Libanons goede wil voor Syriërs is na acht jaar op

Vluchtelingen in de regio Nadat de oorlog in Syrië uitbrak, ving Libanon tot wel twee miljoen vluchtelingen op uit het buurland. Aanvankelijk werden de Syriërs gastvrij ontvangen, maar inmiddels groeit het ongemak. ‘We worden langzaam gewurgd.’

Video David Enders

Als Ammar Mammi wil, kan hij zijn huis in Syrië met het blote oog zien. Vanaf de heuvel boven het kampje van Wadi Al-Toel, in Libanon, is het hemelsbreed slechts 12 kilometer naar Qarah, in Syrië. Maar Mammi is niet meer in Qarah geweest sinds hij zes jaar geleden uit Syrië vluchtte. Toch is hij nu zijn geïmproviseerde huisje in Libanon aan het afbreken. Doet hij dat niet, dan maakt het Libanese leger het met een bulldozer met de grond gelijk.

Zoals Ammar zijn honderden Syrische vluchtelingen in en rond Arsal dezer dagen druk in de weer. Ze hebben zich ingedeeld in teams. Eén ploeg breekt de huizen af, een ander voert het puin af, een derde bouwt de huizen weer op met tentzeil en hout in plaats van cementblokken.

Weggepest met bouwregels

De activiteit in Arsal is het gevolg van de recentste pesterige maatregel waarmee Libanon de meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen in het land wil duidelijk maken dat het tijd is op te hoepelen. Volgens een bestaande, maar nooit eerder afgedwongen regel mag een stenen structuur niet hoger zijn dan een meter. Op 1 juli maakte het leger duidelijk dat het menens is: voor dag en dauw werd een twintigtal huisjes gesloopt.

„Dit is gemeen”, zegt Mammi terwijl hij het huisje laat zien waar hij met zijn gezin van vijf woont. Niet alleen heeft hij de buitenmuren moeten afbreken tot een meter hoogte, ook binnenmuren worden niet getolereerd. Daardoor woont het gezin straks in één kamer in plaats van twee. Bizar genoeg mogen de muren rond het toilet wel blijven staan.

Bouwvakkers slopen geïmproviseerde huizen die niet aan de voorschriften voldoen in vluchtelingenkamp Arsal
De bouw van een houten tent die wel is toegestaan
Mohamed Azakir/Reuters

„Wij hebben geen probleem met de mensen in Arsal”, zegt Mammi. „Het zijn bepaalde Libanese politici. De druk van de staat wordt steeds hoger. Het is moeilijker geworden om werk te vinden, Syrische winkels worden gesloten, we mogen met onze auto’s de stad niet meer in.”

Voor Dennis Rutovitz is het overduidelijk dat Libanon met deze maatregel de vluchtelingen onder druk wil zetten terug te keren naar Syrië. Rutovitz is directeur van Edinburgh Direct Aid, een kleine Schotse ngo die de vluchtelingen helpt met pneumatische hamers en bulldozers de afbraak sneller te doen verlopen.

„In Syrië gebruiken ze bommen om huizen te vernielen, hier gebruiken ze ngo’s zoals de onze”, zucht hij in zijn kantoortje in Arsal. „Het kost geweldig veel geld. En het is nutteloos. Voor zover ik weet is er nog geen enkele vluchteling teruggekeerd als gevolg van deze maatregel.”

Lokale bevolking klaagt

Maar elders in Arsal, een stoffig stadje waar de economie vooral draait op boomgaarden en een steenhouwerij, klinkt een ander geluid. Arsal telt op circa 40.000 Libanese inwoners naar schatting 70.000 Syrische vluchtelingen. Die scheve verhouding wordt hoe langer hoe minder getolereerd door de Libanezen.

„Wij trekken het niet meer met al die Syriërs”, zegt raadslid Abdelwahab al-Houjeiry in het kleine gemeentehuis van Arsal. „Wij hebben het gevoel dat wij langzaam gewurgd worden door de Syriërs.”

Al-Houjeiry vreest voor een confrontatie. „Enkele maanden geleden hebben jongeren van Arsal een aantal Syrische winkels vernield. Wij hebben daar toen tegen opgetreden. Maar ik ben er zeker van dat iedereen in Arsal de vluchtelingen weg wil.”

