Egyptisch Museum krijgt grote opknapbeurt met dank aan EU

Egyptische kunst Met steun van Europese musea, zoals het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, gaat het Egyptisch Museum in Kairo opgeknapt worden. De EU draagt 3,1 miljoen euro bij.

Een sarcofaag in het Egyptisch Museum in Kairo.
Een sarcofaag in het Egyptisch Museum in Kairo. Foto EPA/Oliver Weiken

Metershoge farao’s, links en rechts tombes en beelden. Bij binnenkomst in het Egyptisch Museum aan het Tahrirplein in Kairo word je overweldigd door de artefacten uit het Oude Egypte. Het museum beschikt over de grootste collectie in de wereld. Maar voor wie geen reisboekje, audiotour of privégids bij zich heeft, is het museum vooral een grote warboel. Sporadisch hangt er een banier – naast een brandblusser, achter een ventilator – waarop wordt uitgelegd in welke periode de bezoeker zich bevindt. De meeste tombes, beelden en hiërogliefen zijn niet voorzien van uitleg. De weinige bordjes die er wel hangen, zijn door de tijd geel gekleurd. Her en der ligt bouwmateriaal, omdat ze op de bovenste verdieping bezig waren met verven. Het grote roze gebouw ziet er aan de buitenkant imposant uit. Vanbinnen is het vooral vergane glorie.

Sinds het museum in 1902 opende, is het niet op een behoorlijke manier opgeknapt, zegt de Egyptische archeologe Monica Hanna. „Er is geen fatsoenlijke etikettering en presentatie van de objecten. Het is een museum van een museum.”

De komende jaren moet een grootschalige renovatie daar verandering in brengen. Het museum vroeg daarvoor om hulp bij de Europese Unie. Het resultaat is een samenwerking met een consortium van vijf Europese musea die kennis hebben van Oud-Egyptische artefacten en het restaureren van hun collecties. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, het British Museum in Londen, het Neues Museum in Berlijn, het Louvre in Parijs en het Museo Egizio in Turijn sturen experts die elk verantwoordelijk zijn voor een onderdeel van de renovatie. Samen met hun Egyptische collega’s bedenken ze een ‘masterplan’ dat ervoor moet zorgen dat het Egyptisch Museum in de toekomst ook bezoekers blijft trekken. De EU stelt hiervoor 3,1 miljoen euro beschikbaar.

In een tweede subsidiefase wordt dit masterplan hopelijk geïmplementeerd, zegt Lara Weiss van het Rijksmuseum van Oudheden. Weiss houdt zich, samen met twee collega’s uit Leiden en haar Egyptische collega’s, bezig met het vernieuwen van de tentoonstellingen over de Vroeg-dynastieke Periode. Binnen het masterplan richt zij zich op strategieën omtrent onderzoek en publicatie.

De grote vraag is hoe het Egyptisch Museum aan het Tahrirplein zich in de toekomst zal verhouden tot het nieuwe Grand Egyptian Museum (GEM), dat in aanbouw is naast de piramiden van Giza en naar verwachting in 2020 opent. Een deel van de artefacten in het Egyptisch Museum, waaronder de Toetanchamon-collectie, zal daarnaar verhuizen. Toeristen die de piramiden bezoeken, kunnen dan met gemak drie kilometer verderop het GEM induiken. Gevreesd wordt dat het museum aan het Tahrirplein daardoor minder bezoekers zal trekken.

Restauratie van een granieten sculptuur van farao Ramses II in het atrium van het nieuwe Grand Egyptian Museum (GEM) Foto EPA/KHALED ELFIQI

En dus moet het museum vernieuwen. De tentoonstellingen worden educatiever, met nieuwe banieren met uitleg. De donkere zalen lichter, de muren en vloeren opgeknapt, het veiligheidssysteem beter, zegt museumdirecteur Sabah Abdel Razek. En ook: wifi, een café, workshops. Het museum moet zowel toeristen als Egyptenaren en kinderen aantrekken.

Maar de uiterlijke vertoning van het museum is een bijzaak, vindt archeologe Monica Hanna. „Wat écht belangrijk is, is de manier waarop het museum moet veranderen. Zijn het weer de Europeanen die het Egyptisch Museum creëren? Of zijn de Egyptenaren deze keer aan de beurt?”

Tijdens de kolonisatie door de Britten was het museum een plek voor studie, vertelt Hanna. Bang dat de Europese archeologen en wetenschappers op den duur weggestuurd zouden worden als de Egyptenaren zelf kennis opdeden over het Oude Egypte, was het voor Egyptenaren verboden onderzoek te doen in het museum. Het museum is van nature dus een erg koloniale plek, zegt Hanna. Dat zie je bijvoorbeeld aan de voorgevel van het gebouw, waarop Latijnse tekst te zien is. „Wie in Egypte spreekt er nou Latijn?”

Mensen waarderen niet wat ze niet kennen, meent Hanna. Boeken over egyptologie en het Egyptisch Museum zijn vooral geschreven in het Engels, Frans en Duits. „Ga naar de bibliotheek van het museum of een boekwinkel in het centrum van Kairo, je vindt niks in het Arabisch. In het Westen wordt gezegd dat Egyptenaren niet geïnteresseerd zijn in hun eigen geschiedenis. Dat is niet waar. Publicaties, websites, boeken, gidsen en museum-apps moeten beschikbaar zijn in het Arabisch.” Ook moet het museum volgens Hanna vaker tot later in de avond open zijn. „Kairo is een hete, drukke stad”, zegt ze. „Mensen studeren of werken overdag. Het sociale leven speelt zich vooral ’s avonds af, het museum moet daar onderdeel van worden.”

Een andere kwestie met een koloniaal verleden blijft echter onbesproken tijdens de samenwerking. Veel Europese musea hebben beroemde Egyptische artefacten in handen die tijdens de koloniale tijd naar Europa zijn gehaald, zoals de Steen van Rosetta in het British Museum en de Buste van Nefertiti in het Neues Museum. Egypte, onder leiding van archeoloog en voormalig minister van Oudheden Zahi Hawass, probeert deze kunstwerken al langere tijd terug te krijgen. En hoewel de gevoelige kwestie niet op tafel gebracht zal worden tijdens deze samenwerking, zullen Hawass en zijn commissie hun missie voortzetten.