Nieuwe getuigen melden zich in MH17-onderzoek

Onderzoek Hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke zegt verder op bijeenkomst met nabestaanden dat hij „ongelofelijk boos” is over de recente kritiek van Maleisië.

Het Nationaal Monument MH17 in Park Vijfhuizen, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de vliegramp met vlucht MH17.
Het Nationaal Monument MH17 in Park Vijfhuizen, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de vliegramp met vlucht MH17. Foto Evert Elzinga / ANP.

Er hebben zich opnieuw getuigen gemeld in het onderzoek naar de daders van het neerhalen van vlucht MH17. Dat heeft Wilbert Paulissen, hoofd van het internationale onderzoeksteam JIT, dinsdag gezegd op een bijeenkomst van nabestaanden in Nieuwegein. Woensdag vijf jaar geleden kostte de ramp 298 passagiers van een Boeing van Malaysia Airlines het leven. „Er worden weer nieuwe stappen gezet in het onderzoek. Het ziet er veelbelovend uit”, zei Paulissen.

Het onderzoeksteam, het zogenoemde Joint Investigation Team (JIT), maakte vier weken geleden bekend drie Russen en een Oekraïner te vervolgen. De rechtszaak begint volgend jaar maart op Schiphol. Politie en justitie azen op meer verdachten, onder wie de bemanning van de Boek-raket en personen die de opdracht gaven, personen uit de chain of command.

Hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke, coördinator van het JIT, zei nog altijd niet alle bewijzen te kunnen laten zien voor de Russische betrokkenheid. „Dat doen we pas in de rechtszaal.” Daarom kan hij ook niet reageren op uitlatingen van de Russische president Poetin dat er geen bewijzen zouden zijn.

Lees ook: Onderzoeksteam komt met smoking gun

Wel heeft Westerbeke zich „ongelofelijk boos” gemaakt om kritiek op het onderzoek door premier Mahathir Mohamad van Maleisië, nota bene een van de landen die in het JIT werken aan het onderzoek. „Dat raakt me.” Ook „irriteert” het Westerbeke dat één van de vier verdachten, de Rus Igor Girkin, in alle vrijheid rondloopt in Moskou. „Dat voelt slecht. Daar baal ik van. Je hebt natuurlijk liever dat zo’n man in voorarrest zit.”

‘Belangrijkste moment’

De komende rechtszaak is vermoedelijk „het belangrijkste moment” voor nabestaanden die hun recht willen halen, zei Arno Akkermans, hoogleraar privaatrecht aan de VU in Amsterdam, op de nabestaandenbijeenkomst. De rechtszaak, waar nabestaanden spreekrecht krijgen en waar hopelijk duidelijkheid komt over wat er precies is gebeurd, komt volgens de hoogleraar meer tegemoet aan de behoeften van nabestaanden dan andere juridische procedures.

Een voorbeeld daarvan is de klacht tegen Rusland bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die hij weinig kansrijk acht, of procedures voor schadevergoedingen. Akkermans laakt het „verdienmodel van de Postcodeloterij” door advocaten die nabestaanden miljoenen in het vooruitzicht stellen. „Dat is sprookjesrecht.” Enkele Nederlandse advocaten die groepen nabestaanden bijstaan, denken daar overigens heel anders over.

‘Complexe’ rouw

Een aanzienlijk deel van de ongeveer duizend nabestaanden van de MH17-slachtoffers maakt een „complexe” rouw door, vertelde Jos de Keijser, hoogleraar psychologie uit Groningen, die verschillende onderzoeken naar de psychische gesteldheid van de nabestaanden heeft verricht. De rouw is complex door de „onverwachtheid van de ramp, de „willekeur” ervan, het piekeren over het lijden van dierbaren en ook de vraag of de ramp voorkomen had kunnen worden.

Ook hebben nabestaanden veel stress ervaren, zo blijkt uit ander onderzoek, onder meer door de opstelling van werkgevers, bedrijfsartsen en het UWV; en ook door de „enorme aandacht” van de media, overheid en bekenden. Die heeft enerzijds „ongetwijfeld bijdragen aan de noodzakelijke erkenning van nabestaanden”, zo zei onderzoeker Peter van der Velden uit Tilburg, maar er is kennelijk ook een „kritische grens” waarop deze aandacht omslaat in ervaren stress. „De vraag is of we bij een toekomstige ramp niet een stapje terug moeten doen.”