Op de universiteit gaat het vooral over de markt

Afkicken van het neoliberale denken In de studie economie overheerst het kapitalistische marktdenken. Activistische studenten en docenten proberen daar verandering in te brengen. Dat gaat tot nu toe langzaam.

Het was 2008, vertelt Joris Tieleman, en in de collegebanken heerste serene rust. Dat in de buitenwereld de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig woedde, leek bij de studie economie niet doorgedrongen. „We kregen te horen hoe het systeem zichzelf altijd weer in balans brengt. Ondertussen namen onze regeringen enorme maatregelen om een klap te voorkomen.” Merkwaardig, vond Tieleman. Hij zocht na zijn studie contact met studenten die net als hij wilden dat economieopleidingen minder wereldvreemd werden.

Tieleman en zijn medestudenten sloten zich in 2015 aan bij Rethinking Economics, een internationale beweging die na de kredietcrisis ontstond en vooral in Engeland groot is. De beweging bestaat uit „een zwerm van activisten”, zegt Tieleman, een vast programma is er niet. Maar grofweg gaat het de activisten om drie punten: ze willen meer verschillende theorieën in het curriculum, meer aandacht voor de praktijk in plaats van voor abstracties en minder kwantitatief onderzoek.

Lees ook het essay van Marike Stellinga: Het kapitalisme is kapot. Leve het kapitalisme

De lesstof in Nederlandse economieopleidingen bestaat voor 86 procent uit de neoklassieke theorie, berekenden Tieleman en enkele mede-Rethinkers vorig jaar. „Dat houdt in dat het marktdenken centraal staat.” Daaraan is sinds de crisis weinig veranderd. Niet alle docenten geloven dat de hele economie een markt is, of dat overheidsingrijpen altijd negatieve gevolgen heeft, zegt Tieleman, „maar ze laten je wel modelletjes bestuderen waaruit dat blijkt. Als je net van de opleiding af komt, is het moeilijk je voor te stellen dat de markt niet goed werkt. Ik denk dat bijvoorbeeld de dereguleringsgolf in de jaren negentig eruit voortkwam dat mensen dit aangeleerd hebben gekregen.”

Irene van Staveren, hoogleraar pluralistische ontwikkelingseconomie en lid van het bestuur van Rethinking Economics, zag begin jaren tachtig hoe de economieopleiding veranderde. Ze studeerde middenin de diepe recessie die volgde op drie decennia economische voorspoed. John Maynard Keynes, de econoom die pleitte voor overheidsingrijpen, was ineens achterhaald. „Er zat nog een handjevol Keynesianen op de afdeling, de rest sprak niet met hen.” In de tijd van Keynes bestond de economische wetenschap vooral uit logisch denken, vertelt Van Staveren, „maar met de komst van de neoklassieke economie in de jaren tachtig werd de wiskundige theorievorming dominant. Economie wilde een echte wetenschap worden, en nam wiskunde en natuurkunde als voorbeeld.”

Van Staveren, destijds nog een „heavy punk met blauw haar en netpanty’s”, las in haar vrije tijd Das Kapital en andere achterhaald geachte werken. Carrière maakte ze daarna buiten de economiefaculteiten. „Economen die afwijken van de mainstream vinden veel moeilijker een baan aan economiefaculteiten”, verklaart Fieke van der Lecq, hoogleraar pensioenmarkten aan de VU. „Dat heeft ook te maken met de wetenschappelijke tijdschriften, waarin voor afwijkende theorieën weinig plaats is.”

De visafslag van Stellendam
Foto Merlin Daleman

Vraagtekens bij neoklassieke theorie

Er is ook kritiek op de stellingen van Rethinking Economics. „Ik denk dat onze opleiding veel multidisciplinairder is dan je op basis van de studiegids zou verwachten”, zegt Brigitte Hoogendoorn, programmamanager van de bachelor economie aan de Erasmus Universiteit. „Binnen de vakken is ook aandacht voor gedragseconomie en psychologie en dat zie je niet meteen in de studiegids terug. En je weet ook niet of de docent die de neoklassieke theorie behandelt daar vraagtekens bij zet.”

Sander Onderstal, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, vindt de kritiek op de neoklassieke benadering „misplaatst”. „Rethinking Economics wil dat studenten ook teksten van oude economen gaan lezen. Maar die teksten zijn in heel andere tijden geschreven, en de wetenschappelijke methode is veel verder ontwikkeld. Ik vind dat het onderwijs gebaseerd moet zijn op wetenschappelijk onderzoek: wiskundige modellen en empirische toetsen van die modellen.” De kritiek op de dominantie van modellen deelt hij niet. „Juist omdat een model een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid is, kunnen we leren hoe de economie werkt.” Ook studenten die na hun studie buiten de economie gaan werken, hebben profijt bij het leren denken in modellen, aldus Onderstal.

Dat vinden de Rethinkers ook, zegt Joris Tieleman, maar ze willen óók andere dingen leren. „We hebben aan studenten gevraagd waar zij graag willen werken, en aan die werkgevers vragen wij nu welke vaardigheden zij verlangen”, vertelt UvA-student Marc Beckmann, komend studiejaar voorzitter van Rethinking Economics in Nederland. „We verwachten dat zij op zoek zijn naar vaardigheden die de studenten nu niet leren.”

Het veranderen van de curricula gaat intussen erg langzaam. Dat komt ook, zegt Brigitte Hoogendoorn, doordat de studenten van Rethinking Economics een uitzondering zijn. „Het is niet cynisch bedoeld, maar ik denk dat maar vijf van de honderd studenten zich druk maken om het curriculum. Ze studeren vooral om een diploma te halen, ze hebben tijdgebrek, of ze hebben gewoon het overzicht niet over welke richtingen er bestaan in de economie.”

Veel studenten zitten niet te wachten op een lesboek dat de orthodoxie in twijfel trekt, denkt Joris Tieleman. „Die vinden duidelijkheid aantrekkelijker dan drie theorieën die elkaar tegenspreken.” Zelf denkt hij niet dat de opleidingen economie snel zullen veranderen. „Ik verwacht meer van university colleges en multidisciplinaire opleidingen. In het hart gaat voorlopig niks veranderen, het komt vanuit de fringes.”

Toch is er ook in het ‘hart’ wel wat gaande. In het honoursprogramma dat Hoogendoorn samenstelt voor goed presterende studenten nodigt ze ook sprekers uit van buiten de discipline, bijvoorbeeld gezondheidseconomen, sociologen en filosofen. Aan de Universiteit van Utrecht is in de bacheloropleiding veel aandacht voor andere vakgebieden, vertelt Erik Stam, die daar de economieafdeling bestiert. „We hebben grote minoren in geografie, recht, geschiedenis en sociale wetenschappen.”

Maar anders dan de activisten wil Stam niet af van het neoklassieke denken als dominante stroming. „Ik sta daar dubbel in. Je kunt niet zeggen: we moeten het neoklassieke opzij zetten. Het is een raamwerk waar economen decennialang in hebben geïnvesteerd. Maar als docent zou je wel kunnen zeggen: dit is de waarde ervan, en dit is waar die ophoudt.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.