De vijf plagen van de politie

Reorganisatie politie De invoering van de Nationale Politie moest rust brengen bij de politie. Maar zes jaar later rommelt het. De politie dreigt losgezongen te raken van de samenleving.

Politie te paard staat klaar om bij calamiteiten uit te rukken tijdens een demonstratie van Pegida in Amsterdam.
Politie te paard staat klaar om bij calamiteiten uit te rukken tijdens een demonstratie van Pegida in Amsterdam. Foto Sabine Joosten

Mislukt wilde hij de Nationale Politie niet noemen. Maar een succes vond Wim Kuijken, die de omvorming van 26 regionale korpsen tot één landelijk korps met elf eenheden onderzocht, in 2017 ook niet. Deze week bleken grote problemen bij de politie: intimidatie en discriminatie op de werkvloer en integriteitsonderzoeken naar agenten.

Ze dragen bij aan de langere lijst met problemen waar de Nationale Politie zes jaar na haar invoering in 2013 nog steeds mee kampt. Het overkoepelende probleem: de politie dreigt losgezongen te raken van de samenleving. „De maatschappij vernieuwt, maar de politie blijft achter”, zegt voorzitter van de Nederlandse Politiebond (NPB) Jan Struijs. Agenten komen minder op straat, bij de opsporing worden verouderde technieken gebruikt door haperende ict en de samenstelling van het korps sluit niet meer aan bij die van de maatschappij. Struijs: „De belofte van de Nationale Politie wordt niet vervuld.”

  1. Tekort aan agenten

    Het is onder politieagenten eerder regel dan uitzondering: om het weekend werken, in de zomer soms zelfs weken achter elkaar. Daar komen de vele nachtdiensten nog bij. Agenten doen het, want ze kunnen niet anders. „Maar het piept en kraakt”, zegt Rob den Besten, voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad (COR) van de politie.

    Bij de politie dreigen enorme personeelstekorten. Momenteel heeft de politie ruim zestigduizend agenten, maar de komende jaren gaan er ongeveer veertienduizend met pensioen. Zo’n tienduizend agenten zijn bovendien ouder dan 55, waardoor ze geen nachtdiensten meer draaien. Daarnaast zitten zo’n vierduizend agenten ziek thuis; het ziekteverzuim ligt al jaren rond de 7 procent, het Nederlandse gemiddelde ligt volgens het CBS op 4,7 procent. In veel politie-eenheden zijn nu al tekorten.

    Agenten moeten meer werk doen, in minder tijd. „Roosters kunnen maar nauwelijks gedraaid worden”, zegt Den Besten. Wijkagenten moeten meer nooddiensten draaien: bij een 112-melding moeten ze dan op pad. Hoe meer uitval van agenten, hoe vaker collega’s ingeroosterd worden en hoe minder ze in hun wijk komen. Bij de invoering van de Nationale Politie was het doel nog dat zo’n wijkagent 80 procent van zijn tijd in een wijk is. Maar dat wordt zelden gehaald, concludeerde de commissie-Kuijken.

    Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) belooft extra agenten, maar die zijn er nog niet. In mei concludeerde de Algemene Rekenkamer dat van de 65 miljoen euro die in 2018 bedoeld was voor driehonderd extra wijkagenten en honderdtachtig extra rechercheurs, 27,9 miljoen euro daadwerkelijk daaraan was uitgegeven. Per saldo daalde het aantal inzetbare agenten met 674 fte. Nieuwe agenten moeten eerst worden geworven en opgeleid. Na jaren van bezuinigingen heeft de politieacademie tijd nodig om agenten goed op te leiden.

  2. Kloof agenten en leiding

    Dat agenten dezelfde auto’s, wapenstokken en uniformen hebben, „snapt iedereen”, aldus Wim Kuijken bij de presentatie van zijn evaluatierapport. Maar dat betekent niet dat de politie „centralistisch” aangestuurd moet worden, voegde hij toe, al gebeurt dat nu wel. Te veel macht ligt bij de ministerie van Justitie en Veiligheid, politiek verantwoordelijk voor de politie. Pas sinds vorige zomer is korpschef Erik Akerboom officieel lid van het overleg tussen minister en burgemeesters.

