Verrassend vertrek Van Kooten toont onvrede bij PvdD

Partij voor de Dieren Tweede Kamerlid Femke Merel van Kooten verlaat de Partij voor de Dieren én neemt haar zetel mee. Dat komt als „een donderslag bij heldere hemel”.

Femke Merel van Kooten tijdens het wekelijkse Vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bas Czerwinski / ANP.
Femke Merel van Kooten tijdens het wekelijkse Vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bas Czerwinski / ANP.

Openlijke verdeeldheid in het normaal gesproken zo gesloten front van de Partij voor de Dieren. Volslagen onverwacht heeft Tweede Kamerlid Femke Merel van Kooten dinsdag haar vertrek aangekondigd en besloten door te gaan als onafhankelijk Kamerlid. Ze vindt dat de partij zich te veel richt op een beperkt aantal stokpaardjes en dat de partij zich eerder versmalt dan verbreedt, zo schrijft ze in een verklaring.

De partijtop heeft haar vanwege die ‘zetelroof’ inmiddels geroyeerd en dat ook bekend gemaakt. Het openlijke conflict is ongebruikelijk binnen de naar buiten toe vaak zo eensgezinde partij. Toch is er onder partijleden ook begrip voor Van Kootens overwegingen: „Moeten we net als de SP een getuigenispartij blijven, of mag er politiek ook breder gekeken worden?”, aldus een partijlid.

Sinds 2017 boekte de Partij voor de Dieren de ene verkiezingswinst na de andere. Van een tweemansfractie naar een vijfkoppige fractie in de Tweede Kamer in 2017, een verdriedubbeling van het aantal raadszetels bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 en zetels in alle provincies bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2019.

Electorale opmars voorbij

Maar dit jaar stagneerde de opmars van het succes en ook de eensgezindheid binnen de partij. Dat werd afgelopen april voor het eerst zichtbaar op het partijcongres, voorafgaand aan de Europese verkiezingen. Toen moest een nieuwe partijvoorzitter gekozen worden. Tot ieders verrassing werd dat niet de door het partijbestuur voorgedragen partijsecretaris en medeoprichter van de partij Elze Boshart, maar de 24-jarige Sebastiaan Wolswinkel, daarvoor voorzitter van de jongerenorganisatie van de partij, PINK!.

Lees ook: ‘De samenleving is te complex om als normaal persoon nog te begrijpen’, het interview met Wolswinkel.

Wolswinkel uitte vlak na zijn aantreden ook stevige kritiek op de koers van de partij: „Er moeten nieuwe ideeën komen”, zei hij in een interview met NRC. „We moeten als partij wat volwassener worden.” Daar horen volgens Wolswinkel meer interne democratie en transparantie bij, net als meer autonomie van lokale afdelingen.

Bij de daarop volgende Europese verkiezingen stagneerde de opmars van de Partij voor de Dieren. Minstens twee zetels, was vooraf de verwachting. Het werd er maar één.

Maar over interne onenigheid over de partijkoers was nog weinig merkbaar. Het dinsdag aangekondigde vertrek van Femke Merel van Kooten was ook binnen de partij een verrassing. „Een donderslag bij heldere hemel”, zegt fractievoorzitter voor de Partij voor de Dieren in de Amsterdamse gemeenteraad, Johnas van Lammeren. „Slecht voor het dierenwelzijnsbeleid en slecht voor de partij.”

Van Lammeren kent Merel van Kooten persoonlijk. „Het is haar keuze, maar wat ik slecht vind is dat zij op persoonlijke titel in de Tweede Kamer blijft en de partij daarmee beschadigt.”

Ook begrip voor stap

Toch zeggen andere partijleden, op voorwaarde van anonimiteit, begrip te hebben voor de stap van Van Kooten. „We zijn gegroeid, maar wat doe je daarmee? Wil je, net als de SP, overal tegen zijn? Hoor je per definitie niet bij de partij als je geen overtuigd veganist bent?”, aldus een partijlid.

Volgens Michelle van Doorn, fractievoorzitter voor de PvdD in Nijmegen, heeft de partij sinds 2017 inderdaad een bredere achterban en leidt dat ook tot steeds meer gesprekken over de koers. „Maar ik heb geen signalen dat daar onrust over is in de partij.”

Bestuur en fractie geven geen verdere toelichting op haar vertrek „vanwege het persoonlijke karakter van de kwestie”.

Merel van Kooten is sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 de eerste ‘afsplitser’ uit een partij. Uit onvrede over het grote aantal ‘zetelrovers’ in de vorige kabinetsperiode (8), besloot de Tweede Kamer in 2016 om die minder geld en spreektijd toe te kennen.