisatie’ een productiever leven en een andere blik op onze eetcultuur zou ontwikkelen.

Tomaten in boterhamvorm

Intussen staat de wetenschap niet stil. Kunnen we in de toekomst, zoals Astroplant nu op aarde in gesloten systemen doet, in de ruimte gewassen telen? De voorbeelden van wat nu al (bijna) kan, geven een denkrichting en zetten aan tot vragen, wetenschappelijke nieuwsgierigheid en nieuw onderzoek, hopen de samenstellers. Wat nu krankzinnig lijkt, zoals de esthetische gerechten uit de kweekvleesbar van Koen van Mensvoort, zou weleens heel dichtbij kunnen zijn.

We zien ook een echt kweekvleesreactortje, waarmee een slager of boer zelf zijn eigen ambachtelijke biefstuk zou kunnen maken, en een ‘shear cell machine’, ontwikkeld door de Wageningen Universiteit en De Vegetarische Slager om van een plantaardig deegmengsel een vleesstructuur te maken.

Fantasie en werkelijkheid, futurisme en wetenschap lopen hier door elkaar heen. Abstracte kennis vindt zijn weg naar het publiek via de verbeeldingskracht van ontwerpers. Tomaten in boterhamvorm, sensorische puddinkjes, in vitro salami-origami. Kan het al? En als het nog niet kan: zou het ooit kunnen? Hoe dan? En met welke implicaties? Verliest de mens, als hij generaties lang geen voedsel meer kauwt, op den duur zijn tanden?

Als Nemo nog bestaat in 2050, zou het interessant zijn om eens terug te kijken op de voorspellingen uit 2019, bijvoorbeeld in een oude stal, een ruimte waar ooit dieren werden gehouden.

Voedsel van morgen, t/m 6 oktober in De Studio van Nemo in Amsterdam, zie: nemosciencemuseum.nl.