In de Tour de France regent het goodies aan de D826

Elfde etappe Tussen Albi en Toulouse stond een lint van campers, waaronder die van de familie Chaminade uit Angoulême. Een portret van een gezin in de Tour.

Elke etappe staan er weer veel mensen langs de kant. „De Tour is een gratis feest voor iedereen.”
Elke etappe staan er weer veel mensen langs de kant. „De Tour is een gratis feest voor iedereen.” Foto Anne-Christine Poujoulat/AFP

Ze hebben hun witte campers zo achter elkaar in de berm geparkeerd dat een partytent de ruimte ertussen van schaduw kan voorzien. Het campingtafeltje is uitgeklapt, ze hebben genoeg stoelen bij zich voor een handvol gasten, en rond het middaguur gaat er een fles Pineau des Charentes rond – een aperitief om de tijd te overbruggen. De reclamekaravaan passeert pas over vier uur, en de wielrenners zitten daar nog anderhalf uur achter. De familie Chaminade – Bruno (53), Dominique (60), Romain (26) – en hun gepensioneerde vrienden Jacky en Dominique Robert (beiden 65) met kleinzoon Kyllian (11) hebben alle tijd om zich voor te bereiden op de passage van de Tour.

Het is warm en drukkend deze elfde etappe, vooral zo dicht bij het asfalt van de provinciale weg D826, de Route de Castres richting het gehucht Vallesvilles, waar driehonderd mensen wonen, en waar niet eens een bakker zit. De familie Chaminade had het geluk dat ze hier dinsdagavond tegen zessen al waren en dat ze aan de praat raakten met een dame die ’s ochtends een baguette kwam brengen, anders hadden ze Vietnamees moeten ontbijten bij wegrestauratie Le Bus d’Asie aan de overkant. Dat is de Tour, zegt Bruno: „Op plekken waar je anders nooit zou komen nieuwe mensen ontmoeten, en dingen met elkaar delen.”

Lees ook: Caleb Ewan troeft Groenewegen nét af in massasprint

Ze zijn wielerfans, of beter gezegd fans van de Tour, sinds ze zich kunnen herinneren. Toen ondernemer Bruno – dun grijs haar, ronde buik, teenslippers aan de voeten – nog een jochie was namen zijn ouders hem mee naar de wegen die La Grande Boucle dat jaar aandeed, en hij doet al jaren niet anders met zijn eigen gezin. Romain gebruikt in juli zijn vakantiedagen om met pa en ma mee te gaan. Dit jaar begonnen ze in Saint-Étienne, en ze zullen in hun Fiat Mobilvetta door Pyreneeën en Alpen trekken, tot aan de Champs-Élysées.

Gek zijn ze van geletruidrager Julian Alaphilippe, en ook van Romain Bardet. „Eigenlijk van alle Franse renners”, bekent Bruno.

De familie Chaminade tussen hun campers. Foto Dennis Boxhoorn/NRC

Feest voor iedereen

Tegen enen komt er een fles rode wijn op tafel, en brood, chips, rauwe ham, plakken vette saucisson en een salade van bietjes en maïs waar de vliegen vanaf gejaagd moeten worden. „Eet, eet, en doe alsof je thuis bent”, blijft Bruno maar herhalen. „De Tour is een gratis feest voor iedereen. Daarom staan er zoveel mensen langs de kant.” Na de lunch volgen de kazen, Bleu d’Auvergne, Saint-Nectaire – „zelf afsnijden, eet!”

Aan de D826 gebeurt dan lange tijd niets. Af en toe komt er een auto van de organisatie voorbij gezoefd, en dan kijkt de familie Chaminade met verwachtingsvolle blik naar de bestuurder. Als ze doorhebben dat er niets te halen valt, kletsen ze verder. Over vrienden, familie, werk. Bruno en Romain praten over de koers – ze denken dat Peter Sagan of Elia Viviani de rit gaat winnen.

Romain heeft een app gedownload waarop hij kan zien wanneer de karavaan zal passeren, hét hoogtepunt voor de meeste Fransen. Het duurt nog wel even, maar als er een colonne gendarmerie met een noodvaart langs scheurt, komen steeds meer mensen onder hun luifel vandaan. Bruno haalt ze toch maar vast tevoorschijn, een stuk of tien borden met enthousiaste teksten die hij in de lege uurtjes voor de koers heeft gemaakt – ‘Vive le Tour’ staat er op één, en ‘J’aime la caravane’. „Dan vallen we straks meer op”, zegt hij glimlachend. „Dat werkt altijd”. Hij kan het weten, het is zijn dertigste Tour, het knotsgekke evenement waar hij nog altijd vol overgave deel van uitmaakt. „De Tour zit in ons DNA”, zegt hij. „Het is een cultureel fenomeen.”

Foto Dennis Boxhoorn/NRC

Rijdende heksenketel

Romain begint te roepen. „Nog twee minuten”, ziet hij op zijn app. Op dit moment heeft de familie Chaminade bijna twaalf uur gewacht. Voor ze het weten regent het snoep, sleutelhangers en gedroogde worst. Verveelde twintigers bezig aan hun zomerbaantje gooien routineus de bekende cadeaux uit het raam, of vanaf het dak van hun reclamewagen. Harde muziek beukt over de anders zo verlaten Route de Castres. Bruno, terwijl hij goodies van de grond graait: „Blijf nog borrelen straks, we hebben genoeg”.

Als de rijdende heksenketel voorbij is, begint de familie Chaminade de boel in te pakken. Ze rijden door naar de Col de Peyresourde, donderdag de eerste serieuze klim in de Pyreneeën.

„Chute”, roept Romain vanuit de camper. Niki Terpstra is het voornaamste slachtoffer: hij heeft een scheurtje in zijn schouderblad. „Verdomme”, zegt Bruno. „Da’s een mooie coureur”. Als het peloton voorbijtrekt, klapt hij in zijn handen. „Komaan Julian”, schreeuwt hij naar de Franse publiekslieveling.