Het stadje is niet representatief voor heel Libanon. Voor de oorlog in Syrië in 2011 begon, was de grens hier praktisch onzichtbaar. Libanezen en Syriërs deden zaken met elkaar, trouwden onderling. Het zijn aan beide kanten voornamelijk sunnitische moslims. Om al die redenen was er aanvankelijk veel solidariteit.

Na acht jaar is het genoeg

Maar de nabijheid van Syrië maakt ook dat de oorlog zich hier sterker laat voelen. In 2014 kregen Al-Qaida en IS voet aan de grond. Eerst gebruikten ze alleen de omliggende bergen als uitvalsbasis voor de strijd in Syrië. Maar nadat de Libanese autoriteiten een Syrische krijgsheer arresteerden, liepen de extremisten Arsal zelf onder de voet. Tientallen Libanese militairen en politieagenten werden ontvoerd; een aantal werd onthoofd. Pas in de zomer van 2017 werden Al-Qaida en IS verjaagd door het Libanees leger en de shi’itische militie Hezbollah.

Zij waren onze gasten. Maar acht jaar is te lang. Het voelt nu alsof wij hún gasten zijn

Al-Houjeiry raadslid

„De mensen in Arsal zijn niet tegen de Syriërs maar wel tegen het terrorisme dat zij meebrengen”, zegt raadslid Al-Houjeiry. „Er zijn een zeventigtal mensen uit Arsal gedood bij de gevechten hier.”

Maar de klachtenlijst is veel langer. Syriërs pakken de banen af van Libanezen. Syrische winkels hebben Libanese winkels uit de markt geprijsd. De Syriërs krijgen te veel kinderen, straks zijn ze met 100.000. Hun uitwerpselen vervuilen het grondwater waardoor de Libanezen volgens sommigen kanker zouden krijgen.

„In het begin hebben wij de Syriërs met open armen ontvangen”, zegt Al-Houjeiry. „Zij waren onze gasten. Maar acht jaar is te lang. Nu hebben wij het gevoel dat wij hún gasten zijn.”

Een Libanese Trump

De spanningen beperken zich niet tot Arsal. De Libanese president, de christen Michel Aoun, maakt al jaren gewag van een ‘internationale samenzwering’ om de aanwezigheid van de Syrische (en de Palestijnse) vluchtelingen in Libanon permanent te maken.

Aouns schoonzoon, buitenlandminister Gibran Bassil, maakt het nog bonter. Hij heeft zich ontpopt tot een soort Libanese Trump die geen kans onbenut laat in te spelen op anti-Syrische sentimenten. Vorige maand stuurde hij zijn partijleden de straat op om te demonstreren bij restaurants die Syriërs in dienst hebben. Hij waarschuwt voor het gevaar van ‘omvolking’. „Wij gaan ons niet zomaar laten vervangen in dit land dat profeten en heiligen heeft voortgebracht”, aldus Bassil.

In Arsal, Libanon, worden de huizen van Syrische vluchtelingen afgebroken. Sinds kort wordt een bestaande regel strenger afgedwongen, die luidt dat stenen bouwsels niet hoger mogen zijn dan een meter. Een ngo helpt de vluchtelingen met pneumatische hamers en bulldozers de afbraak sneller te doen verlopen.

Libanese intellectuelen hebben in open brieven protest aangetekend tegen Bassils opruiende taal. In Beiroet vond een kleine tegenbetoging plaats. Maar het valt niet te ontkennen dat Bassil inspeelt op een breder gedeeld ressentiment jegens vluchtelingen in Libanon.

Neem Rima Kromby. Zij is in Arsal verkozen op een alternatieve burgerlijst die de sektarische politiek in Libanon wil doorbreken. Maar zij is het volmondig eens met president Aouns samenzweringstheorie, vertelt ze na afloop van een feestje in het gemeentehuis van het naburige Baalbek.