    Door de centralistische leiding is de afstand tussen agenten op straat en de leiding groot, zegt COR-voorzitter Den Besten. „Hoe zorg je ervoor dat er verbinding is?” Volgens hem zoekt Akerboom sinds het rapport vaker de werkvloer en het COR op om te horen wat er binnen het korps speelt.

    Agenten merken zo’n kloof aan kleine dingen. Waar ze voor het aanvragen van hun vakantie eerst naar de personeelsmanager op hun eigen bureau gingen, moet dat nu via een mail naar een kantoor kilometers verderop. Burgers merken het ook. Waar agenten op straat prioriteit aan moeten geven, wordt landelijk bepaald. Daardoor kunnen lokale agenten niet goed genoeg inspelen op lokale problemen, schrijft Kuijken. Hij adviseerde burgemeesters en de korpschef machtiger te maken, ten koste van de minister. Maar die wil „organisatorische rust” en de organisatie niet weer hervormen.

  3. Botsende culturen

    Vrouwelijke agenten ervaren seksuele intimidatie, agenten met een multiculturele achtergrond discriminatie, en burgers worden door agenten in een app-groep uitgescholden voor „kankermongolen, kankerlijers, pauper-allochtonen, kankervolk, kutvolk en kutafrikanen”. Maar interne meldingen over zulk grensoverschrijdend gedrag negeert de leiding van de Nationale Politie, concludeerde politiecoach Carel Boers in zijn ontslagbrief, die hij afgelopen weekend toelichtte tegenover NRC.

    Na het artikel twittert een groep agenten: „Wij zijn het zat om als dienders in de media regelmatig generaal in de hoek te worden gezet als „racistische en seksistische bende”, wellicht gebaseerd op eenzijdige informatie! Dat werkt ondermijnend voor het werk op straat.”

    Wat je ziet, zegt Jan Struijs van de vakbond, is dat „de polarisatie in de maatschappij de politie is binnengedrongen. We zitten in een emancipatieproces. Meer diversiteit is hard nodig, want je wilt aansluiting houden bij de maatschappij.”

    Lute Nieuwerth, portefeuillehouder diversiteit bij de politie: „Het is een uitdaging voor ons. We moeten cultureel sensitiever worden. Maar sommige agenten moeten wennen aan het tempo van veranderingen.” Dat een ‘botsing tussen culturen’ noemen, vindt hij te ver gaan. Maar dat het schuurt, ziet hij ook.

    Omstreden is ook het op straat etnisch profileren van mogelijke verdachten; het door de politie staande houden van mensen op basis van afkomst of huidskleur. Het zou criminaliteit oplossen, maar feitelijke onderbouwing ontbreekt ervoor. Vorig jaar kwamen er bij de politie 43 klachten over zulke profilering, waarvan één gegrond werd verklaard. In december deden veertien gekleurde Nederlanders in de documentaire Verdacht hun verhaal over de keren dat ze onterecht door de politie staande werden gehouden.

  4. Lees ook: ‘Moslimfobie, intimidatie bij politie – en de top kijkt weg’
  5. Integriteitsproblemen

    Een Limburgse agent verkoopt geheime politie-informatie aan criminelen. Een politiecommissaris laat zich fêteren door een ondernemer. En een Haagse politieman regelt opslagplaatsen voor de onderwereld, waar zij wapens, drugs en geld kunnen verstoppen. Als je naar de berichten in de media kijkt, zegt Lonneke Soudant, sectorhoofd veiligheid, integriteit en klachten van de nationale politie, lijkt het alsof het constant raak is. „Maar dat doet geen recht aan de realiteit.”

    Die realiteit is: in 2015 waren er 1.153 onderzoeken naar mogelijke misdragingen, in 2018 1.543. In de eerste helft van 2019 zijn 846 onderzoeken ingesteld, blijkt uit cijfers opgevraagd bij de politie. Soudant: „Van een agent die dronken achter het stuur zit tot het lekken van informatie.”

