Taks voor arbeidsmigranten

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: fiscaal recht.

Foto John van Hamond

Een deel van de vakantiewoningen op haar park verhuurt de eigenaar aan een uitzendbureau. Dat laat er arbeidsmigranten wonen. De eigenaar krijgt het aan de stok met de gemeente over verschuldigde toeristenbelasting voor alle nachten dat de arbeidsmigranten op het park verbleven. De vrouw meent dat die aanslag – ruim 76.000 euro – niet naar haar, maar naar het uitzendbureau moet worden gestuurd. Bovendien betoogt de vrouw voor de rechtbank dat de gemeente Reusel-De Mierden, waar het park ligt, voor de arbeidsmigranten „niet het hoofdverblijf is”. En omdat ze meer dan negentig dagen op het park verblijven, zouden ze moeten vallen onder de forenzenbelasting, net als houders van vaste standplaatsen en seizoensplaatsen. Nee, zegt de gemeente, de vrouw biedt gelegenheid tot verblijf en is dus belastingplichtig. En omdat de arbeidsmigranten op het park steeds wisselen, vallen ze niet onder de regels van de forenzenbelasting.

In het vonnis wijst de rechter op het contract van de vrouw met het uitzendbureau. Daaruit blijkt dat ze niet alleen het verblijf verhuurt, maar ook verantwoordelijk is voor diensten als nutsvoorzieningen, internet, afvoer van huisvuil. En daarmee is ze wel degelijk diegene die het verblijf biedt, en dus belastingplichtig is. Dat de arbeidsmigranten er meer dan negentig dagen daadwerkelijk wonen, heeft de vrouw onvoldoende aannemelijk gemaakt. De aanslag is terecht opgelegd.

Uitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2019:3333