Boven de toegestane stenen structuur van een meter wordt dit huis in Arsal met hout afgewerkt. David Enders

Kromby: „Mogelijk willen de Europese landen ook dat de Syriërs uiteindelijk terug naar Syrië gaan. Maar zolang dat niet gebeurt, willen jullie liever dat zij in Libanon blijven dan dat zij naar jullie komen toch? Nou, wij in Arsal hebben het gehad met Syriërs. De meeste zijn hier alleen, omdat zij het hier economisch beter hebben en zij hulp krijgen. Ik ben in Syrië geweest en de dorpen net aan de overkant zijn veilig genoeg om naar terug te keren.”

Kromby geeft een eigen voorbeeld van de overlast door Syriërs. „Laatst ging ik naar de geldautomaat en die was leeg. Ik heb aan de bankbediende gevraagd hoe dat kwam. Hij zei dat het door de Syriërs komt, die grote bedragen geld afhalen.”

Ook positieve bijdrage

Libanezen kunnen de neiging hebben alle problemen van hun land op de Syriërs af te schuiven. Tegelijkertijd is het een feit dat de komst van – op het hoogtepunt – twee miljoen vluchtelingen naar een land met vier miljoen inwoners niet rimpelloos is verlopen. De water– en elektriciteitsvoorziening, de ziekenhuizen, de scholen, de wegen: allemaal kreunen ze onder de extra bevolkingsdruk. Maar Libanon had die problemen al; de Syriërs hebben ze enkel verergerd.

Sommigen wijzen ook op de positieve invloed van de Syrische aanwezigheid. „De vluchtelingen zijn goed voor 1,5 miljard dollar per jaar in uitkeringen van het Wereldvoedselprogramma en andere instellingen, geld dat terugvloeit naar de Libanese economie. Er werken 30.000 Libanezen in de sector”, zegt Mouïn al-Merheby, voormalig minister voor vluchtelingenzaken.

Ik heb het gevoel dat er niemand meer opkomt voor Syrische vluchtelingen

Mouïn al-Merheby voormalig minister voor vluchtelingenzaken

Al-Merheby zit bij de Toekomstpartij van de sunnitische premier Saad Hariri, die bij de laatste verkiezingen zware klappen kreeg. Hij is niet te spreken over het feit dat zijn ministerspost in de nieuwe Libanese regering naar de FPM is gegaan, de partij van Aoun en Bassil.

„Ik heb het gevoel dat er niemand meer opkomt voor Syrische vluchtelingen”, zegt hij aan de telefoon. „We hebben het hier wel over mensen die gevlucht zijn voor oorlog en foltering. Ik heb persoonlijk bewijzen gezien van mensen die zijn gedood, gearresteerd, of gefolterd nadat zij naar Syrië waren teruggekeerd.”

Deportaties

De overgrote meerderheid van de vluchtelingen in Libanon maakt geen aanstalten om terug te keren. Sinds vorig jaar organiseert de Libanese veiligheidsdienst wel regelmatig vrijwillige terugkeeroperaties. De laatste vond plaats op 11 juli. Het gaat telkens om honderden mensen, en hun terugkeer heeft goedkeuring van de Syrische autoriteiten nodig. Ook zijn in mei zo’n 300 Syriërs gedwongen teruggestuurd op basis van een nieuw reglement dat de deportatie toelaat van Syriërs die na 24 april 2019 illegaal het land binnenkwamen. Al-Merheby vreest dat dit de deur openzet naar meer gedwongen uitzettingen.

„Toen ik in functie was, zijn er voor zover ik weet geen Syriërs tegen hun wil teruggestuurd”, zegt ex-minister Al-Merheby. „Zij hadden allemaal mijn nummer mocht dat toch gebeuren. Nu wil men Syriërs die illegaal zijn binnengekomen het land uitzetten. Zo begint het.”

Lees na de graphic over regionaal ongeduld met Syrische vluchtelingen


Toelichting: De cijfers over Libanon zijn problematisch. Het UNHCR is op verzoek van de regering in 2015 gestopt met het registreren van Syriërs. Het officiële getal van 929.624 is dus een onderschatting. Veel Syriërs zijn illegaal in Libanon. Op het hoogtepunt werd het aantal Syriërs geschat op 2 miljoen, nu op 1,5 miljoen. Vóór de oorlog in Syrië telde Libanon 4,3 miljoen inwoners.