    Zo werden er de afgelopen twee jaar verschillende politiemollen ontmaskerd. Soms stuurden ze duizenden keren informatie door naar criminelen. Het initiatief daarvoor „gaat vrijwel altijd uit van de lekkende medewerkers”, volgens een ander rapport, Het lekken van vertrouwelijke politie-informatie, in opdracht van de Politieacademie.

    Andere agenten overschrijden de regels op een onschuldigere manier. Soms controleert een agent die op het punt staat een huis te kopen wie zijn toekomstige buren worden. Dat mag niet, zegt Soudant: „Het is geen Google, maar een politiesysteem.”

    Heeft de politie een integriteitsprobleem? Het aantal misdragingen tot nul reduceren is onmogelijk, volgens Soudant. „Wat je in de burgermaatschappij ziet, kom je ook bij de politie tegen.” Maar feit is dat het aantal integriteitsonderzoeken toeneemt, volgens het rapport door „een vergrote inspanning” om misstanden binnen de politie aan te pakken. Bij ongeveer een derde van de zaken uit 2019 gaat het om disciplinaire onderzoeken (plichtsverzuim, bijvoorbeeld foutieve urenregistratie) en bij een derde om strafrechtelijke onderzoeken. In 2018 zijn 119 agenten (voorwaardelijk) ontslagen, twee minder dan het jaar ervoor.

  6. Haperende ict

    De politie worstelt al decennia met het op orde krijgen van het ict-systeem. De Rekenkamer in 2003: de applicaties zijn „verouderd” en werken slecht. De Rekenkamer in 2011: „De politie heeft de afgelopen tien jaar weinig vooruitgang geboekt bij het structureel oplossen van de knelpunten in de ict bij de politie. We zien dat knelpunten die begin deze eeuw bestonden zich nog steeds voordoen.”

    Niet gebruiksvriendelijke, trage en omslachtige systemen zorgen voor extra „administratieve belasting”. Dat leidt er soms toe, volgens het onderzoek, dat agenten het systeem mijden of incidenten lichter noteren om sneller klaar te zijn. Dieptepunt is 2011. Agenten kunnen door langdurige uitval van het ict-systeem in Noordoost-Nederland hun werk amper doen.

    Maar met de samenvoeging van de 26 politiekorpsen tot één Nationale Politie zou alles anders worden, zo belooft toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten. Oók het ict-systeem van de politie. Er komt een oplapbeurt – die bijna 400 miljoen euro mag kosten – onder de noemer ‘Bijgestelde Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie 2013-2017’. Die moet ervoor zorgen dat het systeem sneller en gebruiksvriendelijker wordt, niet meer uitvalt en informatie-uitwisseling makkelijker maakt.

    Probleem opgelost? Deels. Wat wel lukte: negentienhonderd los van elkaar werkende systemen terugbrengen tot minder dan vierhonderd. En agenten werken meer via hun smartphone, waardoor ze een kentekennummer, rijbewijs of identiteitskaart op straat kunnen controleren en aangifte van een woninginbraak digitaal ter plaatse kunnen invullen.

    Maar in 2017 kwam ook weer een kritisch rapport, deze keer opgesteld door onderzoeks- en adviesbureau Gartner in opdracht van de Centrale Ondernemingsraad van de politie. Grootste kritiek: informatie uit het opsporingssysteem kan niet gekoppeld worden aan informatie uit andere systemen, waardoor agenten de informatie twee keer moeten invoeren.

    Ook zijn de „digitale mogelijkheden” nog te beperkt. Volgens COR-voorzitter Rob den Besten lukt het amper om via het politienetwerk „filmpjes” te kijken, zei hij in 2017: „Laat staan een website als YouTube bezoeken.” Onderzoeksbureau Gartner stelt dat er 52,5 miljoen euro extra nodig is om het destijds door Opstelten ingezette opknapbeurt af te maken. Den Besten vindt dat dat geld er moet komen: „Het lijkt me dat het tijd wordt om het ict-vraagstuk van de politie in één keer op te lossen en niet weer pleisters te plakken.”